19 | No pain, no gain.

Als er iets is waar narcisten meester in zijn, is het manipuleren. In het begin gebruiken ze leugens over hun exen om zich te profileren in een slachtofferrol. De truc die het meest succesvol is, is net genoeg waarheid in de leugen te stoppen om hem geloofwaardig te maken.

Zo nam hij altijd ogenschijnlijk de verantwoordelijkheid op voor zijn aandeel in het feit dat de vorige relaties mislukt waren. Maar hij gaf er dan altijd zo’n draai aan dat het toch allemaal buiten zijn macht lag, dat er altijd omstandigheden waren die de oorzaak waren…

Ik vond het toen allemaal heel aannemelijk klinken. Je kan inderdaad op een bepaald type vrouw vallen of de verkeerde aantrekken, en volgens hem was het telkens zo dat hij voor de volgende viel omdat zijn toenmalige relatie al spaak aan het lopen was.

Voor mij liep het niet anders. Tegen beter weten in had ik me laten overtuigen dat zijn huwelijk voorbij was en dat zijn toenmalige vrouw al lang naar een echtscheiding vroeg, maar dat hij haar meermaals gesmeekt had om toch te blijven proberen.

Toen ik eenmaal op zijn radar kwam en voor hem viel, gaf hij haar dan zogezegd snel toe om bij mij te komen wonen.

Ik vond het toen vreemd dat het toch nog een jaar geduurd heeft eer die scheiding uiteindelijk rond was, maar dat was volgens hem omdat zij veel problemen maakte met de inboedelverdeling.

Het feit dat ze een deel van die inboedel gewoon op straat gezet heeft, was voor mij toen een heel vreemde actie. Natuurlijk heb ik nooit iets gezien van de communicatie tussen hen en ik kon alleen maar zijn verhaal aannemen. Wat ik ook gedaan heb zonder twijfel.

Het is vreemd hoe ze je van in het begin kunnen brainwashen. Ik had mijn hele leven een aantal vaste principes, waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze zou overtreden.

Zo zou ik nooit iets beginnen met een getrouwde man. En zou ik me nooit laten slaan.
Beide grenzen heb ik laten overschrijden. En het vreemde is dat mijn hoofd het aanvaardde, dat er een rationele verklaring achter zat.

Toen we anderhalf jaar samen waren, viel hij in een depressie en een burn-out. Hij was geobsedeerd door overdadig veel werken om terug middelen te kunnen opbouwen na zijn faillissement, gestresseerd door elke dag een uur of vijf in de file te staan en getraumatiseerd door één bepaalde ex. Maar zelfs toen ging er nog geen belletje rinkelen.

In zijn depressie eiste hij nog veel meer aandacht van me dan voordien. Ik kon bijna nooit weg met vriendinnen omdat hij dan eindeloze zielige berichtjes zat te sturen die deden uitschijnen dat hij zijn leven ging beëindigen. Idem voor als ik aan het werk was. Meermaals ben ik halsoverkop de auto ingesprongen met een vaag excuus aan mijn collega’s en met angst voor wat ik thuis zou aantreffen.

Meestal zat hij dan gewoon in de zetel te slapen. Ik besefte het toen nog niet, maar hij was dus meestal zijn roes aan het uitslapen en wist nadien nog amper wat hij me allemaal gestuurd had.

Het meest schrijnende voorval, dat bewees in welke mate hij me probeerde te manipuleren, was toen ik op een avond thuiskwam en een bloedspoor aantrof in de gang, dat leidde naar de badkamer, waar hij alweer zijn roes lag uit te slapen.

Omdat ik geen verwondingen zag, bekeek ik het “bloedspoor” sceptisch en besefte dat het gewoon… ketchup was.

Ik kan niet beschrijven wat op zo’n moment door me ging. Ongeloof. Boosheid ook omdat ik besefte dat ik gemanipuleerd werd.

Maar meest van al een soort medelijden. Dat hij zo diep zat dat hij dit gebruikte om aandacht te krijgen. En mijn liefdevol hart zag alleen een getormenteerd man, die ik probeerde zoveel mogelijk te steunen om hem te helpen genezen.

Dit soort van overgedramatiseerde situaties gebeurden wel vaker in die periode. Het verhaal van de thermometer bijvoorbeeld (zie vorige blogs). Soms riepen ze angst bij me op, soms verdriet, soms medelijden. Soms frustratie.

Enkele keren ook boosheid. Zoveel boosheid dat ook ik mijn zelfbeheersing verloor. Kwaad om zoveel onrecht, zoveel manipulatie, zo moe van als pispaal gebruikt te worden voor alles wat er mis ging in zijn leven.

Twee voorvallen deden ook mijn zelfbeheersing verliezen.

Op een avond werd hij wakker uit zijn roes en begon hij me weer de huid vol te schelden. Ik denk dat ik toen net terugkwam van een etentje met vriendinnen, dus ik had weer mijn batterijen een heel klein beetje kunnen opladen. En dat zorgde er ook voor dat ik weer een ietsiepietsie zelfvertrouwen terug had, waardoor ik hem weerwoord begon te geven.

Tegen beter weten in, want dat resulteerde altijd in gescheld op maat, zoals ik het noem. Soms werd ik “algemeen” uitgescholden, als vertegenwoordiger van het vrouwelijk ras dat hem al dat kwaad voordien had aangedaan.

Maar als hij heel venijnig was, werd het gescheld “op maat”, gericht op mijn gewicht, mijn ex, en het ergste: mijn kinderen. Het woord “mongool” viel elke keer, gericht op mijn kinderen met autisme. En ook “vet wijf”, gericht op mijn overgewicht.

Toen ben ik geknapt. En heb ik met volle gewicht mijn hand door de glazen deur geduwd. Puur uit onmacht omdat ik het gescheld niet kon doen stoppen. Wegvluchten naar een andere kamer had geen nut, want hij achtervolgde me elke keer. Als ik dan onder de lakens van het bed vluchtte, trok hij die van me af, en kwam met zijn gezicht heel kort bij het mijne, vertrokken van haat, het gescheld verder zettend.

Een andere keer dat ik mijn zelfbeheersing verloor, was omdat mijn oudste zoon erbij betrokken was. Het kind was toen een jaar of 12.

In die periode had hij de gewoonte om na een episode van zelfmedelijden heel dramatisch naar buiten te gaan met een groot slagersmes, alsof hij er een einde aan zijn leven mee wilde maken. Zodat ik er in paniek achteraan zou gaan en hem zou smeken om het niet te doen. Ik was toen erg onzeker en wilde het niet op mijn geweten hebben dat hem iets zou overkomen als ik er niet op in ging, dus de scène herhaalde zich regelmatig.

Gelukkig deed hij dat alleen als we geen kinderen in huis hadden, in de periodes dat mijn kinderen bij hun vader waren.

Tot op de bewuste dag, toen mijn kinderen er wel waren. Ik stond met hen af te wassen, en hij was, natuurlijk dronken zoals zo vaak, na een betoog van zelfbeklag naar buiten gegaan. Ik was zo met de kinderen bezig dat ik het niet gemerkt had. Mijn oudste zoon had het echter wel gezien, en hij ging hem achterna. Ook dat had ik niet gemerkt. Het was altijd hectisch als ze er waren, en ik geef toe dat ik vaak de kracht niet meer had om een goede moeder te zijn met alle aandacht op elk moment.

Ik herinner me het moment nog heel goed toen mijn zoon weer de keuken in kwam.
Hij stond lijkbleek naar adem te snakken en te huilen.
In zijn handen hield hij een groot slagersmes.

Mijn wereld verstomde op dat moment. Het was alsof ik alleen nog een wit licht zag met in het midden mijn kind.

Ik nam het mes heel voorzichtig snel uit zijn handen. Intussen kwam het er met horten en stoten uit dat hij zijn stiefvader in de tuin gevonden had met dat mes bij zich.

Mijn kinderen hebben altijd een groot hart gehad. Ondanks het vreselijke gedrag van hun stiefvader bleven ze bekommerd om hem, als hij bij de barbecue weer eens lag te slapen op de grond, of dramatisch een verhaal vertelde over hoe slecht hij toch behandeld geweest was door mensen vroeger.

Dus toen mijn zoon hem zo vond met dat mes, was het kind zo bekommerd om hem dat het onmiddellijk dat grote scherp mes uit zijn handen had genomen.

Er gingen toen vele gedachten door me heen. In eerste instantie was ik bang dat mijn kind zich er pijn mee had kunnen doen. Ik controleerde of hij oké was en slaagde erin om hem te kalmeren en zijn gedachten te verzetten door een spelletje of film op tv.

Intussen was ik zelf allesbehalve kalm. De enige emotie die ik toen voelde voor mijn man, was boosheid. Boos om wat had kunnen gebeuren met mijn kind en dat grote mes.

Toen de kinderen weer veilig en gekalmeerd achter de tv zaten, ging ik naar buiten, op zoek naar de boosdoener van al dat onheil.

Ik vond hem slapend op de trampoline. Na enkele minuten naar hem gestaard te hebben, bereikte mijn boosheid het punt van woede. Ik vond dat hij het recht niet had om daar zo ongenaakbaar te liggen slapen. Ik wilde dat hij besefte wat hij gedaan had. Dat hij verantwoordelijkheid zou opnemen voor wat er met mijn kind had kunnen gebeuren.

Ik probeerde hem wakker te schudden want ik wilde schreeuwen tegen hem, ik wilde mijn boosheid uiten. Maar hij was zo ver weg, dat hij niet eens bewoog toen ik hem bij zijn schouders nam en hem probeerde door elkaar te schudden.

En toen ben ik opnieuw geknapt. Ik gaf hem een slag in zijn gezicht om hem wakker te maken. En toen hij ook daar niet op reageerde, sloeg ik opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Ik ben er zeker niet fier op. De mensen die me goed kennen, weten dat ik geen vlieg kwaad zou doen. Maar op dat moment toen… wilde ik hem pijn doen. En heb ik eigenlijk misbruik gemaakt van het feit dat hij niet kon reageren. Als hij nuchter was geweest, had ik dat nooit durven doen, uit angst om slaag terug te krijgen.

Als er dingen zijn waar ik écht spijt van heb, zijn het zulke momenten. Dat ik mijn eigen grenzen heb overschreden.

Zo ver kunnen narcisten je brengen. Op den duur herken je jezelf niet meer.
Je doet dingen die niet in je karakter liggen.
Je laat dingen gebeuren die je normaal nooit zou accepteren.
Je hebt ook geen energie meer om er allemaal vragen bij te stellen.
Heel je leven is gericht op overleven en proberen de vrede te bewaren.

Ook al betekent dit dat je daarvoor een heel andere persoon moet worden.

Het heeft me nadien een heel jaar gekost om mezelf terug te vinden. En in wezen ben ik nu zelfs meer dan ik ooit geweest ben.

Het is zeker een levensles geweest. Soms moet je eerst tot op de bodem afgebroken worden om weer herboren te kunnen worden. Alle muren die je je hele leven hebt opgebouwd om te overleven, moeten weer neergehaald worden.

Dus misschien is het mijn lot geweest om dit mee te maken opdat ik zou kunnen zijn wie ik nu ben.

Maar soms vraag ik me toch af of er geen minder pijnlijke manier zou geweest zijn.

Niet vaak echter. Ik aanvaard dat het universum werkt zoals het werkt.
En dat alles altijd gebeurt met een reden.

Ik heb twee slechte relaties verduurd opdat ik nu de juiste man op het juiste moment kon vinden. En ik zou niet als iemand anders in deze relatie willen gestapt zijn. Want ook hij verdient de beste versie van mij die ik kan bieden.

Net zoals ik die ook verdien. Ik ben blij met wie ik nu ben.
En ik denk dat iets minder drastisch dat nooit had kunnen teweegbrengen.

No pain, no gain. Of zoiets 🙂

18 | Normaal is relatief

Onlangs deelde ik een post met een quote erbij die beschreef hoe je een ogenschijnlijk banale anekdote aan het vertellen kan zijn, waarna je beseft dat je vrienden stilgevallen zijn en naar je te zitten staren.

In een relatie met narcistisch misbruik geraak je gewoon aan een hoop dingen blijkbaar.

Vijf jaar geleden startte ik mijn nieuwe job als secretaresse bij de KU Leuven. Tot dan had ik zeven jaar in Tessenderlo gewerkt, waarbij ik het traject van 35 km telkens met de auto aflegde. Het gebouw was op een industrieterrein gelegen en met het openbaar vervoer niet vlotjes bereikbaar vanuit mijn woonplaats.

Naar Leuven gaan werken was niet mijn eerste keuze. Na jaren in Brussel gewerkt te hebben, had ik gezworen nooit meer werk aan te nemen in die richting. Het vooruitzicht om weer uren onderweg te zijn in de file, stootte mij toen zo hard af, dat ik richting Limburg keek toen ik in 2010 opnieuw aan het werk wilde gaan. 

Ik had toen bewust enkele jaren thuis doorgebracht bij mijn kindjes. In het begin voelde dat vervullend aan, maar toen ze begonnen naar school te gaan, voelde ik weer de pijn en verbittering naar boven komen in mijn eerste huwelijk, die ik even vergeten was door de voldoening om voor mijn kindjes te zorgen. Ook al was dat niet gemakkelijk, want zodra ze hun schooltraject begonnen, stapelden de problemen zich op, tot de diagnose autisme gesteld werd en het duidelijk was waar de problemen vandaan kwamen. 

En dan spreek ik niet over autisme als een probleem, maar eerder hoe de maatschappij, en vooral het schoolwezen, hiermee omgaat.

Na heel wat zoekwerk kwamen ze op hun pootjes terecht in het bijzonder onderwijs en kalmeerde er heel wat in mijn leven dat tot dan toe toch ook niet gemakkelijk om te dragen geweest was.

En ik begon te beseffen dat het nu tijd was om voor mezelf te zorgen. Want ik had die jaren in de zoektocht één ding goed beseft: dat ik er alleen voor stond. Mijn toenmalige man zei dat hij vertrouwde op mijn oordeel in alle beslissingen, maar voor mij was dat synoniem aan zich er niets van moeten aantrekken. Alle beslissingen kwamen op mij. 

En eerlijk, zo wilde ik het ergens ook wel. Ik voelde me altijd aan mijn lot overgelaten, als vanzelfsprekend aangenomen, nooit gesteund…  Als je noodgedwongen altijd alle beslissingen moet nemen, kun je het op den duur ook niet verdragen dat iemand zich plots begint te bemoeien.

Dus ik besloot dat, als ik toch alles alleen moest doen, ik het ook liever écht alleen deed.

En tegelijk ook de kans kon hebben om voor mezelf te zorgen.

En de kans ook kon hebben om iemand te vinden die me wél zou steunen en liefhebben.

Dus zocht ik opnieuw werk en vond een leuke interessante job in Tessenderlo, met de perfecte uurregeling. Meer dan 60% werken kon ik niet, vanwege de schooluren van het bijzonder onderwijs (zonder voor-en naschoolse opvang) en de afstand tussen die school en mijn werk. 

Toen ik zeven jaar later opnieuw besloot om van werk te veranderen, wilde ik verandering. Ik had het werk als Order Administrator altijd graag gedaan, maar ik voelde dat ik iets anders wilde. Nog in dezelfde richting wel, maar toch ietsjes anders. 

Uit de loopbaanbegeleiding die ik gevolgd had, bleek dat ik wel in het juiste soort job zat (administratie), maar dat ik eerder een andere sector uit moest.

Dus toen ik op de vacature voor mijn huidige job uitliep, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. En ook al trok het vooruitzicht om opnieuw de richting van de file uit te gaan me niet erg aan, het woog niet op tegen de job zelf. 

Dus in plaats van op een half uur met de auto op mijn werk te zijn, was ik nu met de bus anderhalf uur onderweg.

En dat is op dat moment echt een zegen gebleken. 

Het alcoholmisbruik van mijn tweede man bevond zich toen op een piek. Hij had geen bedrijfswagen meer nadat hij thuis had gezeten met een depressie en elke dag dat hij weg was met mijn auto, hield ik mijn hart vast en bad ik dat hij elke keer weer heelhuids zou thuis geraken.

Ik had al enkele staaltjes meegemaakt van zijn rijgedrag als hij gedronken had en er zijn momenten geweest dat ik vreesde voor mijn leven als hij weer eens een zware voet had of over een drempel zwalpte met de auto. Mij laten rijden was meestal geen optie, dat krenkte hem in zijn eer.

Omdat ik medelijden met hem had en hem niet nog minder mans wilde laten voelen, liet ik het maar gebeuren. Maar ik leefde elke dag met de angst.

Ik denk dat ik een week of twee aan het werk was in mijn nieuwe job, toen ik telefoon kreeg. 

Hij overstelpte me altijd de hele dag met chats en sms-jes, (meestal geen leuke als hij weer gedronken had) maar bellen deed hij nooit, dus ik had al een akelig gevoel toen ik de telefoon opnam. 

Dat gevoel werd bevestigd toen hij zonder nog maar dag te zeggen een tirade begon af te steken, over dat ik kwaad op hem zou zijn en hem zou buitengooien, over een hoop onsamenhangende dingen. Toen ik hem vroeg waar hij het in hemelsnaam over had, kwam het er uit. “Ik heb de auto perte totale gereden”.

Toen was het even stil. Ik stond stil in de gang en stopte met wat ik bezig was. 

Alle gedachten in mijn hoofd verstomden en het enige dat ik kon denken, was:

“Daar heb je het. Wat ik al lang voorspeld en gevreesd had.”

Aan de andere kant van de lijn klonk de vraag of ik hem gehoord had. En het enige dat ik kon uitbrengen, was “tja, het zat eraan te komen, zeker?”.

Ik hoorde nog een hoop excuses aan over wiens schuld het was dat hij van de weg afgeweken was en waardoor hij de gevel van een huis en een verlichtingspaal geraakt had.

Het kon me allemaal niet schelen.

Het proces-verbaal dat ik later te zien kreeg, bevestigde mijn vermoedens over het alcoholgebruik.  

Het verbaast me soms nog op de dag van vandaag hoe kalm ik op die momenten was.

Of dat dacht ik toen toch.

Ik denk dat het eerder apathisch te noemen is.

Want als je het “normaal” vindt dat je man vroeg of laat ergens tegenaan knalt door zijn alcoholisme, dan ben je al ver weg, denk ik. 

Dan zijn je grenzen niet meer vervaagd, maar gewoon niet meer bestaande.

De beste metafoor die hiervoor bij me opkomt, is die van een rek die je rond diepvrieszakjes in de vriezer gedraaid hebt. Als je die uit de diepvries haalt, is het alsof die uitgerokken zijn en zo blijven. Er zit dan geen rek meer op. Pas als je de vrieskou er af laat komen en de rek ontdooit, gaat die weer naar zijn normale staat en is die weer rekbaar.

Zo voelt het ook aan na een narcistische relatie. Je veerkracht is zo ver uitgerokken geweest dat je niet meer weet dat er nog een normale staat is, laat staan dat je nog weet hoe je hier terug naartoe kan.

Het is pas nadat je uit de relatie geraakt bent, dat je beseft hoe verknipt je realiteit geweest is in al die jaren.

En hoe abnormaal gedrag je nieuwe normaal geweest is.

In die tijd had ik het gevoel dat het echt alleen eigen was aan mijn situatie. 

Maar na het lezen van veel getuigenissen van mensen in narcistische relaties ben ik beginnen beseffen dat het eigen is aan die relaties.

En dat ik niet alleen was. 

17 | Dromen van genezing

Gisteren las ik een post op instagram die me raakte. 

Dat gebeurt natuurlijk wel meer, vermits ik vooral mensen volg die me inspireren, zowel in positieve als in negatieve zin. In negatieve zin noem ik het dan eerder “triggers”.

Dingen die me terugbrengen naar mijn verleden. En ja, ik volg die bewust, omdat ik mijn triggers wil overwinnen. Hoe meer ik ze kan verwerken in een veilige setting, hoe minder impact ze op me hebben.

De post ging over trauma bond, en beschreef hoe een vrouw getuige was van huiselijk geweld. Een man die overstuur leek en zijn vrouw achterliet, haar uitscheldend, en intussen liep de vrouw er vertwijfeld achteraan, hem smekend om terug te komen. Zelfs toen hij haar een mep gaf waardoor ze op de grond viel, stond ze weer recht en liep ze opnieuw achter hem aan.

Als je getuige bent van zo’n scène, zal er wel vanalles door je hoofd gaan als je een bewust en volwassen mens bent. Gedachten zoals “waarom laat ze hem niet gewoon gaan”, “waarom laat ze toe dat ze zo behandeld wordt”… Onbegrijpelijk gedrag in de ogen van een mens die het nooit zelf meegemaakt heeft.

Degenen die het wel meegemaakt hebben… zullen het maar al te goed herkennen.

Ook ik.

Het is vreemd hoe je je partner die jou mishandelt, uitscheldt en vernedert, kan gaan zien als een klein kind. Een kind dat je wil genezen, ervoor zorgen en het liefhebben. Hoeveel driftbuien het ook heeft.

Want daar komt het uiteindelijk vaak op neer. Een narcist gedraagt zich vaak als een klein kind, stampvoetend op de grond omdat het niet krijgt waarvan het vindt dat het recht op heeft. Een kind dat liegt om aan straf te ontsnappen. Een kind dat stiekem wegglipt om zijn eigen zin te gaan doen terwijl het weet dat het niet mag. Een kind dat vanalles verzint om aandacht te krijgen.

De grappigste anekdote die ik daarvan heb, voelt  eerder om te huilen aan. Want narcisten kunnen ook niet verdragen dat er iemand meer aandacht krijgt dan zij. Dan lijkt het vaak alsof ze een trapje hoger gaan en iets groter verzinnen omwille van de aandacht.

Ik was enkele dagen thuis met griep. Alhoewel ik na een drietal dagen al vrij goed opnieuw mijn taken op me nam, had mijn toenmalige man me wel die drie dagen moeten helpen met de kinderen en het huishouden. En in de lijn van de verwachtingen werd ook hij plots ziek, en natuurlijk was hij “erger” ziek dan ik. Vaak duurde het zelfs niet tot ik hersteld was. Het was alsof ik mijn eigen ziek-zijn opzij moest schuiven om zijn erger-ziek-zijn aandacht te geven.

Op een gegeven moment nam hij demonstratief zijn koorts op en kondigde dramatisch aan dat hij 40° koorts had. Toen ik met een sceptische blik naar hem keek, duwde hij de thermometer snel af.

Nu ben ik zelf niet van gisteren, en na enkele jaren bij een narcist ontwikkel je toch een sterk zesde zintuig – ook al luister je er meestal niet naar.  Ik wist dat een digitale thermometer de laatste meting toont als je die herstart voor een nieuwe meting. Toen ik 36° zag verschijnen, wist ik niet of ik moest lachen of huilen. En zoals zo vaak vroeg ik me af hoe je in hemelsnaam je partner zo voor de gek zou willen houden.

Dit is nu een ludiek voorbeeld. Ik herinner me veel ergere scènes. Scènes waarvoor ik me lang geschaamd heb, omdat ik niet kon geloven wat ik allemaal gedaan en getolereerd heb. Intussen kan ik er met een milde blik naar kijken, omdat ik weet dat het mechanismen waren die buiten mijn controle lagen toen.

Toen we pas samen waren, vertelde mijn toenmalige partner hoeveel pech hij had gehad met een zelfstandige onderneming, die failliet verklaard werd. Hij had een hoop leningen hoofdelijk ondertekend en zat dus diep in de schulden.

Op een avond vertelde hij me dat hij de ideale oplossing gevonden had. Ik zou een lening nemen voor hem om alles af te betalen en hij zou die gespreid aan me terugbetalen. We waren toen nog maar enkele maanden samen en ik zat nog op de roze wolk, maar er begonnen een hele hoop alarmbellen te rinkelen op dat moment. Ik had toen het “geluk” dat ik nog vasthing aan leningen met mijn eerste man, dus dat plannetje ging niet door. 

Op dat nieuws reageerde hij heel negatief en venijnig. De angst voor zijn reacties zat er toen al diep in en ik was opgelucht dat ik een reden had om nee te zeggen.

Zijn voormalige zaak bevond zich aan de andere kant van het land, en op een dag bevonden we ons daar in de buurt, toen hij besloot even door zijn “oude buurt” te rijden. Eerst leek het melancholie zoals hij wees waar zijn zaak geweest was en wie zijn buren waren, maar al snel sloeg het om naar een heel akelige sfeer. Hij werd venijniger met elke seconde. Uiteindelijk stopten we ergens om iets te drinken – voor hem alcohol, natuurlijk. Met de verwachte gevolgen.

Ik herinner me niet meer waarom ik achter het stuur zat, maar op een gegeven moment bevonden we ons op de ring, en was ik zijn gescheld zo beu dat ik er op reageerde en het kwam tot een fikse ruzie. Plots stapte hij uit, midden op de oprit van de autostrade, waar we stonden aan te schuiven. Hij wandelde gewoon de autostrade op.

Helemaal in paniek, reed ik tot naast hem, hem smekende om terug in te stappen. Hij weigerde, bleef me uitschelden en stapte gewoon verder.

Ik ben stapvoets voor hem blijven rijden en uiteindelijk is hij opnieuw ingestapt. 

Tot op de dag van vandaag vraag ik me nog altijd af waarom ik niet gewoon kon denken “naar de hel met hem” en gewoon verder gereden zijn, hem aan zijn lot overlatend.

Natuurlijk was dat niet de enige gelijkaardige scène. Ook al vroeg ik het me nadien af, ik reageerde telkens opnieuw op dezelfde manier. En hij wist dat. Ik denk dat hij enorm kickte op de macht die hij over me had.

Zo was er ook de uitstap naar Maredsous. Nadat ik durfde reageren, ontstond er alweer een heftige ruzie waarop hij wegstapte en me achterliet. Ik ging opnieuw de auto halen en begon rond te rijden in een omgeving waar ik totaal de weg niet wist, geen idee had in welke richting hij verdwenen was, de hele tijd sms-en aan het sturen in de hoop dat hij me zou vertellen waar hij was. 

Het was al meerdere uren later voor ik hem terugvond, in het donker in the middle of nowhere. En toen ik hem vond, was ik opgelucht. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben als er hem iets moest overkomen zijn toen. Ondanks hoe hij me behandelde.

Toen we op het ergste van zijn alcoholverslaving naar een psychiater gingen en ik het aandurfde om hem tegen te spreken als hij loog over hoe “goed” zijn week geweest was, deed hij nadien alsof het niet erg was en we gingen gezellig uit eten na dat gesprek.

Natuurlijk duurde het niet lang of dat draaide uit tot een venijnige monoloog van zijn kant en toen ik ging afrekenen en me omdraaide, was hij verdwenen. Alweer probeerde ik hem via sms te overtuigen om me te vertellen waar hij was. Op een gegeven moment schreef hij dat hij te voet onderweg was naar huis. 

Alweer in paniek ben ik van Tienen (waar we uit eten waren) naar huis gereden, verschillende keren, over verschillende routes. Het was intussen donker, en ik tuurde wanhopig naar de kant van de weg in de hoop hem te ontwaren. Intussen stroomden de tranen uit mijn ogen.

Toen ik twee of drie keer over en weer gereden was, parkeerde ik me opnieuw in Tienen en zat ik uit onmacht te huilen in de auto. Het was intussen een half uur stil geweest op de chats en ik zat radeloos rond me te kijken, niet wetende wat te doen.

Dan stuurde hij me een sms dat hij in een bepaald café zat. Waar hij dus de hele tijd al had gezeten. En helemaal niet te voet onderweg naar huis was.

Een gevoel van ongeloof en woede ging over me heen. 

Een normaal mens zou de auto gestart hebben en weer naar huis gereden zijn, juist ?

Een normaal mens die niet in zulke situatie zit, ja, dan wel.

Maar dat was niet het geval voor mij.

Ik zat niet in een normale relatie. Ik zat in een relatie met narcistisch misbruik.

And that messes with your head. Big time.

Ik ben dus niet terug naar huis gereden. Ik ben uitgestapt en op zoek gegaan naar hem in dat café. Waar ik hem ladderzat vond terwijl hij andere mensen in dat café lastig viel. Ik heb geprobeerd hem mee te krijgen, maar hij was te ver weg. Ik kan het alleen omschrijven als een soort psychose, er viel geen redelijk woord mee te praten.

Uiteindelijk zag ik in dat ik hier niets meer kon doen, en ik ben uiteindelijk toch opnieuw naar de auto gegaan en naar huis terug gereden. Huilen deed ik niet meer. Ik was doodop van alle emoties en voelde me alleen nog verdoofd.

Die nacht sliep ik bijna niet. Ik was bang dat hem iets zou overkomen zijn. Of erger, dat hij ergens op een bank had moeten slapen en dat ik de prijs ervoor zou moeten betalen.

Geen van beide scenario’s kwamen uit. Nadat hij ‘s middags nog niet gereageerd had op mijn sms-en en telefoontjes, ben ik beginnen bellen naar ziekenhuizen. Toen niemand hem daar op de lijst staan had, belde ik naar de politie. Met de bedoeling hem als vermist op te geven.

Ik kan niet beschrijven hoeveel schaamte me overviel toen ik zijn naam noemde en de agente aan de telefoon zei “ah die? Die zit al de hele nacht in onze cel.” Opgepakt voor openbare dronkenschap. Ze hadden verschillende agenten nodig gehad om hem in toom te houden bij de arrestatie. Ik mocht hem enkele uren later gaan ophalen.

Elke keer als ik dacht dat mijn emotionele rollercoaster niet meer harder kon gaan, of dat ik niet dieper meer kon vallen… slaagde hij er in om toch dat extra duwtje te geven.

Terwijl ik onderweg was, gingen er veel gevoelens door me heen. In eerste instantie was ik natuurlijk kwaad op hem. Ik had geen idee wat ik hem zou zeggen als ik hem zou zien. Ik wilde roepen en tieren op hem, hem door elkaar schudden voor alle ellende van de vorige dag.

Er was geen parking voor de deur van het politiebureau, dus ik moest wat verder gaan parkeren. Terwijl ik naar het bureau stapte, zag ik hem van ver al staan buiten.

Zijn lichaamshouding was die van een geslagen hond, en terwijl ik stapte, voelde ik mijn woede wegzakken en overgaan tot mededogen.

Toen ik voor hem stond, durfde hij me niet aankijken. Hij straalde schaamte en schuldbesef uit en ik dacht: “Misschien is dit het punt. Dat hij eindelijk inziet dat het zo niet verder kan. En zal hij vanaf nu echt veranderen.”

En ik heb hem gewoon omhelsd. En zonder iets te zeggen zijn we naar huis gereden. 

Het zijn die momenten dat je hele realiteit altijd op zijn hoofd zetten. Eén moment van vermeende schaamte of schuldgevoel, en je hebt weer hoop. Eén moment dat je geliefde zijn schild van venijn en agressie laat zakken en je vergeeft hem weer.

Er zijn véél van die momenten geweest. Momenten die me deden twijfelen. Dat hij het echt niet zo slecht meende. Dat hij oprecht berouw kon hebben.

En misschien was dat ook echt zo. Voor een heel kort moment. Voor het ego het weer overnam en vond dat de rest van de wereld moest boeten om hem zo te doen voelen.

Mensen met narcisme kunnen niet om met negatieve gevoelens. Ze moeten een ander altijd de schuld kunnen geven of hun omgeving ervoor laten boeten.

De impact van deze gebeurtenis duurde niet lang. Enkele dagen later was hij alweer moe, of had hij pijn, of had iemand kritiek op hem, of was er een commentaar op facebook die in zijn verkeerde keelgat schoot… en moest ik het weer ontgelden.

Ik heb altijd gedacht van mezelf dat ik een goed mens was. Dat mijn inlevingsvermogen en vergevingsgezindheid kwaliteiten waren. Maar op dat moment waren dat mijn valkuilen.

Valkuilen die ervoor gezorgd hebben dat ik véél langer dan normaal heb vastgehouden aan hoop.

Omdat ik dacht dat ik deze hulpbehoevende man, die ik beschermde als een kind, kon genezen.

Eigenlijk kan je zeggen dat een slachtoffer van narcistisch misbruik constant in een droom leeft. Een droom waarin ze haar man kan genezen.

Maar ze beseft niet dat het eigenlijk een nachtmerrie is.