17 | Dromen van genezing

Gisteren las ik een post op instagram die me raakte. 

Dat gebeurt natuurlijk wel meer, vermits ik vooral mensen volg die me inspireren, zowel in positieve als in negatieve zin. In negatieve zin noem ik het dan eerder “triggers”.

Dingen die me terugbrengen naar mijn verleden. En ja, ik volg die bewust, omdat ik mijn triggers wil overwinnen. Hoe meer ik ze kan verwerken in een veilige setting, hoe minder impact ze op me hebben.

De post ging over trauma bond, en beschreef hoe een vrouw getuige was van huiselijk geweld. Een man die overstuur leek en zijn vrouw achterliet, haar uitscheldend, en intussen liep de vrouw er vertwijfeld achteraan, hem smekend om terug te komen. Zelfs toen hij haar een mep gaf waardoor ze op de grond viel, stond ze weer recht en liep ze opnieuw achter hem aan.

Als je getuige bent van zo’n scène, zal er wel vanalles door je hoofd gaan als je een bewust en volwassen mens bent. Gedachten zoals “waarom laat ze hem niet gewoon gaan”, “waarom laat ze toe dat ze zo behandeld wordt”… Onbegrijpelijk gedrag in de ogen van een mens die het nooit zelf meegemaakt heeft.

Degenen die het wel meegemaakt hebben… zullen het maar al te goed herkennen.

Ook ik.

Het is vreemd hoe je je partner die jou mishandelt, uitscheldt en vernedert, kan gaan zien als een klein kind. Een kind dat je wil genezen, ervoor zorgen en het liefhebben. Hoeveel driftbuien het ook heeft.

Want daar komt het uiteindelijk vaak op neer. Een narcist gedraagt zich vaak als een klein kind, stampvoetend op de grond omdat het niet krijgt waarvan het vindt dat het recht op heeft. Een kind dat liegt om aan straf te ontsnappen. Een kind dat stiekem wegglipt om zijn eigen zin te gaan doen terwijl het weet dat het niet mag. Een kind dat vanalles verzint om aandacht te krijgen.

De grappigste anekdote die ik daarvan heb, voelt  eerder om te huilen aan. Want narcisten kunnen ook niet verdragen dat er iemand meer aandacht krijgt dan zij. Dan lijkt het vaak alsof ze een trapje hoger gaan en iets groter verzinnen omwille van de aandacht.

Ik was enkele dagen thuis met griep. Alhoewel ik na een drietal dagen al vrij goed opnieuw mijn taken op me nam, had mijn toenmalige man me wel die drie dagen moeten helpen met de kinderen en het huishouden. En in de lijn van de verwachtingen werd ook hij plots ziek, en natuurlijk was hij “erger” ziek dan ik. Vaak duurde het zelfs niet tot ik hersteld was. Het was alsof ik mijn eigen ziek-zijn opzij moest schuiven om zijn erger-ziek-zijn aandacht te geven.

Op een gegeven moment nam hij demonstratief zijn koorts op en kondigde dramatisch aan dat hij 40° koorts had. Toen ik met een sceptische blik naar hem keek, duwde hij de thermometer snel af.

Nu ben ik zelf niet van gisteren, en na enkele jaren bij een narcist ontwikkel je toch een sterk zesde zintuig – ook al luister je er meestal niet naar.  Ik wist dat een digitale thermometer de laatste meting toont als je die herstart voor een nieuwe meting. Toen ik 36° zag verschijnen, wist ik niet of ik moest lachen of huilen. En zoals zo vaak vroeg ik me af hoe je in hemelsnaam je partner zo voor de gek zou willen houden.

Dit is nu een ludiek voorbeeld. Ik herinner me veel ergere scènes. Scènes waarvoor ik me lang geschaamd heb, omdat ik niet kon geloven wat ik allemaal gedaan en getolereerd heb. Intussen kan ik er met een milde blik naar kijken, omdat ik weet dat het mechanismen waren die buiten mijn controle lagen toen.

Toen we pas samen waren, vertelde mijn toenmalige partner hoeveel pech hij had gehad met een zelfstandige onderneming, die failliet verklaard werd. Hij had een hoop leningen hoofdelijk ondertekend en zat dus diep in de schulden.

Op een avond vertelde hij me dat hij de ideale oplossing gevonden had. Ik zou een lening nemen voor hem om alles af te betalen en hij zou die gespreid aan me terugbetalen. We waren toen nog maar enkele maanden samen en ik zat nog op de roze wolk, maar er begonnen een hele hoop alarmbellen te rinkelen op dat moment. Ik had toen het “geluk” dat ik nog vasthing aan leningen met mijn eerste man, dus dat plannetje ging niet door. 

Op dat nieuws reageerde hij heel negatief en venijnig. De angst voor zijn reacties zat er toen al diep in en ik was opgelucht dat ik een reden had om nee te zeggen.

Zijn voormalige zaak bevond zich aan de andere kant van het land, en op een dag bevonden we ons daar in de buurt, toen hij besloot even door zijn “oude buurt” te rijden. Eerst leek het melancholie zoals hij wees waar zijn zaak geweest was en wie zijn buren waren, maar al snel sloeg het om naar een heel akelige sfeer. Hij werd venijniger met elke seconde. Uiteindelijk stopten we ergens om iets te drinken – voor hem alcohol, natuurlijk. Met de verwachte gevolgen.

Ik herinner me niet meer waarom ik achter het stuur zat, maar op een gegeven moment bevonden we ons op de ring, en was ik zijn gescheld zo beu dat ik er op reageerde en het kwam tot een fikse ruzie. Plots stapte hij uit, midden op de oprit van de autostrade, waar we stonden aan te schuiven. Hij wandelde gewoon de autostrade op.

Helemaal in paniek, reed ik tot naast hem, hem smekende om terug in te stappen. Hij weigerde, bleef me uitschelden en stapte gewoon verder.

Ik ben stapvoets voor hem blijven rijden en uiteindelijk is hij opnieuw ingestapt. 

Tot op de dag van vandaag vraag ik me nog altijd af waarom ik niet gewoon kon denken “naar de hel met hem” en gewoon verder gereden zijn, hem aan zijn lot overlatend.

Natuurlijk was dat niet de enige gelijkaardige scène. Ook al vroeg ik het me nadien af, ik reageerde telkens opnieuw op dezelfde manier. En hij wist dat. Ik denk dat hij enorm kickte op de macht die hij over me had.

Zo was er ook de uitstap naar Maredsous. Nadat ik durfde reageren, ontstond er alweer een heftige ruzie waarop hij wegstapte en me achterliet. Ik ging opnieuw de auto halen en begon rond te rijden in een omgeving waar ik totaal de weg niet wist, geen idee had in welke richting hij verdwenen was, de hele tijd sms-en aan het sturen in de hoop dat hij me zou vertellen waar hij was. 

Het was al meerdere uren later voor ik hem terugvond, in het donker in the middle of nowhere. En toen ik hem vond, was ik opgelucht. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben als er hem iets moest overkomen zijn toen. Ondanks hoe hij me behandelde.

Toen we op het ergste van zijn alcoholverslaving naar een psychiater gingen en ik het aandurfde om hem tegen te spreken als hij loog over hoe “goed” zijn week geweest was, deed hij nadien alsof het niet erg was en we gingen gezellig uit eten na dat gesprek.

Natuurlijk duurde het niet lang of dat draaide uit tot een venijnige monoloog van zijn kant en toen ik ging afrekenen en me omdraaide, was hij verdwenen. Alweer probeerde ik hem via sms te overtuigen om me te vertellen waar hij was. Op een gegeven moment schreef hij dat hij te voet onderweg was naar huis. 

Alweer in paniek ben ik van Tienen (waar we uit eten waren) naar huis gereden, verschillende keren, over verschillende routes. Het was intussen donker, en ik tuurde wanhopig naar de kant van de weg in de hoop hem te ontwaren. Intussen stroomden de tranen uit mijn ogen.

Toen ik twee of drie keer over en weer gereden was, parkeerde ik me opnieuw in Tienen en zat ik uit onmacht te huilen in de auto. Het was intussen een half uur stil geweest op de chats en ik zat radeloos rond me te kijken, niet wetende wat te doen.

Dan stuurde hij me een sms dat hij in een bepaald café zat. Waar hij dus de hele tijd al had gezeten. En helemaal niet te voet onderweg naar huis was.

Een gevoel van ongeloof en woede ging over me heen. 

Een normaal mens zou de auto gestart hebben en weer naar huis gereden zijn, juist ?

Een normaal mens die niet in zulke situatie zit, ja, dan wel.

Maar dat was niet het geval voor mij.

Ik zat niet in een normale relatie. Ik zat in een relatie met narcistisch misbruik.

And that messes with your head. Big time.

Ik ben dus niet terug naar huis gereden. Ik ben uitgestapt en op zoek gegaan naar hem in dat café. Waar ik hem ladderzat vond terwijl hij andere mensen in dat café lastig viel. Ik heb geprobeerd hem mee te krijgen, maar hij was te ver weg. Ik kan het alleen omschrijven als een soort psychose, er viel geen redelijk woord mee te praten.

Uiteindelijk zag ik in dat ik hier niets meer kon doen, en ik ben uiteindelijk toch opnieuw naar de auto gegaan en naar huis terug gereden. Huilen deed ik niet meer. Ik was doodop van alle emoties en voelde me alleen nog verdoofd.

Die nacht sliep ik bijna niet. Ik was bang dat hem iets zou overkomen zijn. Of erger, dat hij ergens op een bank had moeten slapen en dat ik de prijs ervoor zou moeten betalen.

Geen van beide scenario’s kwamen uit. Nadat hij ‘s middags nog niet gereageerd had op mijn sms-en en telefoontjes, ben ik beginnen bellen naar ziekenhuizen. Toen niemand hem daar op de lijst staan had, belde ik naar de politie. Met de bedoeling hem als vermist op te geven.

Ik kan niet beschrijven hoeveel schaamte me overviel toen ik zijn naam noemde en de agente aan de telefoon zei “ah die? Die zit al de hele nacht in onze cel.” Opgepakt voor openbare dronkenschap. Ze hadden verschillende agenten nodig gehad om hem in toom te houden bij de arrestatie. Ik mocht hem enkele uren later gaan ophalen.

Elke keer als ik dacht dat mijn emotionele rollercoaster niet meer harder kon gaan, of dat ik niet dieper meer kon vallen… slaagde hij er in om toch dat extra duwtje te geven.

Terwijl ik onderweg was, gingen er veel gevoelens door me heen. In eerste instantie was ik natuurlijk kwaad op hem. Ik had geen idee wat ik hem zou zeggen als ik hem zou zien. Ik wilde roepen en tieren op hem, hem door elkaar schudden voor alle ellende van de vorige dag.

Er was geen parking voor de deur van het politiebureau, dus ik moest wat verder gaan parkeren. Terwijl ik naar het bureau stapte, zag ik hem van ver al staan buiten.

Zijn lichaamshouding was die van een geslagen hond, en terwijl ik stapte, voelde ik mijn woede wegzakken en overgaan tot mededogen.

Toen ik voor hem stond, durfde hij me niet aankijken. Hij straalde schaamte en schuldbesef uit en ik dacht: “Misschien is dit het punt. Dat hij eindelijk inziet dat het zo niet verder kan. En zal hij vanaf nu echt veranderen.”

En ik heb hem gewoon omhelsd. En zonder iets te zeggen zijn we naar huis gereden. 

Het zijn die momenten dat je hele realiteit altijd op zijn hoofd zetten. Eén moment van vermeende schaamte of schuldgevoel, en je hebt weer hoop. Eén moment dat je geliefde zijn schild van venijn en agressie laat zakken en je vergeeft hem weer.

Er zijn véél van die momenten geweest. Momenten die me deden twijfelen. Dat hij het echt niet zo slecht meende. Dat hij oprecht berouw kon hebben.

En misschien was dat ook echt zo. Voor een heel kort moment. Voor het ego het weer overnam en vond dat de rest van de wereld moest boeten om hem zo te doen voelen.

Mensen met narcisme kunnen niet om met negatieve gevoelens. Ze moeten een ander altijd de schuld kunnen geven of hun omgeving ervoor laten boeten.

De impact van deze gebeurtenis duurde niet lang. Enkele dagen later was hij alweer moe, of had hij pijn, of had iemand kritiek op hem, of was er een commentaar op facebook die in zijn verkeerde keelgat schoot… en moest ik het weer ontgelden.

Ik heb altijd gedacht van mezelf dat ik een goed mens was. Dat mijn inlevingsvermogen en vergevingsgezindheid kwaliteiten waren. Maar op dat moment waren dat mijn valkuilen.

Valkuilen die ervoor gezorgd hebben dat ik véél langer dan normaal heb vastgehouden aan hoop.

Omdat ik dacht dat ik deze hulpbehoevende man, die ik beschermde als een kind, kon genezen.

Eigenlijk kan je zeggen dat een slachtoffer van narcistisch misbruik constant in een droom leeft. Een droom waarin ze haar man kan genezen.

Maar ze beseft niet dat het eigenlijk een nachtmerrie is.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Leven na narcisme

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder