
Vorige week was ik zelf te gast in een podcast. Topfit met Annick maakte een reeks met getuigenissen van mensen die slachtoffer zijn of waren van een narcist(e).
Hoewel het een vrij korte podcast is en er dus weinig kans was tot veel diepgang, hebben haar vragen me toch aan het nadenken gebracht. Ik denk dat het tijd is om mijn verhaal te brengen. Echt te brengen. Geen quotes van andere narcisme coaches met daar in het kort mijn ervaring bij. Mijn eigen teksten. Mijn eigen coaching.
Laat me beginnen met een onderscheid te maken in het landschap van narcisme coaching.
Als je googelt op “narcisme coach”, kom je terecht bij twee types.
Enerzijds heb je de coaches die slachtoffers van mensen met narcisme, al dan niet met de echte diagnose van NPS (Narcistische Persoonlijkheidsstoornis), helpen.
Anderzijds heb je de coaches die de narcisten helpen. Ik weet niet of je hier kan spreken van mensen met NPS helpen, vermits het inzicht vereist om hulp te zoeken of zelfs maar te beseffen dat je hulp nodig hebt. Het is een contradictio in terminis. Maar goed, waarschijnlijk bestaan er mensen die op de grens leven, die beseffen dat hun gedrag niet okee is en hier iets aan willen doen.
Ik dacht vaak dat mijn tweede man hiertoe behoorde. Maar nu besef ik dat hij me gewoon zei wat ik wilde horen. Zodat ik zijn toevoer zou blijven van energie. Net genoeg kruimeltjes toegooien zodat ik bleef hoop hebben. Ik dacht dat het hetzelfde kon zijn als met het alcoholisme, dat hij een tijd onder controle scheen te hebben.
Alhoewel ik ook hierover mijn twijfels heb nu. Niemand kan zo goed alles verstoppen als een verslaafde. Een deel van zijn manipulatie bestond er ook in dat hij toegaf dat hij op bepaalde momenten zijn drank verstopte, zodat het leek alsof hij nu “echt wel” helemaal eerlijk was.
Maar goed. Ik ga proberen om het wat chronologisch neer te schrijven. Met deze inleiding wil ik vooral duidelijk maken dat, als ik het over mijn roeping als narcisme coach heb, het gaat om het helpen van de slachtoffers. Mijn lotgenoten.
De eerste vraag die Annick stelde, ging over hoe ik ben beginnen beseffen dat mijn ex een narcist is.
Alhoewel ik me heel bewust ben van de kenmerken van narcisten, moest ik toch even nadenken. Je rolt als het ware in de relatie en het misbruik, zodat het moeilijk is om te bepalen wanneer je ogen echt open gingen.
Ik gebruik graag de metafoor van de kikker in de kookpot hier.
Als je een kikker in een kookpot met kokend water gooit, zal die er onmiddellijk uit springen.
Maar als je hem in koud water zet en de kookpot langzaam opwarmt, zal hij het niet merken tot het te laat is en zal hij sterven of zwaar beschadigd er uit kunnen klimmen.
Zo gaat het ook met misbruik.
De eerste keer dat ik besefte dat zijn gedrag écht niet okee was, gebeurde toen we een week of twee samen waren. Ik was, voor we een relatie begonnen, enkele keren op date gegaan met een andere man. Ondanks het feit dat we zelfs op dat moment nog geen gevoelens voor elkaar uitgesproken hadden, reageerde hij altijd extreem jaloers als dit nog maar ter sprake kwam.
De eerste keer dat ik zijn ogen zag hard worden van haat, was omdat ik een sms-je kreeg van genoemde man. Alhoewel ik toen al aan deze duidelijk gemaakt had dat ik intussen een relatie had en geen interesse meer had in contact. De sms was onschuldig genoeg, een vraagje hoe het met me was. Geen sexting of ongepast taalgebruik. Maar het was genoeg om mijn “nieuwe liefde” aan te zetten tot venijnige uitspraken met ogen die gevuld waren met haat. De eerste keer dat ik bang was van hem.
En na een half uur sloeg dat plots weer om naar liefdevol mijn hand vastpakken en sorry zeggen, dat hij me zo graag zag, dat hij het idee van iemand anders in mijn leven niet kon verdragen. Opgelucht keek ik in zijn ogen en zag opnieuw de liefde en ik probeerde alle rode vlaggen die in mijn rug staken, te negeren. Ik gaf mezelf de schuld en blokkeerde genoemde man in mijn gsm en op alle andere communicatiemiddelen. Oef, het gevaar was geweken.
De tweede keer gebeurde toen we een maand of twee samen waren. Hij werkte toen als manager bij een startend outlet bedrijf, met lange stresserende dagen. Als hij dan thuiskwam na een vermoeiende dag en de nodige tijd in de file, was het eerste dat hij deed, een aperitiefje nemen, om “de vermoeidheid af te schudden”. Dat gebeurde dagelijks. Het voelde niet goed aan, maar hij deed er luchtig over, dus ik maakte er (nog) geen probleem van.
Soms leek het alsof hij al elders ook een aperitiefje genomen had, want hij kwam ogenschijnlijk liefdevol thuis, wat dan na enkele minuten oversloeg naar een venijnig humeur. Ik lette heel erg op hoe ik hem ontving, altijd met een stralende glimlach en liefdevolle knuffel, hoe moe ik zelf ook was.
Op die bewuste avond was ik te moe om te koken en had ik pizza in de oven gezet. Zijn oven, die hij mee verhuisd had, en die ik totaal nog niet gewoon was. Hij kwam ook veel later thuis dan hij aangekondigd had (wat mijn idee nog versterkte dat hij elders al een tussenstop gemaakt had, lees: op café) en oogde heel vermoeid en geïrriteerd. In een poging om de pizza warm te houden, had die langer dan voorzien in de oven gestaan en het resultaat was een zwart geblakerd baksel.
Toen hij daar een blik op wierp, werd hij woedend. Hoe kon ik zo dom zijn, kon ik nog geen pizza opwarmen, het was al erg genoeg dat ik niet de moeite gedaan had om te koken, wat een stom wijf was ik toch.
En dan dwong hij me om de pizza zelf op te eten.
Eerst weigerde ik, en ik probeerde aan de situatie te ontsnappen. Toen ik de deur van de keuken opende, werd mijn pols hardhandig vastgepakt en werd ik op mijn stoel geduwd. Dreigend torende hij boven me uit en beval me om de pizza op te eten.
Ik bevroor, niet begrijpend waar ik dit verdiend had, denkende dat het inderdaad allemaal mijn schuld was, en ik begon de pizza in stukken te snijden terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Toen ik het tweede stuk in mijn mond stak, legde hij zijn hand zachtjes op de mijne en deed me stoppen.
Ik werd opnieuw overladen door excuses, kreeg een stevige knuffel en hij zei dat hij snel wel zelf iets zou koken. Dat ik eventjes mocht gaan zitten, dat hij begreep dat ik de oven nog niet kende en dat hij me graag zag, maar dat hij gewoon een slechte dag had op het werk.
Helemaal onder de indruk van wat er gebeurd was, ben ik bevend gaan zitten, terwijl de tranen nog prikten achter mijn ogen. Maar ik durfde ze niet meer laten zien. Alles hoorde weer okee te zijn en mijn verdriet laten zien, hield het risico in dat hij weer zou hervallen in zijn eerder humeur. Dus ik slikte alles in, en probeerde weer mijn liefdevolle glimlach boven te toveren.
Ik ben de “gelukkige” bezitter van een overlevingsmechanisme dat “rationaliseren” heet.
Geef een aanvaardbare verklaring voor een traumatische gebeurtenis, en mijn hersenen accepteren het. Het wordt gearchiveerd in een zijspoor en zorgvuldig afgesloten, zodat ik de pijn erachter niet herbeleef.
En zo werd ik in staat om na de nodige excuses terug in mijn liefde te tappen en hem te vergeven. Want hij had het zo moeilijk, en ik wilde hem helpen, hem genezen. Met genoeg liefde zou dat wel lukken. Hij deed toch zijn best, niet ? Of zo leek het toch.
De rode vlaggen in mijn rug werden mee gearchiveerd op het zijspoor.
Dus ja… de vraag wanneer ik het me realiseerde? Pas na 9 jaar. Maar ik zat toen al 9 jaar in de kookpot.