18 | Normaal is relatief

Onlangs deelde ik een post met een quote erbij die beschreef hoe je een ogenschijnlijk banale anekdote aan het vertellen kan zijn, waarna je beseft dat je vrienden stilgevallen zijn en naar je te zitten staren.

In een relatie met narcistisch misbruik geraak je gewoon aan een hoop dingen blijkbaar.

Vijf jaar geleden startte ik mijn nieuwe job als secretaresse bij de KU Leuven. Tot dan had ik zeven jaar in Tessenderlo gewerkt, waarbij ik het traject van 35 km telkens met de auto aflegde. Het gebouw was op een industrieterrein gelegen en met het openbaar vervoer niet vlotjes bereikbaar vanuit mijn woonplaats.

Naar Leuven gaan werken was niet mijn eerste keuze. Na jaren in Brussel gewerkt te hebben, had ik gezworen nooit meer werk aan te nemen in die richting. Het vooruitzicht om weer uren onderweg te zijn in de file, stootte mij toen zo hard af, dat ik richting Limburg keek toen ik in 2010 opnieuw aan het werk wilde gaan. 

Ik had toen bewust enkele jaren thuis doorgebracht bij mijn kindjes. In het begin voelde dat vervullend aan, maar toen ze begonnen naar school te gaan, voelde ik weer de pijn en verbittering naar boven komen in mijn eerste huwelijk, die ik even vergeten was door de voldoening om voor mijn kindjes te zorgen. Ook al was dat niet gemakkelijk, want zodra ze hun schooltraject begonnen, stapelden de problemen zich op, tot de diagnose autisme gesteld werd en het duidelijk was waar de problemen vandaan kwamen. 

En dan spreek ik niet over autisme als een probleem, maar eerder hoe de maatschappij, en vooral het schoolwezen, hiermee omgaat.

Na heel wat zoekwerk kwamen ze op hun pootjes terecht in het bijzonder onderwijs en kalmeerde er heel wat in mijn leven dat tot dan toe toch ook niet gemakkelijk om te dragen geweest was.

En ik begon te beseffen dat het nu tijd was om voor mezelf te zorgen. Want ik had die jaren in de zoektocht één ding goed beseft: dat ik er alleen voor stond. Mijn toenmalige man zei dat hij vertrouwde op mijn oordeel in alle beslissingen, maar voor mij was dat synoniem aan zich er niets van moeten aantrekken. Alle beslissingen kwamen op mij. 

En eerlijk, zo wilde ik het ergens ook wel. Ik voelde me altijd aan mijn lot overgelaten, als vanzelfsprekend aangenomen, nooit gesteund…  Als je noodgedwongen altijd alle beslissingen moet nemen, kun je het op den duur ook niet verdragen dat iemand zich plots begint te bemoeien.

Dus ik besloot dat, als ik toch alles alleen moest doen, ik het ook liever écht alleen deed.

En tegelijk ook de kans kon hebben om voor mezelf te zorgen.

En de kans ook kon hebben om iemand te vinden die me wél zou steunen en liefhebben.

Dus zocht ik opnieuw werk en vond een leuke interessante job in Tessenderlo, met de perfecte uurregeling. Meer dan 60% werken kon ik niet, vanwege de schooluren van het bijzonder onderwijs (zonder voor-en naschoolse opvang) en de afstand tussen die school en mijn werk. 

Toen ik zeven jaar later opnieuw besloot om van werk te veranderen, wilde ik verandering. Ik had het werk als Order Administrator altijd graag gedaan, maar ik voelde dat ik iets anders wilde. Nog in dezelfde richting wel, maar toch ietsjes anders. 

Uit de loopbaanbegeleiding die ik gevolgd had, bleek dat ik wel in het juiste soort job zat (administratie), maar dat ik eerder een andere sector uit moest.

Dus toen ik op de vacature voor mijn huidige job uitliep, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. En ook al trok het vooruitzicht om opnieuw de richting van de file uit te gaan me niet erg aan, het woog niet op tegen de job zelf. 

Dus in plaats van op een half uur met de auto op mijn werk te zijn, was ik nu met de bus anderhalf uur onderweg.

En dat is op dat moment echt een zegen gebleken. 

Het alcoholmisbruik van mijn tweede man bevond zich toen op een piek. Hij had geen bedrijfswagen meer nadat hij thuis had gezeten met een depressie en elke dag dat hij weg was met mijn auto, hield ik mijn hart vast en bad ik dat hij elke keer weer heelhuids zou thuis geraken.

Ik had al enkele staaltjes meegemaakt van zijn rijgedrag als hij gedronken had en er zijn momenten geweest dat ik vreesde voor mijn leven als hij weer eens een zware voet had of over een drempel zwalpte met de auto. Mij laten rijden was meestal geen optie, dat krenkte hem in zijn eer.

Omdat ik medelijden met hem had en hem niet nog minder mans wilde laten voelen, liet ik het maar gebeuren. Maar ik leefde elke dag met de angst.

Ik denk dat ik een week of twee aan het werk was in mijn nieuwe job, toen ik telefoon kreeg. 

Hij overstelpte me altijd de hele dag met chats en sms-jes, (meestal geen leuke als hij weer gedronken had) maar bellen deed hij nooit, dus ik had al een akelig gevoel toen ik de telefoon opnam. 

Dat gevoel werd bevestigd toen hij zonder nog maar dag te zeggen een tirade begon af te steken, over dat ik kwaad op hem zou zijn en hem zou buitengooien, over een hoop onsamenhangende dingen. Toen ik hem vroeg waar hij het in hemelsnaam over had, kwam het er uit. “Ik heb de auto perte totale gereden”.

Toen was het even stil. Ik stond stil in de gang en stopte met wat ik bezig was. 

Alle gedachten in mijn hoofd verstomden en het enige dat ik kon denken, was:

“Daar heb je het. Wat ik al lang voorspeld en gevreesd had.”

Aan de andere kant van de lijn klonk de vraag of ik hem gehoord had. En het enige dat ik kon uitbrengen, was “tja, het zat eraan te komen, zeker?”.

Ik hoorde nog een hoop excuses aan over wiens schuld het was dat hij van de weg afgeweken was en waardoor hij de gevel van een huis en een verlichtingspaal geraakt had.

Het kon me allemaal niet schelen.

Het proces-verbaal dat ik later te zien kreeg, bevestigde mijn vermoedens over het alcoholgebruik.  

Het verbaast me soms nog op de dag van vandaag hoe kalm ik op die momenten was.

Of dat dacht ik toen toch.

Ik denk dat het eerder apathisch te noemen is.

Want als je het “normaal” vindt dat je man vroeg of laat ergens tegenaan knalt door zijn alcoholisme, dan ben je al ver weg, denk ik. 

Dan zijn je grenzen niet meer vervaagd, maar gewoon niet meer bestaande.

De beste metafoor die hiervoor bij me opkomt, is die van een rek die je rond diepvrieszakjes in de vriezer gedraaid hebt. Als je die uit de diepvries haalt, is het alsof die uitgerokken zijn en zo blijven. Er zit dan geen rek meer op. Pas als je de vrieskou er af laat komen en de rek ontdooit, gaat die weer naar zijn normale staat en is die weer rekbaar.

Zo voelt het ook aan na een narcistische relatie. Je veerkracht is zo ver uitgerokken geweest dat je niet meer weet dat er nog een normale staat is, laat staan dat je nog weet hoe je hier terug naartoe kan.

Het is pas nadat je uit de relatie geraakt bent, dat je beseft hoe verknipt je realiteit geweest is in al die jaren.

En hoe abnormaal gedrag je nieuwe normaal geweest is.

In die tijd had ik het gevoel dat het echt alleen eigen was aan mijn situatie. 

Maar na het lezen van veel getuigenissen van mensen in narcistische relaties ben ik beginnen beseffen dat het eigen is aan die relaties.

En dat ik niet alleen was. 

Plaats een reactie

Ontdek meer van Leven na narcisme

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder