Ik vraag me soms af of er ooit een moment zal komen dat bepaalde triggers geen triggers meer zullen zijn. Daarmee bedoel ik: zullen sommige herinneringen ooit geen emotionele of lichamelijke reactie meer geven?
Er zijn zo een aantal punten in mijn relatie geweest die ik kantelmomenten wil noemen, maar er toch geen waren.
Ze waren enorm ingrijpend en traumatiserend en in normale omstandigheden zouden het momenten geweest zijn waarbij ik zou gezegd hebben “en nu is het gedaan!”.
Maar zoals je wel weet, zit een narcistische relatie zo simpel niet in elkaar.
De traumabond is een enorm krachtig instrument voor een narcist. Niet dat hij zich daarvan bewust zal zijn, maar als je het aan hem zou uitleggen, zou hij wel erkennen hoe handig het is dat zijn slachtoffer willoos met hem verbonden is.
Het is merkwaardig hoe loyaal je kan zijn aan je mishandelaar.
Tekstboek Stockholmsyndroom.
Maar goed, er waren dus een aantal momenten waarbij mijn rationele brein luidkeels aan het roepen was, maar waarbij mijn reptielenbrein in een hoekje kroop en stilletjes pleitte voor het niet erger te maken en geen risico’s te nemen.
En jammer genoeg wint het reptielenbrein vaak.
De minste moed der wanhoop dat je samenraapt wordt meestal gemakkelijk van tafel geveegd door het reptielenbrein.
Het reptielenbrein houdt niet van verandering.
Ook niet als dat op lange termijn beter is.
Het reptielenbrein denkt vooral korte termijn.
Alles bij het oude houden.
Niks veranderen.
Zeker geen risico’s nemen.
Het veilig houden.
Ook al betekent dat in een gevaarlijke situatie blijven.
Want die gevaarlijke situatie is wel gekend.
Wat als je naar een nieuwe situatie gaat?
Hoe zal die zijn? Kan nog gevaarlijker zijn.
Dus het reptielenbrein neemt liever dat risico niet.
En toch zijn het kantelmomenten geweest.
In die zin dat het telkens een blokje op mijn balans was die stilaan ging overhellen naar de kant van “er moet iets gebeuren”.
Sommige kantelmomenten zijn voor mij moeilijk uit te leggen.
Omdat ik weet, lieve lezer, welke blik jij er bij zal krijgen.
Wenkbrauwen die opgetrokken worden.
En het zinnetje in je hoofd “dat zou ik nooit laten gebeuren”.
Neem het van mij aan.
Zet 100 verhalen van overlevers van narcisten in een boek (staat trouwens op mijn bucket list om te doen) en je hoort 100 gelijkaardige verhalen.
Eén van de meest hallucinante verhalen speelt zich af in het jaar dat ik met de narcist getrouwd ben.
We waren op dat moment 2 jaar samen en het monster van het alcoholisme tierde welig.
In die periode durfde ik het nog aan om hem tot inkeer proberen te brengen.
En misschien was er nog een vaag spoor van schuldgevoel of geweten bij hem.
Ofwel bespeelde hij me al zo handig dat ik het nog niet zag.
De kans is groot dat het dit laatste is.
Ik was met hem naar een lezing van een psychiater geweest over alcoholisme.
Hij gaf schoorvoetend toe dat hij misschien een “sociale” drinker kon zijn.
Ik nam het kleine winstmoment en overtuigde hem om een afspraak te maken met die pyschiater.
Om zijn goeie wil te tonen, liet hij me meegaan naar de consultaties.
Waarschijnlijk had hij niet gedacht dat ik hem zou durven tegenspreken als hij aan de psychiater verkondigde dat hij die week amper gedronken had.
Ik vond van niet en sprak dat ook uit.
Die fout heb ik later nooit meer gemaakt. Ik ben nadien ook nooit meer mee naar de psychiater geweest.
Ik herinner het me niet meer, maar ik vermoed dat hij daarna zelf ook niet meer geweest is.
Het is namelijk toen zo geëscaleerd dat hij enkele weken later opgenomen werd in een psychiatrisch ziekenhuis.
Die bewuste avond deed hij na afloop (van de consultatie) alsof alles okee was en hij stelde zelfs voor om samen te gaan dineren. Opgelucht dacht ik dat dat wel leuk zou zijn, dan konden we alles uitpraten.
Hij begon al snel het ene glas wijn na het andere binnen te gieten en de sfeer werd alsmaar grimmiger.
Ik zat intussen al in tranen te luisteren naar zijn geraas over hoe ik hem verraden en vernederd had ten opzichte van de psychiater. Het feit dat hij gelogen had, was irrelevant.
Toen het tijd was om af te rekenen, ging ik naar de toog om te betalen en toen ik me omdraaide, was hij verdwenen.
Ik dacht dat hij naar het toilet was en dat ik hem niet had zien voorbijkomen.
Dus ik heb daar nog een half uur aan tafel zitten wachten.
Nadat ik ongerust de toiletten had gecontroleerd om te zien of hij daar niet stomdronken lag, besefte ik dat hij gewoon vertrokken was.
Het scenario dat zich dan afspeelde, kon een aflevering van The Twilight Zone geweest zijn.
Ik begon hem verontrust te sms-en. Gelukkig had ik de autosleutels dus hij kon me niet achtergelaten hebben, maar ik durfde niet zonder hem naar huis rijden.
Na een uur in de auto wachten op een teken van leven, kreeg ik dan eindelijk antwoord.
Hij bleek te voet onderweg naar huis en ik moest hem dringend oppikken.
Of dat zei hij tenminste in zijn sms.
Ik vertrok in allerijl met de auto. Het was intussen al aan het donker worden en het was heel moeilijk om personen langs de kant van de weg te herkennen. Dus ik reed heel traag en tuurde nauwgezet naar elke levende ziel onderweg.
Er waren twee mogelijke wegen waarlangs hij had kunnen gaan. Natuurlijk antwoordde hij niet meer op mijn vragen welke weg hij genomen had, of waar hij mogelijks was op dat moment.
Waar hij wel tijd voor had, was laten blijken hoe hij toch het slachtoffer was dat hij nu te voet naar huis moest, en nog veel meer beschuldigende teksten.
Ik was intussen in hoge paniektoestand, maar ik dwong mezelf om kalm te blijven. Want ik moest hem vinden. Een andere mogelijkheid was er niet.
Ik voelde op dat moment heel veel tegelijk.
Angst. Omdat hij razend zou zijn. Dat er iets met hem zou gebeuren en dat dat dan mijn schuld zou zijn.
Boosheid. Omdat hij me niet de juiste informatie gaf. Omdat hij me weer schuldgevoelens aan het opdringen was. Omdat hij vertrokken was. Omdat hij me achtergelaten had. En me nu het gevoel gaf dat het andersom was.
Schuldgevoelens. Als ik mijn mond gehouden had bij de psychiater, was dit allemaal niet gebeurd.
Hoe ik het ook draaide of keerde, de situatie was mijn schuld.
Dat vond ik toen tenminste. Ik besef nu natuurlijk dat niets hiervan mijn schuld was.
Maar zo werkt je geest nu eenmaal in een narcistische relatie.
Ik heb die avond beide parcours tweemaal afgelegd. Geen spoor van mijn partner.
Ik overwoog al om naar het ziekenhuis te rijden om te kijken of hij er binnengebracht werd, toen ik de verlossende sms kreeg.
Blijkbaar zat hij al die tijd gewoon op café en vond hij het leuk om mij op die manier te straffen voor mijn verraad.
Ik heb me opnieuw geparkeerd waar ik eerder de auto gezet had en ben even blijven zitten om te bekomen van de stress van de afgelopen uren.
Het gevoel dat toen overheerste, was boosheid. Ik overwoog even om hem daadwerkelijk achter te laten. Maar mijn verantwoordelijkheidszin nam het over en ik stapte toch maar naar het bewuste café.
Het tafereel dat ik daar te zien kreeg, was nog hallucinanter. Hij zat stomdronken achter een tafeltje met flesjes bier en bood me zelfs aan om met hem mee te drinken.
Ik kookte vanbinnen van woede maar hield me kalm en probeerde hem zover te krijgen dat hij met me zou meegaan.
Wat niet lukte, natuurlijk. Integendeel, het werd erger. Hij begon op me te schelden en minachtend over me te praten tegen de café uitbater.
Daar bovenop sprak hij een groep vrouwen van Oosterse oorsprong aan en begon racistische commentaar op hen te geven.
Mijn boosheid ging over op schaamte. Schaamte in zijn plaats. Schaamte dat ik, als zijn partner, het liet gebeuren.
Ik deed het enige dat ik kon: ik bleef op hem inpraten, probeerde zijn arm te nemen en hem mee te trekken. Hij werd er alleen maar agressiever van.
Ik heb hem dan duidelijk enkele keren gezegd dat als hij niet met me meeging, ik hem zou achterlaten daar. Ik meende het niet helemaal en ik hoopte dat dat hem zou overtuigen.
Maar niets hielp.
Tenslotte zag ik in dat het niets uithaalde en ben ik toch zonder hem vertrokken.
Ik was doodmoe van de belevenis, uitgeput van de angsten die ik doorstaan had.
Daarna heb ik heel de nacht wakker gelegen, luisterend naar elk geluid dat een teken kon zijn dat hij thuiskwam.
Deels uit angst voor wat hij mij zou aandoen, deels uit angst dat er hem iets zou overkomen.
Een héél klein stemmetje was ook hoopvol dat hij nooit meer thuis zou komen.
Om het einde in het kort te vertellen (want da’s nog een heel verhaal op zich): toen ik ‘s anderendaags begon rond te bellen, bleek hij een nachtje bij de politie te gast geweest te zijn.
Als ik terugdenk aan die avond en nacht, lijkt het altijd een scène uit een film te zijn.
Heel lang heb ik het ook gezien als een scène uit de film “samenleven met een alcoholist”, maar op een gegeven moment ben ik het gaan zien voor wat het was.
Het was tekstboek narcistisch misbruik.
Mij beliegen, angst aanjagen, manipuleren, bedreigen, fysiek geweld…
Vooral het gaslighten had veel impact nagelaten.
Ik begrijp tot op vandaag nog altijd niet hoe je je partner op een wilde zoektocht kan jagen terwijl je achter een biertje op een terras zit.
Goed wetende welke angsten ik zou uitstaan.
De alcohol maakte het erger, maar de oorsprong van het gedrag lag in het narcisme.
Als je dit leest en je herkent de taktieken, en je leeft samen met een alcoholist, bekijk dan eens mijn lijst met 30 kenmerken. (die je hier kan aanvragen)
Ik durf er om wedden dat ook jij hier veel in zal herkennen.
Als dat zo is, wil ik je graag enkele vragen stellen.
👉 Sta jij elke dag uitgeput op, zelfs na een nacht met voldoende slaap?
👉 Zit je in een burn-out of heb je er één gehad de afgelopen jaren?
👉 Krijg je bijna een paniekaanval bij de minste tegenslag of stress?
👉 Ben je vaak boos op jezelf? Vind je jezelf niet veel zaaks?
Dan is het mogelijk dat je trauma hebt van die toxische relatie.
Mijn RESTART traject kan je hierbij helpen.
Op 3 maanden tijd leer je jezelf weer graag zien en zal je meer afstand kunnen nemen als je de taktieken en gevolgen allemaal leert doorzien.
Ik ga het hier niet allemaal uitleggen, want ik heb daar een mooie website over gemaakt waar je alles op kan terugvinden 😏
Klik hier voor meer informatie.
Voor je weer verder leest in het blog- of sociale media-land, wil ik graag dat je eens even diep ademhaalt.
Herlees even de kenmerken die ik hierboven opgesomd heb.
Ik weet dat je eerste reflex zal zijn te denken “och, zo erg is het niet”.
Adem nog eens diep in.
Hoor je dat stemmetje?
Dat stemmetje dat heel zachtjes smeekt om er toch eens bij stil te staan?
Het stemmetje dat je elke keer weer probeert op te rapen na elke scène?
Het stemmetje dat zich zo vreselijk alleen voelt?
Klik dan toch maar eens door naar mijn website…
Onthoud: je staat er NIET alleen voor.