16 | Patronen

Mensen vragen soms hoe het komt dat ik in hemelsnaam in zulke omstandigheden bij zo’n man kon blijven.

Het antwoord daarop is niet eenvoudig. Er zijn een hoop mechanismen die in werking treden als je in een toxische relatie zit.

In de eerste plaats hou je oprecht van je partner. Je kan de eerste jaren niet geloven dat het echt een patroon is dat nooit zal veranderen. Je blijft leven op hoop en op beloftes die nooit ingelost worden. En zeker als je een vergevingsgezind persoon bent dat mensen meerdere kansen geeft. Of in het geval met narcisten duizend kansen. En als dat gecombineerd is met alcoholisme, nog veel meer.

Ten tweede ontstaat er een patroon dat relatieverslaving heet. Door de extreme ups and downs van met de grond gelijk gemaakt te worden en de volgende dag weer opgehemeld te worden, komen er stoffen in je hersenen vrij die een verslaving doen ontstaan.

Het brengt het romantische concept van “ik ben verslaafd aan jou” tot een heel andere orde.
En het is allesbehalve liefdevol.

Ik heb natuurlijk altijd wel geweten dat ik er ook aan geleden heb, maar ik dacht niet in grote mate.

Deze week kreeg ik daar een heel ander zicht op.

Een bevriende phd-student waar ik vijf jaar geleden mee samen werkte, maakte indertijd een studie over inclusie bij de universiteit. Op een dag deed hij een oproep naar mensen om er aan mee te werken. Hij zocht mensen met een bepaalde identiteit die heel wat impact op hun leven had. Ik grapte (min of meer) of vrouwen die getrouwd zijn met een alcoholist, hier ook voor in aanmerking kwamen. Het antwoord was positief en niet zo veel later zat ik op het stoeltje voor de camera.

Het project zelf kwam nooit echt helemaal van de grond. En eigenlijk misschien maar beter ook. Ik zei in het interview dat ik mijn toenmalige echtgenoot ervan zou op de hoogte brengen, maar uiteindelijk heb ik dat nooit aangedurfd.

Tot voor kort herinnerde ik me het interview nog vaag, tot het ter sprake kwam in één van onze gesprekken. Ik wilde het laten zien aan mijn liefste. Waarom weet ik niet goed. Vaag had ik een gevoel van fierheid omdat ik het aangedurfd had mijn verhaal voor camera te brengen.

Die fierheid verdween echter snel toen ik het youtube filmpje opende en mezelf daar zag zitten op het stoeltje. Het was alsof ik naar een vreemde keek. Eerst en vooral verafschuwde ik mijn gestalte. Het overgewicht, hoe mijn haar lag… Het eerste dat ik dacht, was “my god, ging ik zo naar het werk?”.

En dan begon ik te vertellen in het filmpje.

Zelfs nu, terwijl ik dit schrijf, heb ik het moeilijk om het onder woorden te brengen.

De vrouw op het stoeltje vertelde hoe ze zichzelf niet zag als een slachtoffer. Hoe haar man toch veel moeite deed en in de kern een goede man was. Hoe ze niet wilde dat mensen medelijden met haar hadden, dat ze een sterke onafhankelijke vrouw was die wist wat ze deed, elke keer als ze haar alcoholist een nieuwe kans gaf.

Hoe ze “maar” enkele keren fysiek geweld had ervaren. Op het einde vroeg ze de interviewer zelfs om die passage er uit te knippen, want ze was geen mishandelde vrouw. Het waren toch “maar enkele klappen” die ze gekregen had.

Ik keek naar de vrouw die een schim was van wie ze ooit was. Van wie ik nu ben.
En ik zag het concept van relatieverslaving door heel andere ogen.

Wat ik vooral nu besef, is hoe moeilijk het echt voor mijn omgeving moet geweest zijn.

Ik geloofde in mijn man. Ik hield oprecht van hem. Ik gaf hem alles wat ik had.
Lichaam en ziel. Geloof en vertrouwen. Liefde en vergiffenis.

Maar mijn omgeving had die gevoelens helemaal niet voor hem. Zij zagen alleen hoe fundamenteel onrechtvaardig ik behandeld werd.

Ik moet oprecht toegeven dat ik bij het zien van die vrouw op het stoeltje, haar bijna bij de hand zou genomen hebben en haar naar een vluchthuis voor vrouwen zou gebracht hebben, samen met haar kinderen.

Het heeft een diepe indruk op me achtergelaten.
En tegelijk versterkt het me in mijn missie.

Er zijn ontelbare vrouwen (en mannen) die zich op dit moment in dezelfde situatie bevinden.
En ik wens voor hen dat ze er niet zo lang over doen om te beseffen dat ze meer waard zijn dan zo behandeld te worden.

Dat niets, maar dan ook niets, en zeker geen zogenaamde liefde, het rechtvaardigt dat je mishandeld wordt.

Want als je iemand graag ziet, behandel je je geliefde zo niet.
Een mishandelaar kiest ervoor om te mishandelen.
Dat doe je niet “per ongeluk”.
De berekendheid waarmee het gebeurt, spreekt het idee tegen dat het “buiten hun controle” ligt.

Manipulatie is een bewuste keuze.
Je partner slaan is een bewuste keuze.
Je partner uitschelden is een bewuste keuze.
Je partner vernederen is een bewuste keuze.

Laat je nooit wijsmaken dat het jouw schuld is. Dat jouw reacties het “uitlokken”.

Ik denk dat ik nu voor mezelf weet waarom ik in eerste instantie nooit echt iets met mijn diploma psychologie gedaan heb.

Ik kan niet onpartijdig zijn in deze gevallen. Ik spreek voor degenen die niet durven spreken.
Ik leer hen om zichzelf graag te zien.

Zodat ze inzien dat ze het waard zijn om voor zichzelf te kiezen.
Zodat ze inzien dat ze dit gedrag niet moeten blijven pikken.

En in het geval van narcisten is het mijn inziens een verspilling van energie om een manier te vinden om met hen samen te leven. De enige manier is er uit stappen.

Ik besef natuurlijk dat dat niet altijd evident is, of zelfs door omstandigheden heel moeilijk.

De grootste struikelblokken zijn de financiële middelen en de kinderen.

Partners durven niet vertrekken omdat ze geen geld hebben, omdat de narcist altijd alles onder controle had.
Partners zijn bang om de kinderen in een scheiding te betrekken, dat de narcist hen als pionnen gaat gebruiken om hen nog meer te dwarsbomen.

Ik heb ook in die situatie gezeten. Tweemaal al. Het vraagt veel voorbereiding en rekensommen maken. En het resultaat is dat je het nadien met heel wat minder moet stellen.

Maar geloof me, het is die prijs dubbel en dik waard.

Er staat geen prijs op je veilig voelen
Er staat geen prijs op eindelijk niet meer in constante angst moeten leven.
Er staat geen prijs op niet meer in elkaar duiken bij elke scheldpartij of hand die opgeheven wordt.

En de kinderen zijn gelukkig elk moment dat ze niet bij de narcistische partner moeten zijn.
Dat is het enige dat nog schort in onze maatschappij.
Ik weet dat de rechtbank gemakkelijk oordeelt voor co-ouderschap.
Het concept van narcisme is nog veel te weinig gekend en er wordt veel te weinig rekening gehouden met de wensen van de kinderen, die liefst zo weinig mogelijk tijd moeten doorbrengen met de narcistische ouder.

Ook dat versterkt mij in mijn missie. Hoe meer mensen er over weten en praten, hoe meer bewustwording er komt. En niet zomaar dat het een hype zou zijn.

Mensen moeten echt bewust worden over wat narcisme is en wat voor schadelijke invloed ze hebben op hun omgeving.

Ik weet ook dat mensen vaak schermen met het argument dat een narcist er pas één is als hij of zij de klinische diagnose gekregen heeft.
Medisch gesproken is dat correct. Dan pas hebben ze een “stoornis”.

Maar in mijn ogen is het stellen van het schadelijke gedrag zonder de diagnose zeker even schadelijk en “gestoord”. En maakt het de gevolgen zeker niet minder schrijnend.

Het maakte voor mij geen verschil uit of mijn man de diagnose had, toen hij mij stond uit te schelden.
Het maakte geen verschil uit of hij de diagnose had, toen hij me een blauwe lip sloeg.

Het maakte wel verschil uit toen ik besefte dat hij de kenmerken van narcisme had, dat ik besloot om een einde te maken aan mijn relatie.

De vrouw op het stoeltje was zich daar toen niet bewust van.
Ze dacht toen nog dat het “alleen” alcoholisme was, en dat ze dat kon overwinnen, dat ze hem kon genezen.

Voor narcisme is er geen kans op genezing.

Ik had haar dat willen vertellen, vijf jaar geleden.

Maar ik weet ook dat een mens pas een knoop kan doorhakken als de nood hoger is dan de angst, of erger: de hoop.

En de vrouw op het stoeltje liep nog over van liefde en hoop.

Ik kan alleen maar blij zijn dat ze drie jaar later wel voor zichzelf heeft durven kiezen.
Dat ze vond dat ze meer waard was dan wat ze kreeg.

En vooral… dat ze niet meer wilde wat ze kreeg.
Dat ze eindelijk kon zeggen: NEE! IK WIL DIT NIET MEER!

NOOIT MEER.

NEVER AGAIN.

15 | Licht

Scheiden doet lijden.

Een waarheid als een koe, zoals men dat zegt.

Ook al weet je dat je een beslissing neemt die je al jàren geleden had moeten nemen, om jezelf en je kinderen te onttrekken aan een toxische omgeving, toch is die knoop doorhakken een zware dobber.

Het wil ook niet zeggen dat het jou zelf geen pijn doet, ook al neem je zelf de beslissing.

Ik weet dat mensen die het niet meegemaakt hebben, er vaak weinig begrip voor kunnen opbrengen. Hoe je nog verdriet kan hebben om een partner die je leven tot een hel maakte.

Vertrek dan gewoon. Dat zeggen ze.

Gewoon. Vertrekken.

Of “gewoon” zeggen dat hij moet vertrekken.

Gewoon. Vragen.

Bij een toxische relatie en specifiek een relatie met narcistisch misbruik, bestaat er geen “gewoon”.

Al je kracht wordt aan je onttrokken. Narcisten zijn echte energievampiers. Daarmee hopen ze dat je nooit de kracht zal hebben om aan hen te ontkomen.

Kracht.

Toen ik, anderhalf jaar geleden, snel de echtscheidingspapieren naar mijn advocate bracht, haalde ik opgelucht adem. De grootste stap was genomen. Nu kon ik beginnen uitkijken naar het einde.
En dus ook naar het begin.

Een nieuw begin van een nieuw leven. Een leven zonder constante angst. Ik wist wel dat ik daar ook aan zou moeten werken. Al in mijn jonge jaren bleek ik heel onderhevig te zijn aan angsten. De therapeute die ik had in mijn jonge twintiger jaren, zei het eens tegen mijn toenmalige echtgenoot (nummer 1 dus, de vader van mijn kinderen). Dat ik zo bang was van alles. Voor alles. Dat het mijn beslissingen op alle vlakken soms blokkeerde.

En toch slaagde ik er altijd in om de nodige knopen door te hakken.

Ik deed onlangs een test om mijn super power te onthullen. Dat blijkt voor mij nu net kracht te zijn, moed en doorzettingsvermogen. Alhoewel het nut van het soort test nog moet blijken uit een webinar die ik morgen heb, lijkt het resultaat me toch op het lijf geschreven te zijn.

Kracht. Tegen wil en dank. Want heb je ooit echt een keuze? Als je dreigt te verdrinken, begin je toch ook te spartelen in de hoop dat je boven blijft? Is dat dan kracht? Of de moed der wanhoop?

Anyway… daar wilde ik het in deze blog niet specifiek over hebben. Alhoewel het wel meespeelt in hoe de gebeurtenissen, die ik nu ga beschrijven, zich ontwikkeld hebben.

Nadat ik de papieren ingediend had, was ik ook wel bang. Bang dat het geweld nog erger zou worden. Bang dat hij op zijn toezegging zou terugkomen om zo snel mogelijk te vertrekken.

De eerste dagen scheen hij zijn best te doen om snel een appartement te vinden. Maar de eerste die hem wel zinden, bleken meestal pas binnen enkele maanden beschikbaar te zijn.
Ik heb snel duidelijk laten blijken dat dit geen optie voor mij was. Als het kon, wilde ik dat hij al de volgende dag weg zou zijn. Het was gewoon nog onhoudbaar, nu de knop omgedraaid was, om zijn gedrag te verdragen. Om zijn aanwezigheid te verdragen. Om de ogenschijnlijk trieste en verslagen blikken te verdragen.

Ik kon het niet meer opbrengen, echt niet.

Geen greintje empathie was er nog in mij over voor deze man die mij en mijn kinderen zo’n pijn had gedaan. Als “beloning” voor alle liefde die ik hem gegeven had.
En nu was het weg. Ik voelde niks meer, alleen nog leegte.
Het was op. Ik was op. Ik had niks meer te geven.

Na enkele dagen geen reactie van mij gekregen te hebben op het trieste vertoon, begon zijn gedrag weer te keren. Het gebruikelijke venijn werd een tandje hoger geschakeld.
Af en toe zakte het weer als het nodig was dat hij met mij communiceerde, omdat hij alweer iets nodig had. Dan gedroeg hij zich weer “normaal”.

We kwamen overeen dat hij eerst iets kleins zou zoeken dat onmiddellijk beschikbaar was en dat zijn spullen dan bij mij zouden blijven staan tot hij iets groters zou hebben. Dat betekende dus wel minstens een jaar, maar ik was zo opgelucht met deze oplossing, dat ik onmiddellijk toegezegd heb.

Tweede vraag was financieel. Hij moest daarvoor dus ook de gebruikelijke borg kunnen betalen. Alhoewel zijn loon 3 keer zoveel was als het mijne, had hij geen spaargeld.
Enkele jaren voordien had hij mijn auto kapot gereden en me die kosten terugbetaald, en daarmee kon ik hem die som dus voorschieten. Gelukkig dat ik altijd heel spaarzaam geweest ben met mijn 60% loon, of ik was met hem al lang de armoede in beland.

Alweer die kracht en doorzettingsvermogen, misschien?

Toen dat alles geregeld was, kon ik eindelijk beginnen aftellen. Omdat ik echt niet meer kon verdragen om nog veel in zijn aanwezigheid te zijn, ging ik enkele dagen op verlof met mijn kinderen. Om ook hen te sparen van zijn erger wordende gedrag.

Die dagen waren leuk en ontspannend voor ons en ik had weer hernieuwde moed om de laatste dagen met hem door te spartelen.

De thuiskomst was vreselijk. Hij straalde zoveel haat uit dat ik écht bang werd voor onze levens. Ik durfde geen moment meer met hem alleen zijn of mijn kinderen alleen bij hem laten.

Ik contacteerde één van mijn beste vriendinnen, die gelukkig snel kon komen. Ik stond haar buiten op te wachten want ik durfde niet meer in mijn huis bij hem te zijn.

Nadat ze mij wat gekalmeerd had, ging ze binnen polshoogte nemen en bleek hij te liggen slapen in de zetel. Natuurlijk, dat was de oorzaak. Alcohol. Alweer.

Mijn angst veranderde in afgrijzen en walging. Ik kon en wilde hier niet meer blijven in die laatste week voor zijn verhuis.

Een andere goeie vriendin had een appartement aan zee en gelukkig kon ik daar enkele dagen verblijven. En bij mijn ouders kon ik dan de laatste twee dagen overbruggen.

Ik ben iedereen nog altijd super dankbaar. Zij hebben mij het leven gered, denk ik vaak. Ik weet niet tot wat hij nog in staat zou geweest zijn onder de invloed van alcohol.

De volgende dag, toen hij weg was naar zijn werk, heb ik de kinderen en het hoogst nodige ingepakt en zijn we dus die laatste week op de vlucht geslagen. Uit mijn eigen huis.

Het ergste vond ik het voor de kinderen. Ze hadden van hun eigen spaarcentjes een gaming computer gekocht en waren doodsbang dat hij die zou kapot maken. Het zou niet het eerste geweest zijn dat hij in een vlaag van woede had kapot gemaakt. Of onder de invloed van alcohol, zoals mijn auto. 1 kamer kon ik op slot doen, maar van de andere had ik geen sleutel meer. Maar dat risico moesten we maar nemen. Beter materiële schade dan ons leven.

Die laatste week ervaarde ik als het ultieme laagste punt van mijn relatie. Aan de ene kant was ik opgelucht dat we veilig waren, aan de andere kant helemaal verslagen. Hoe diep kan je zakken als je moet wegvluchten van je partner.

Nochtans was het niet de eerste keer. Ik was voordien al enkele keren met de kinderen, zonder schoeisel of andere benodigdheden, de auto moeten inspringen om ons in veiligheid te brengen voor zijn gewelddadigheid. Maar dan kon ik altijd terugkeren zodra hij zijn roes lag uit te slapen.

Nu, zo een hele week op de vlucht, was toch ingrijpend. Ik heb buiten het gezichtsbereik van de kinderen zitten huilen. Verslagen, vermoeid, leeg. Vol schuldgevoel dat ik het zo lang heb laten duren. Als ik naar mijn kinderen keek, die alleen hun gsm hadden om zich mee bezig te houden, voelde ik me zo ellendig. Gelukkig was het vrij goed weer aan zee en kon ik hen nog wat bezig houden met wandelingen en iets lekkers gaan eten.

Zodra hij besefte dat ik weg was, was hij weer beginnen smeken dat we naar huis zouden komen, dat we niks te vrezen hadden. Maar ik vertrouwde hem niet meer. En ik ging zeker geen enkel risico meer nemen. Ik kreeg nog wat schuldbewuste mails en dan doofde het uit.
Ik was er niet kwaad voor, ik had rust nodig in mijn hoofd. En ik had geen enkele behoefte om nog op eender welke manier met hem te communiceren.

Het enige dat ik nog met hem besprak, was de uiteindelijke verhuis van de noodzakelijke dingen die hij zou meenemen. Omdat hij zelf geen auto of rijbewijs had op dat moment, moest ik hem zelf nog verhuizen ook.

Achteraf bekeken, vraag ik me nog altijd af waarom ik dat allemaal gedaan heb, in plaats van hem te zeggen dat hij zelf zijn plan moest trekken. Maar ik vond dat ik het beter kon doen, dan had ik er tenminste controle over dat hij daadwerkelijk weg zou zijn.

Vrienden verklaarden me voor gek dat ik dat nog gedaan heb, maar het was dus niet helemaal zonder eigenbelang.

Wat ik wel geweigerd heb, is hem nog met me te laten meerijden naar zijn nieuwe appartement. Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om nog een half uur met hem alleen in de auto te zitten.

Gelukkig is mijn vader ook meegereden om alle spullen te kunnen verhuizen, ik wilde het ook niet alleen doen. Ik was te bang geworden voor de toestand waarin hij zich zou kunnen bevinden. Gelukkig was hij nuchter, zelfs wat ontredderd. Het raakte me bijna opnieuw in mijn hart.

Bijna.

Het afscheid zelf was toch nog verrassend emotioneel. Hij is beginnen huilen toen ik instapte om te vertrekken, en bijna had ik mijn armen om hem heen geslagen om hem te troosten. Zoals ik 10 jaar lang gedaan had.

Opnieuw leek hij de kwetsbare man vol schuldbesef die me zo dikwijls had weten te overtuigen om bij hem te blijven en hem te blijven vergiffenis schenken.

Ik raakte zijn arm even aan en zei dat het me ook speet hoe het allemaal is moeten lopen.
De aanraking gaf zo’n schok dat ook ik mijn tranen heb moeten verbijten. Ik mocht niet laten zien dat het me ook pijn deed, een moment van kwetsbaarheid zou hem hoop geven en weer een heel proces in gang zetten van mij bestoken met berichten.

Nee, ik moest sterk zijn. Het duidelijke signaal geven dat het onherroepelijk voorbij was.

Kracht en doorzettingsvermogen.

Op dat moment, ja.

Tien minuten later, alleen onderweg naar huis, ben ik helemaal gebroken.

Alle pijn die ik de laatste weken had moeten inhouden omwille van de kinderen, kwam naar boven en ik ben luidkeels beginnen huilen. Echt heel luid. Ik heb mijn muziek even luid gezet, kwestie van geen rare blikken te krijgen van mensen rond me.

Na deze deugddoende ontlading, kwam een enorme rust over me heen.

Het was eindelijk voorbij. Echt helemaal voorbij.

En voor het eerst zag ik weer licht voor me. Ik had de tunnel verlaten en kon weer de wereld voor me en rond me zien.

En ik zag dat het goed was.

14 | Voorbij

Eens je tot de realisatie gekomen bent dat je partner een narcist(e) is, begint er een heel proces in je hoofd en je hart.

Je denkt “ja, eindelijk zijn de puzzelstukjes in elkaar gevallen, eindelijk is het duidelijk waar het gedrag vandaan komt!”.

Maar… wat dan?

Dan zit je daar. Net bekomen van de aha-erlebnis. De kortstondige euforie van het besef dat het allemaal niet aan jou lag, ebt weg. En wat overblijft is leegte. Pijn. Verdriet.

Het besef dat het ook een eindpunt is.

Het einde van je relatie.
Het einde van je hoop dat het allemaal ooit nog goed komt.
Het einde van de droom van een leven samen.
Het einde van je leven zoals het op dat moment is.

En ook al is dat laatste iets goeds, je wil het nog niet loslaten.
Je bent het gewoon.
Op een vreemde manier voelt het veilig, want het is bekend.
Het onvoorspelbare gedrag is op een vreemde manier ook voorspelbaar.

Het idee dat je actie gaat moeten ondernemen, jaagt je schrik aan.
Het idee dat je leven gaat veranderen, maakt je bang.
Het idee dat je niet weet hoe je er aan moet beginnen, geeft je paniekaanvallen.

En tegelijk… als je even een moment van stilte ervaart… en je probeert je in te beelden…

Hoe het zou zijn om niet meer elke dag op eieren te lopen…
Hoe het zou zijn om niet elke keer in angst thuis te komen…
Hoe het zou zijn om niet meer elke keer je adem in te houden als je een berichtje binnen krijgt op je smartphone…
Hoe het zou zijn om vrolijk thuis te komen van een koffie met vrienden en geen nare blikken te zien die op je wachten…
Hoe het zou zijn om liefde voor iemand te voelen, die hetzelfde aan je teruggeeft zonder iets van je te verwachten…

En je voelt je overstromen met een warm gevoel… een veilig gevoel…

Ik weet het. Het doet pijn om je dit in te beelden, en meestal wuif je het beeld snel weg als het bij je opkomt.

Maar deze keer voelt het anders. Je voelt dat er iets veranderd is. Je weet dat je hét punt voorbij bent.

The point of no return.

Eén keer de knop omgedraaid is, is er meestal geen weg meer terug.

Want je weet dat je niet meer terug wil. Je weet dat je meer wil dan dit leven in angst en pijn.

In juni 2021 dacht ik dat ik dat punt gepasseerd was. Ik had documenten van het internet gehaald voor een EOT (Echtscheiding Onderlinge Toestemming) en ik had een inventaris opgemaakt van de dingen die we gemeenschappelijk gekocht hadden, en een verdeling gemaakt onder ons.

En toch slaagde mijn toenmalige echtgenoot er in om me nogmaals te overtuigen. Even klonken de beloftes en smeekbedes gemeend, werd er beloofd om mee te werken aan relatietherapie. En ja, ik ben gezwicht. Ik wilde niet verweten worden dat ik niet àlles geprobeerd had om het te laten werken.

Alhoewel ik dat eigenlijk al 1000 keer gedaan had. Voor mezelf wist ik dat wel, maar ik wilde dat ook hij het besefte. Want al die 1000 voorgaande keren had het niks uitgehaald.

Diep vanbinnen wist ik echter dat mijn knop al 90% omgedraaid was, en ik wilde er eindelijk korte metten mee maken als de relatietherapie op niks zou uitdraaien.

Ik contacteerde een advocate en liet alle nodige papieren al opmaken. Ik wist dat, als het einde er echt aan kwam, dat ik snel zou moeten reageren als hij bereid zou zijn om de papieren te tekenen, en ik wilde ook duidelijk het signaal geven dat het écht voorbij was.

Ja, de angst zat er in dat hij ging tegenwerken en dat we in een vechtscheiding zouden terechtkomen. Dus ik maakte in stilte alle voorbereidingen en wachtte op de dag die onvermijdelijk zou komen.

Heb ik zelf écht mijn best gedaan in de relatietherapie? Ik denk het wel. Maar ik stelde me niet meer op als de immer vergevingsgezinde vrouw die alweer alles probeert om het goed te maken. Ik stelde me op als de sterkte vrouw die ik me probeerde te voelen, met de duidelijke grens dat het genoeg geweest was.

Dat gooide natuurlijk olie op het vuur en er was van beide kanten weinig sprake van toenadering. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat alles het gevolg was van zijn gedrag. Hij probeerde het zo te manipuleren dat alles de schuld was van mijn kinderen en mijn mislukte opvoeding.

Ik weet niet of dat bijgedragen heeft tot zijn crisis op de dag dat het allemaal eindigde.
Ik zal nooit weten wat er juist gebeurd is dat hem bracht tot de acties die alles kapot maakten.

Bij elke stemmingswisseling leek het alsof hij van persoonlijkheid veranderde, dus ik was al wel wat gewoon.
Maar wat er die dag gebeurde, was onbegrijpelijk. Ik kan het niet anders omschrijven dan dat er kortsluiting moet opgetreden zijn in zijn hoofd.

Twee van mijn kinderen worstelen al enkele jaren met hun genderidentiteit. Ik had er weinig met hem over gedeeld, want hij gebruikte hun autisme al om hen mee uit te schelden (het woord “mongolen” viel regelmatig), dus ik wilde niet dat hij dat ook zou gebruiken om hen bewust mee te kwetsen.

Want zoals bij mij, stopte hij pas in de periodes van misbruik als hij hen met de grond gelijk gemaakt had.

Ik had hem vooraf gewaarschuwd dat dat voor mij het breekpunt zou zijn. Als hij dat ooit zou gebruiken tegen hen, zou het voor mij gedaan zijn.

Hij was al enkele keren bij het schelden in die richting gegaan, maar als ik hem waarschuwde, hield hij zich alsnog in. Maar ik zag het zo al erger worden, en ik wist dat hij vroeg of laat over de schreef zou gaan.

Natuurlijk hoopte ik van niet. Zelfs na meer dan 9 jaar misbruik, hoopte ik nog altijd dat er op een dag een mirakel zou gebeuren en dat hij het licht zou zien en de lieve man zou worden waarop ik dacht dat ik verliefd geworden was.

En dan kwam dé dag.

Ik had een halve dag vrij en de roep van de zee kwam weer bij me op. Ook al zou ik langer onderweg zijn met de trein dan dat ik echt aan zee zou zijn, stapte ik op de trein met de hoop op een namiddag rust.

Eerst was hij begripvol en enthousiast, tot hij me vroeg wat we ‘s avonds zouden eten.
Vermits ik maar een halve dag had, zei ik hem dat ik waarschijnlijk pas laat zou terug zijn.
Dat was altijd zo bij mijn uitstapjes en het was nooit eerder een probleem.
Ik voelde dat er bij hem wat weerstand ontstond, maar ik wilde er deze keer geen rekening mee houden.
Ogenschijnlijk legde hij zich erbij neer en hij zou zelfs voor het eten voor mijn kinderen zorgen.

Tijdens mijn uitstapje kreeg ik ogenschijnlijk normale sms-jes, die ik niet onmiddellijk bekeek want ik wilde genieten van de rust aan zee. Ik nam de tijd om mijn situatie te overdenken en nam het besluit dat ik me niet meer zou laten leiden door angst. Dat ik mijn leven verder zelf in handen wilde nemen.

Toen ik op de trein naar huis stapte, merkte ik dat er plots weer heel veel berichten in mijn inbox zaten. En zoals altijd bleek dat niet veel goeds te voorspellen.

Naast zijn berichten stonden er ook van mijn twee oudste kinderen in. Die me anders nooit iets stuurden. Dat deed mijn alarmbellen nog luider klinken.

Wat ik las, tartte al mijn verbeelding. Blijkbaar was hij begonnen met mijn kinderen alweer uit te schelden, deze keer specifiek gericht op het gender issue en was hij een telefonische oorlog begonnen met de vader van mijn kinderen én mijn ouders.

Verslagen heb ik zitten huilen op de trein. Toen en daar heb ik moeten toegeven dat het voorbij was. Echt voorbij. Er zouden geen kansen meer gegeven worden.

Ik heb gereageerd op zijn berichten dat ik bij thuiskomst de papieren zou klaarleggen voor hem voor te ondertekenen en dat ik hem verder niks meer te zeggen had.

En ik heb hem geblokkeerd op alle kanalen waar hij contact met me kon opnemen.

Na mijn kinderen nog even wat gerustgesteld te hebben dat ik onderweg was en dat het allemaal voorbij was nu, heb ik de rest van de treinrit nog zitten huilen.

Het was voorbij.

De strijd, de pijn, het verdriet.

De hemelse liefde, de aanbidding, de vlinders in de buik, de liefdesbetuigingen, de boeketten, de romantiek.

De vernederingen, de scheldpartijen, de helse e-mails, sms’en in caps letters, het geroep, het getier, de bedreigingen, het liegen.

Eindelijk was het voorbij.

13 | Wanneer je beseft dat het narcisme is

Wanneer kom je tot het besef dat je een relatie hebt met een narcist?

Dat vroeg Annick me in de podcast die je eergisteren kon beluisteren. Ik moest daar toen even over nadenken. Zoals ik in mijn vorige blog schreef, rol je er geleidelijk in, zodat je het niet echt beseft.

Natuurlijk voel je wel dat het hélemaal niet okee is hoe je behandeld wordt. Maar je wordt gebrainwasht, of zoals het in het narcisme-landschap genoemd wordt: ge-gaslight

(de term komt uit een film van Alfred Hitchcock)

Gaslighting betekent dat je beleving van de realiteit zo in vraag gesteld wordt, dat je gaat geloven dat je alles verkeerd ziet, hoort en voelt. Zo erg dat je op een bepaald moment gesprekken gaat beginnen opnemen, zodat je later voor jezelf kan horen dat het wel degelijk zo gegaan is als jij het je herinnert.

En ja, ook ik heb dat gedaan. Ook met de bedoeling om het te kunnen laten horen aan mensen die het nog altijd niet willen geloven. Of in de rechtbank als het tot een vechtscheiding zou komen. Gelukkig is dat niet gebeurd bij mij, maar dat het van een leien dakje gegaan is, kan ik ook niet zeggen. Maar dat is voor een andere blog.

In elk geval, als je in je relatie begint te beseffen dat je zoiets zou willen doen, gesprekken opnemen om zeker te zijn dat je niet gek bent, ga er dan maar van uit dat er iets ernstigs mis is. Dat je gemanipuleerd wordt. 

En begin dan eens rond te kijken en te horen. 

Ik weet niet meer hoe het bij mij juist gebeurd is, maar op een gegeven moment ben ik bij youtube filmpjes van Dr. Ramani beland, die een heel kanaal over narcisme heeft. 

De kenmerken die ze beschreef, klonken zo bekend in de oren.

Eigenlijk, nu ik dit zo schrijf, herinner ik het me plots weer. Mijn ex had/heeft een alcoholprobleem. Ik ben een tijdje lid geweest van facebook zelfhulpgroepen voor partners van alcoholisten. Ik heb zelfs een eigen website erover gemaakt, met de bedoeling een forum te bieden voor lotgenoten. Toen nog vanuit de insteek om onze partners te helpen, want ze hadden het toch zo moeilijk. (sorry als ik hier wat sarcastisch klink, maar het leek altijd alsof wij als slachtoffers niet het recht hadden om het er moeilijk mee te hebben)

Dat kreeg ik trouwens als verwijt elke keer ook te horen, als ik kloeg dat hij zich weer niet aan zijn beloftes hield. Dat ik niet elke keer oude koeien uit de gracht mocht halen, want zo steunde ik hem niet. Ik moest vooral begripvol en geduldig zijn. Ik begreep toen niet hoe de AA-leden elkaar zo aanspoorden om met hun partner om te gaan, maar nu ben ik ervan overtuigd dat het vooral hijzelf was die deed alsof het vanuit de AA kwam. Gaslighting alweer.

En geloof me, ik héb véél geduld gehad. 1000 keer opnieuw vergeven, telkens opnieuw geloofd dat het vanaf nu beter zou zijn. Ik haalde helemaal geen oude koeien uit de gracht, want dat betekende alweer veel verbaal geweld en hervallen in alcoholmisbruik, dus daar paste ik wel voor op.

In de zelfhulpgroepen waarvan ik lid was, begon vaak het woord “narcisme” te vallen. De gedragingen die werden besproken, vielen vaak samen met gevolgen van alcoholisme, dus ik besteedde er toen niet zoveel aandacht aan.

Dan gebeurde “het incident”. Ik dacht dat dat het keerpunt zou zijn, dat hij niet lager meer kon vallen, dat het toen eindelijk gedaan zou zijn.

Ik ga er niet vaag over doen. Naarmate mijn kinderen ouder werden, begonnen ze veel minder tolerant naar hem te worden. Op zijn scheldpartijen werd gereageerd en hij werd er nog agressiever van. Het idee om tegengesproken te worden, was onaanvaardbaar voor hem. En als hij dan ook nog gedronken had, werd hij helemaal agressief, ook fysiek. Op een dag ontstond er een schermutseling tussen hem en mijn twee 17-jarige zonen, en brak hij de neus van mijn oudste zoon. 

Ook dat vergaf ik hem. Zelfs mijn zoon vergaf het hem. Want hij had het toch zo moeilijk. Hij was ziek.

En daarom nam ik hem mee naar de huisdokter. Mijn voorwaarden: terug naar de AA, aan de medicatie tegen alcoholmisbruik en in therapie.

Gedurende een half jaar ging dat beter. Ik kan niet zeggen “goed”, maar het ging beter. 

Maar natuurlijk duurde het niet lang. Ik begon te vermoeden dat hij de medicatie niet nam, want hij kwam opnieuw aangeschoten thuis na het werk. Dus telde ik het aantal pilletjes in het doosje. En dat bleef soms dagen na elkaar hetzelfde aantal.

Ja, zo ver komt het. Als partner val je in acties die je nooit had durven denken. Die je nooit had durven nodig achten. Je telt pilletjes. Je checkt uitgaven. Je checkt hun online activiteiten, waar ze zijn (of ze inderdaad zijn waar en wanneer ze zeggen dat ze zijn), je check zelfs hun chats. Dingen waar ik zeker niet fier op ben. En ik wou dat ik kon zeggen dat ik niets vond. Helaas ben ik gezegend met een zesde zintuig, dat zegt dat er iets niet pluis is als dat ook echt zo is.

Maar er is dus een korte periode geweest (geen zes maanden, alhoewel ik voor hem toen een heuse trofee in plexiglas heb laten maken om zijn zes maanden te vieren) dat hij niet of weinig onderhevig was aan alcohol.

Maar het ging niet echt veel beter. Het gedrag zwakte af, maar het bleef. 

En toen ben ik gaan beseffen dat het niet aan de alcohol lag. Er was iets mis met hem zelf.

Dat was een zware dobber voor mij. De hoop dat het eindelijk zou beteren en dat hij zou kunnen genezen, werd de kop ingedrukt. 

Maar wat was er dan wel aan de hand? En toen herinnerde ik me de gesprekken in de zelfhulpgroepen. De naam Dr. Ramani kwam ter sprake en ik begon me te verdiepen in haar video’s en verhalen van lotgenoten.

Het is een bevreemdende ervaring. Je denkt dat je verhaal in het begin een sprookje was dat geleidelijk uitgroeide tot een nachtmerrie. Je denkt dat je speciaal was, dat jouw verhaal uitzonderlijk is.

En dan lees je verhalen die lijken alsof je ze zelf hebt neergeschreven. Je leest woorden die gezegd werden, die ook uit de mond van jouw geliefde kwamen. Je hoort beschrijvingen van situaties die identiek zijn aan de jouwe. 

En dan besef je: er is een patroon. Hij is niet zomaar een man met bepaalde gedragingen, het is een patroon en het heeft een naam. 

Narcisme.

Als ik het woord vroeger hoorde, dacht ik dat het synoniem was voor een mens met overdreven eigendunk en ijdelheid. Iemand die irritant kon zijn, maar verder onschadelijk was voor zichzelf en/of zijn omgeving.

De eerste keer dat ik besefte dat het ook negatieve gevolgen had, was toen mijn ex zelf bij de psychiater buiten kwam en heel ontdaan vertelde dat deze hem gezegd had dat hij ernstige kenmerken van narcisme vertoonde.

Ik heb toen veel moeite moeten doen om niet te lachen en te zeggen “ja, deuh!”.

Toen was het even amusant, maar toen ik me er in begon te verdiepen, verging het lachen me steeds minder.

Ik kocht het boek van Dr. Ramani: “Should I Stay or Should I Go? – Surviving a relationship with a narcissist”.

En toen gingen mijn ogen open. Helemaal open.

Alle puzzelstukken vielen op hun plaats. En tegelijk stortte mijn wereld in elkaar.

Het heeft een naam. Het zijn persoonlijkheidseigenschappen en niet het gevolg van alcoholisme. 

En het is ongeneeslijk.

En daar sta je dan. En je beseft dat je inderdaad jezelf de vraag moet stellen.

Should I Stay or Should I Go.

Het klinkt als een liedje. Maar eigenlijk is het een doodvonnis voor je relatie.

Voor alle hoop die je nog had. Voor alle dromen waar je je nog aan vasthield.

En tegelijk voel je opluchting. 

Eindelijk besef je dat je zelf nergens de schuld aan had. Dat je niks anders had kunnen doen om het te doen werken. Waarom niks hielp. 

Het was een verloren zaak vanaf het moment dat je hem in je hart sloot. En geen enkele gram liefde meer had daar iets aan kunnen veranderen.

Je weet dat je alles gedaan hebt wat je kon. En daarom weet je ook dat het okee is om het los te laten.

Het is niet opgeven. Het is niet falen.

Het is gewoon de dingen accepteren die je niet kan veranderen, de moed hebben om de dingen te veranderen die je wel kan veranderen, en de wijsheid hebben om het verschil te zien.

Wat je dus wel kan veranderen, is de relatie stopzetten.

Of je kan accepteren dat het nooit zal veranderen.

Een tussenweg is er niet.

12 | De kikker in de kookpot

Vorige week was ik zelf te gast in een podcast. Topfit met Annick maakte een reeks met getuigenissen van mensen die slachtoffer zijn of waren van een narcist(e).

Hoewel het een vrij korte podcast is en er dus weinig kans was tot veel diepgang, hebben haar vragen me toch aan het nadenken gebracht. Ik denk dat het tijd is om mijn verhaal te brengen. Echt te brengen. Geen quotes van andere narcisme coaches met daar in het kort mijn ervaring bij. Mijn eigen teksten. Mijn eigen coaching.

Laat me beginnen met een onderscheid te maken in het landschap van narcisme coaching.

Als je googelt op “narcisme coach”, kom je terecht bij twee types.

Enerzijds heb je de coaches die slachtoffers van mensen met narcisme, al dan niet met de echte diagnose van NPS (Narcistische Persoonlijkheidsstoornis), helpen. 

Anderzijds heb je de coaches die de narcisten helpen. Ik weet niet of je hier kan spreken van mensen met NPS helpen, vermits het inzicht vereist om hulp te zoeken of zelfs maar te beseffen dat je hulp nodig hebt. Het is een contradictio in terminis. Maar goed, waarschijnlijk bestaan er mensen die op de grens leven, die beseffen dat hun gedrag niet okee is en hier iets aan willen doen.

Ik dacht vaak dat mijn tweede man hiertoe behoorde. Maar nu besef ik dat hij me gewoon zei wat ik wilde horen. Zodat ik zijn toevoer zou blijven van energie. Net genoeg kruimeltjes toegooien zodat ik bleef hoop hebben. Ik dacht dat het hetzelfde kon zijn als met het alcoholisme, dat hij een tijd onder controle scheen te hebben.

Alhoewel ik ook hierover mijn twijfels heb nu. Niemand kan zo goed alles verstoppen als een verslaafde. Een deel van zijn manipulatie bestond er ook in dat hij toegaf dat hij op bepaalde momenten zijn drank verstopte, zodat het leek alsof hij nu “echt wel” helemaal eerlijk was.

Maar goed. Ik ga proberen om het wat chronologisch neer te schrijven. Met deze inleiding wil ik vooral duidelijk maken dat, als ik het over mijn roeping als narcisme coach heb, het gaat om het helpen van de slachtoffers. Mijn lotgenoten.

De eerste vraag die Annick stelde, ging over hoe ik ben beginnen beseffen dat mijn ex een narcist is.

Alhoewel ik me heel bewust ben van de kenmerken van narcisten, moest ik toch even nadenken. Je rolt als het ware in de relatie en het misbruik, zodat het moeilijk is om te bepalen wanneer je ogen echt open gingen.

Ik gebruik graag de metafoor van de kikker in de kookpot hier. 

Als je een kikker in een kookpot met kokend water gooit, zal die er onmiddellijk uit springen.

Maar als je hem in koud water zet en de kookpot langzaam opwarmt, zal hij het niet merken tot het te laat is en zal hij sterven of zwaar beschadigd er uit kunnen klimmen. 

Zo gaat het ook met misbruik. 

De eerste keer dat ik besefte dat zijn gedrag écht niet okee was, gebeurde toen we een week of twee samen waren. Ik was, voor we een relatie begonnen, enkele keren op date gegaan met een andere man. Ondanks het feit dat we zelfs op dat moment nog geen gevoelens voor elkaar uitgesproken hadden, reageerde hij altijd extreem jaloers als dit nog maar ter sprake kwam. 

De eerste keer dat ik zijn ogen zag hard worden van haat, was omdat ik een sms-je kreeg van genoemde man. Alhoewel ik toen al aan deze duidelijk gemaakt had dat ik intussen een relatie had en geen interesse meer had in contact. De sms was onschuldig genoeg, een vraagje hoe het met me was. Geen sexting of ongepast taalgebruik. Maar het was genoeg om mijn “nieuwe liefde” aan te zetten tot venijnige uitspraken met ogen die gevuld waren met haat. De eerste keer dat ik bang was van hem.

En na een half uur sloeg dat plots weer om naar liefdevol mijn hand vastpakken en sorry zeggen, dat hij me zo graag zag, dat hij het idee van iemand anders in mijn leven niet kon verdragen. Opgelucht keek ik in zijn ogen en zag opnieuw de liefde en ik probeerde alle rode vlaggen die in mijn rug staken, te negeren. Ik gaf mezelf de schuld en blokkeerde genoemde man in mijn gsm en op alle andere communicatiemiddelen. Oef, het gevaar was geweken.

De tweede keer gebeurde toen we een maand of twee samen waren. Hij werkte toen als manager bij een startend outlet bedrijf, met lange stresserende dagen. Als hij dan thuiskwam na een vermoeiende dag en de nodige tijd in de file, was het eerste dat hij deed, een aperitiefje nemen, om “de vermoeidheid af te schudden”. Dat gebeurde dagelijks. Het voelde niet goed aan, maar hij deed er luchtig over, dus ik maakte er (nog) geen probleem van. 

Soms leek het alsof hij al elders ook een aperitiefje genomen had, want hij kwam ogenschijnlijk liefdevol thuis, wat dan na enkele minuten oversloeg naar een venijnig humeur. Ik lette heel erg op hoe ik hem ontving, altijd met een stralende glimlach en liefdevolle knuffel, hoe moe ik zelf ook was. 

Op die bewuste avond was ik te moe om te koken en had ik pizza in de oven gezet. Zijn oven, die hij mee verhuisd had, en die ik totaal nog niet gewoon was. Hij kwam ook veel later thuis dan hij aangekondigd had (wat mijn idee nog versterkte dat hij elders al een tussenstop gemaakt had, lees: op café) en oogde heel vermoeid en geïrriteerd. In een poging om de pizza warm te houden, had die langer dan voorzien in de oven gestaan en het resultaat was een zwart geblakerd baksel. 

Toen hij daar een blik op wierp, werd hij woedend. Hoe kon ik zo dom zijn, kon ik nog geen pizza opwarmen, het was al erg genoeg dat ik niet de moeite gedaan had om te koken, wat een stom wijf was ik toch.

En dan dwong hij me om de pizza zelf op te eten.

Eerst weigerde ik, en ik probeerde aan de situatie te ontsnappen. Toen ik de deur van de keuken opende, werd mijn pols hardhandig vastgepakt en werd ik op mijn stoel geduwd. Dreigend torende hij boven me uit en beval me om de pizza op te eten.

Ik bevroor, niet begrijpend waar ik dit verdiend had, denkende dat het inderdaad allemaal mijn schuld was, en ik begon de pizza in stukken te snijden terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Toen ik het tweede stuk in mijn mond stak, legde hij zijn hand zachtjes op de mijne en deed me stoppen. 

Ik werd opnieuw overladen door excuses, kreeg een stevige knuffel en hij zei dat hij snel wel zelf iets zou koken. Dat ik eventjes mocht gaan zitten, dat hij begreep dat ik de oven nog niet kende en dat hij me graag zag, maar dat hij gewoon een slechte dag had op het werk. 

Helemaal onder de indruk van wat er gebeurd was, ben ik bevend gaan zitten, terwijl de tranen nog prikten achter mijn ogen. Maar ik durfde ze niet meer laten zien. Alles hoorde weer okee te zijn en mijn verdriet laten zien, hield het risico in dat hij weer zou hervallen in zijn eerder humeur. Dus ik slikte alles in, en probeerde weer mijn liefdevolle glimlach boven te toveren.

Ik ben de “gelukkige” bezitter van een overlevingsmechanisme dat “rationaliseren” heet.

Geef een aanvaardbare verklaring voor een traumatische gebeurtenis, en mijn hersenen accepteren het. Het wordt gearchiveerd in een zijspoor en zorgvuldig afgesloten, zodat ik de pijn erachter niet herbeleef.

En zo werd ik in staat om na de nodige excuses terug in mijn liefde te tappen en hem te vergeven. Want hij had het zo moeilijk, en ik wilde hem helpen, hem genezen. Met genoeg liefde zou dat wel lukken. Hij deed toch zijn best, niet ? Of zo leek het toch. 

De rode vlaggen in mijn rug werden mee gearchiveerd op het zijspoor.

Dus ja… de vraag wanneer ik het me realiseerde? Pas na 9 jaar. Maar ik zat toen al 9 jaar in de kookpot.