12 | De kikker in de kookpot

Vorige week was ik zelf te gast in een podcast. Topfit met Annick maakte een reeks met getuigenissen van mensen die slachtoffer zijn of waren van een narcist(e).

Hoewel het een vrij korte podcast is en er dus weinig kans was tot veel diepgang, hebben haar vragen me toch aan het nadenken gebracht. Ik denk dat het tijd is om mijn verhaal te brengen. Echt te brengen. Geen quotes van andere narcisme coaches met daar in het kort mijn ervaring bij. Mijn eigen teksten. Mijn eigen coaching.

Laat me beginnen met een onderscheid te maken in het landschap van narcisme coaching.

Als je googelt op “narcisme coach”, kom je terecht bij twee types.

Enerzijds heb je de coaches die slachtoffers van mensen met narcisme, al dan niet met de echte diagnose van NPS (Narcistische Persoonlijkheidsstoornis), helpen. 

Anderzijds heb je de coaches die de narcisten helpen. Ik weet niet of je hier kan spreken van mensen met NPS helpen, vermits het inzicht vereist om hulp te zoeken of zelfs maar te beseffen dat je hulp nodig hebt. Het is een contradictio in terminis. Maar goed, waarschijnlijk bestaan er mensen die op de grens leven, die beseffen dat hun gedrag niet okee is en hier iets aan willen doen.

Ik dacht vaak dat mijn tweede man hiertoe behoorde. Maar nu besef ik dat hij me gewoon zei wat ik wilde horen. Zodat ik zijn toevoer zou blijven van energie. Net genoeg kruimeltjes toegooien zodat ik bleef hoop hebben. Ik dacht dat het hetzelfde kon zijn als met het alcoholisme, dat hij een tijd onder controle scheen te hebben.

Alhoewel ik ook hierover mijn twijfels heb nu. Niemand kan zo goed alles verstoppen als een verslaafde. Een deel van zijn manipulatie bestond er ook in dat hij toegaf dat hij op bepaalde momenten zijn drank verstopte, zodat het leek alsof hij nu “echt wel” helemaal eerlijk was.

Maar goed. Ik ga proberen om het wat chronologisch neer te schrijven. Met deze inleiding wil ik vooral duidelijk maken dat, als ik het over mijn roeping als narcisme coach heb, het gaat om het helpen van de slachtoffers. Mijn lotgenoten.

De eerste vraag die Annick stelde, ging over hoe ik ben beginnen beseffen dat mijn ex een narcist is.

Alhoewel ik me heel bewust ben van de kenmerken van narcisten, moest ik toch even nadenken. Je rolt als het ware in de relatie en het misbruik, zodat het moeilijk is om te bepalen wanneer je ogen echt open gingen.

Ik gebruik graag de metafoor van de kikker in de kookpot hier. 

Als je een kikker in een kookpot met kokend water gooit, zal die er onmiddellijk uit springen.

Maar als je hem in koud water zet en de kookpot langzaam opwarmt, zal hij het niet merken tot het te laat is en zal hij sterven of zwaar beschadigd er uit kunnen klimmen. 

Zo gaat het ook met misbruik. 

De eerste keer dat ik besefte dat zijn gedrag écht niet okee was, gebeurde toen we een week of twee samen waren. Ik was, voor we een relatie begonnen, enkele keren op date gegaan met een andere man. Ondanks het feit dat we zelfs op dat moment nog geen gevoelens voor elkaar uitgesproken hadden, reageerde hij altijd extreem jaloers als dit nog maar ter sprake kwam. 

De eerste keer dat ik zijn ogen zag hard worden van haat, was omdat ik een sms-je kreeg van genoemde man. Alhoewel ik toen al aan deze duidelijk gemaakt had dat ik intussen een relatie had en geen interesse meer had in contact. De sms was onschuldig genoeg, een vraagje hoe het met me was. Geen sexting of ongepast taalgebruik. Maar het was genoeg om mijn “nieuwe liefde” aan te zetten tot venijnige uitspraken met ogen die gevuld waren met haat. De eerste keer dat ik bang was van hem.

En na een half uur sloeg dat plots weer om naar liefdevol mijn hand vastpakken en sorry zeggen, dat hij me zo graag zag, dat hij het idee van iemand anders in mijn leven niet kon verdragen. Opgelucht keek ik in zijn ogen en zag opnieuw de liefde en ik probeerde alle rode vlaggen die in mijn rug staken, te negeren. Ik gaf mezelf de schuld en blokkeerde genoemde man in mijn gsm en op alle andere communicatiemiddelen. Oef, het gevaar was geweken.

De tweede keer gebeurde toen we een maand of twee samen waren. Hij werkte toen als manager bij een startend outlet bedrijf, met lange stresserende dagen. Als hij dan thuiskwam na een vermoeiende dag en de nodige tijd in de file, was het eerste dat hij deed, een aperitiefje nemen, om “de vermoeidheid af te schudden”. Dat gebeurde dagelijks. Het voelde niet goed aan, maar hij deed er luchtig over, dus ik maakte er (nog) geen probleem van. 

Soms leek het alsof hij al elders ook een aperitiefje genomen had, want hij kwam ogenschijnlijk liefdevol thuis, wat dan na enkele minuten oversloeg naar een venijnig humeur. Ik lette heel erg op hoe ik hem ontving, altijd met een stralende glimlach en liefdevolle knuffel, hoe moe ik zelf ook was. 

Op die bewuste avond was ik te moe om te koken en had ik pizza in de oven gezet. Zijn oven, die hij mee verhuisd had, en die ik totaal nog niet gewoon was. Hij kwam ook veel later thuis dan hij aangekondigd had (wat mijn idee nog versterkte dat hij elders al een tussenstop gemaakt had, lees: op café) en oogde heel vermoeid en geïrriteerd. In een poging om de pizza warm te houden, had die langer dan voorzien in de oven gestaan en het resultaat was een zwart geblakerd baksel. 

Toen hij daar een blik op wierp, werd hij woedend. Hoe kon ik zo dom zijn, kon ik nog geen pizza opwarmen, het was al erg genoeg dat ik niet de moeite gedaan had om te koken, wat een stom wijf was ik toch.

En dan dwong hij me om de pizza zelf op te eten.

Eerst weigerde ik, en ik probeerde aan de situatie te ontsnappen. Toen ik de deur van de keuken opende, werd mijn pols hardhandig vastgepakt en werd ik op mijn stoel geduwd. Dreigend torende hij boven me uit en beval me om de pizza op te eten.

Ik bevroor, niet begrijpend waar ik dit verdiend had, denkende dat het inderdaad allemaal mijn schuld was, en ik begon de pizza in stukken te snijden terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Toen ik het tweede stuk in mijn mond stak, legde hij zijn hand zachtjes op de mijne en deed me stoppen. 

Ik werd opnieuw overladen door excuses, kreeg een stevige knuffel en hij zei dat hij snel wel zelf iets zou koken. Dat ik eventjes mocht gaan zitten, dat hij begreep dat ik de oven nog niet kende en dat hij me graag zag, maar dat hij gewoon een slechte dag had op het werk. 

Helemaal onder de indruk van wat er gebeurd was, ben ik bevend gaan zitten, terwijl de tranen nog prikten achter mijn ogen. Maar ik durfde ze niet meer laten zien. Alles hoorde weer okee te zijn en mijn verdriet laten zien, hield het risico in dat hij weer zou hervallen in zijn eerder humeur. Dus ik slikte alles in, en probeerde weer mijn liefdevolle glimlach boven te toveren.

Ik ben de “gelukkige” bezitter van een overlevingsmechanisme dat “rationaliseren” heet.

Geef een aanvaardbare verklaring voor een traumatische gebeurtenis, en mijn hersenen accepteren het. Het wordt gearchiveerd in een zijspoor en zorgvuldig afgesloten, zodat ik de pijn erachter niet herbeleef.

En zo werd ik in staat om na de nodige excuses terug in mijn liefde te tappen en hem te vergeven. Want hij had het zo moeilijk, en ik wilde hem helpen, hem genezen. Met genoeg liefde zou dat wel lukken. Hij deed toch zijn best, niet ? Of zo leek het toch. 

De rode vlaggen in mijn rug werden mee gearchiveerd op het zijspoor.

Dus ja… de vraag wanneer ik het me realiseerde? Pas na 9 jaar. Maar ik zat toen al 9 jaar in de kookpot.

8 | Verandering

De vraag die iemand die nog in een relatie met een narcist zit, zich vaak stelt, is: is er hoop ? Kan deze man of vrouw veranderen ?

De hamvraag daarbij is natuurlijk zoals bij alles: WILLEN ze veranderen ?

In de literatuur* over narcisme lees ik dat mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis wel gedragingen kunnen veranderen, maar dat dit niet blijft hangen op lange termijn.

Empathie kan namelijk niet aangeleerd worden. En dat is een heel belangrijke eigenschap om te willen veranderen.

En de persoonlijkheidsstoornissen zijn een ingewortelde manier van omgaan met de wereld rondom en in hen, deze verstoren hun omgang met de medemens. Onder stress worden deze patronen sterker.

Mijn eigen ervaringen staven dit. In het begin was het probleem “een kort lontje”. Hiervoor ging hij enkele keren naar de therapeute. Hij kreeg een boekje mee over agressieregulatie. Dat heeft een week geholpen. Meestal de week dat er toen geen kinderen in huis waren. Dan was er volgens hem ook geen probleem, want zij waren de oorzaak.

Maar er waren natuurlijk altijd andere oorzaken die hem agressief maakten. Waren het de kinderen niet, dan was het iets op het werk, iemand op facebook die een verkeerde commentaar geplaatst had, iemand in het verkeer die te snel of te traag reed, als hij in de file gestaan had…

En natuurlijk was er de alcohol die alles nog 10 keer erger maakte. Elke vorm van stress deed hem naar de fles grijpen. Toen was er volgens hem ook daar nog geen probleem, want hij stond niet op met een drang naar alcohol. Hij begon gewoon te drinken zodra hij thuis was en stopte pas als hij knock-out in de zetel lag.

Natuurlijk na eerst mij een hele tijd uitgemaakt en vernederd te hebben, zodat ik als een klein hoopje ellende zat te huilen terwijl hij zijn roes uitsliep.

Naast het gebrek aan empathie is er ook de achteloosheid die het moeilijk maakt voor een narcist om te veranderen. Ze geven er gewoon niet om. Ze nemen zelden verantwoordelijkheid voor hun daden en zoeken altijd andere oorzaken of schuldigen.

Zo verloor mijn man na enkele incidenten en accidenten door dronken rijden zijn rijbewijs. Hij werkte indertijd voor een organisatie in thuisverpleging. De rechter liet zijn rijbewijs voor 2 weken inhouden, maar dat weerhield hem niet om toch met zijn autootje rond te blijven rijden. Zijn werkgever wist van niks.

Zijn motto was: wat niet weet, niet deert. En dat gold voor alles in zijn leven. Inclusief voor zijn omgang met mij. Het drinken, het roken, zijn geflirt met andere vrouwen…

Na enkele incidenten waaronder het rijden met een bromfiets terwijl hij gewoon met niets meer mocht rijden, ben ik zelfs zelf een keer gedagvaard geworden. Want de bromfiets had hij natuurlijk op mijn naam laten zetten en dus had ik volgens de rechtbank hem “laten rijden” ermee. Alsof ik hem zou kunnen tegenhouden hebben…

Op dat vlak verwijt ik het “systeem” in België toch veel. Blijkbaar is ook daar het inlevingsvermogen heel klein, en schatten ze de impact van alcoholisme op gezinnen helemaal niet realistisch in. Zo moet je als je de scheiding inzet en beroep doet op “dringende en voorlopige maatregelen”, meestal omdat je elke dag in angst leeft voor emotionele en fysieke mishandeling, toch nog een maand of 3 wachten eer er actie ondernomen wordt. Hoe is dat in hemelsnaam “dringend” ?

Nog zo’n staaltje van achteloosheid waren de verkeersboetes. Altijd zocht hij eerst een manier om er onderuit te komen. In plaats van gewoon te erkennen dat hij fout was en de boete te betalen. Idem voor mijn ex trouwens, voor beide mannen ben ik het al eens op een politiebureau mogen gaan uitleggen, met een smoes moeten komen onder hun druk. En dat terwijl ik al helemaal rood oploop als ik moet liegen. Gênant en vernederend. Maar dat hun niks schelen dus… Zolang zij er maar aan ontsnappen.

Ook mijn kinderen ondervonden er invloed van. Hoe vaak hij hen probeerde aan te raden om een leugentje om bestwil te verzinnen om ergens aan onderuit te komen, kan ik niet meer tellen. Ik maakte me er dan druk in. Ja, ik heb altijd mijn kinderen opgevoed om eerlijk te zijn en verantwoordelijkheid te nemen.

Zeker als het gaat om dingen waar ze eigenlijk niet eens schuld aan hebben, maar die een geval van overmacht waren. Geef dat dan gewoon toe, en ga geen uitvluchten verzinnen. Als je te laat komt omdat je je overslapen hebt, omdat je wekker niet afliep omdat er een electriciteitspanne was, zeg dat dan zo.

Ga geen fabeltjes verzinnen van de bus die niet kwam opdagen of een ongeval onderweg… Ik snap zelfs het nut van zulke leugens niet. Een geval van overmacht gaan verbloemen door een ander geval van overmacht. Met dat verschil natuurlijk dat het andere de “schuld” was van iemand anders. Zorgwekkend, zulke houding…

En zo kan ik talloze voorbeelden geven. Dus nee, ik geloof niet dat ze hun gedrag op lange termijn kunnen veranderen. Alles is altijd gericht op het ontwijken van verantwoordelijkheid, omdat ze die niet aankunnen. En dat is zo’n ingebakken overlevingsmechanisme dat daar weinig aan te doen is.


*Dr. Ramani Durvasula: Should I stay or should I go ? Surviving a relationship with a narcissist


6 | Leugens

Tijdens de 7 jaren van alcoholisch misbruik heb ik veel leugens moeten slikken. Ik vond dat toen al bijzonder zwaar, wat ik tijdens en achteraf allemaal ontdekte. Zwaarder bleek het nog toen hij, tijdens een periode van nuchter zijn, toegaf wat ik allemaal nooit geweten heb. Ik vond dat toen sterk, dat hij dat kon toegeven. Nu besef ik dat het ook alweer een taktiek was om mijn vertrouwen opnieuw te winnen.

Want blijkbaar had hij intussen achter mijn rug het alcoholisme vervangen door een andere verslaving, twee eigenlijk: nicotine en cafeïne. Ja, ik weet het, het zijn meer algemeen aanvaarde verslavingen en worden aanzien als minder schadelijk dan alcohol, toch in termen van impact op relaties.

Met cafeïne heb ik helemaal geen probleem, ware het niet dat ik het toch zorgelijk beschouwde dat hij minstens 2 liter cola dronk op een dag, en waarschijnlijk toch wel ook een liter of meer koffie. En intussen maar klagen over zijn maagpijn. Maar kom, het had ogenschijnlijk geen invloed op zijn gedrag, dus ik heb er nooit iets van gemaakt. Ik geef het gewoon even mee dat het heel erg kenmerkend was dat het cafeïneverbruik enorm steeg nadat hij gestopt was met alcohol.

Wat me wél mateloos stoorde, was het roken. Ik ben iemand die heel gevoelig is aan de geur van sigaretten, zodra iemand rookt in mijn buurt als ik aan het eten ben, moet ik gewoon stoppen met eten, ik word er gewoon misselijk van.

En dat wist hij van in het begin van onze relatie. Dat was voor mij ook een deal breaker, ook dat wist hij.

Dus toen hij opnieuw begon met roken (had hij volgens hem 10 jaar niet meer gedaan), verstopte hij het op alle mogelijke manieren. Dat zou je kunnen begrijpen, als hij bang was voor mijn reactie. Maar ik merkte vaak de geur op en als ik dit uitsprak, was het altijd “omdat hij bij een aantal rokers gestaan had”. En het is nu net dat wat me het ergste stoorde: het liegen, recht in mijn gezicht. Die ogen, die ik altijd onvoorwaardelijk vertrouwd had, die me beloofd hadden altijd eerlijk tegen me te zijn, die ogen keken me recht in de mijne en zworen dat hij zelf niet rookte.

De periode waar ik nu over spreek, dateert van 5 jaar na ons huwelijk. En ook al beweert hij nog altijd dat hij pas toen opnieuw is beginnen roken (volgens hem omwille van stress door zijn opleiding en het overlijden van zijn vader), herinner ik me al iets gelijkaardigs rond ons huwelijk zelf.

Enkele maanden voor ons huwelijk is hij namelijk in psychiatrische opname geweest, en ook daar merkte ik die geur toen al op. Opnieuw was het “omdat hij altijd bij een groepje rokers buiten stond”.

Maar op de vooravond van ons huwelijk was er ook al een incident (dat ik later meer uitgebreid zal vertellen) waarbij ik een gesprek hoorde tussen hem en een medebewoonster van de instelling, waarbij hij haar bezwoer dat niemand van hen mij mocht vertellen dat hij rookte.

Ik heb hem er toen mee geconfronteerd, en zijn reactie was dat het maar een occasionele sigaret was, om mee te doen, sociaal roken dus, en dat hij niet “terug aan het roken was”. Zelfs nadat ik ook eens een pakje sigaretten vond in zijn rugzak, hij “hield die toen alleen maar bij” voor een medebewoonster omdat die geen handtas bij zich had op dat moment.

En ik geloofde hem. Alweer vertrouwend op die ogen die me gezworen hadden dat ze nooit tegen me zouden liegen.

Als ik hem hier achteraf, nu jaren later, nog eens over aansprak, kreeg ik altijd de reactie dat het leugentjes om bestwil waren, om mij niet boos te maken. Maar het probleem is dat ze niet alleenstaand waren. Intussen had hij me al zeker 3 keer gezworen ermee te stoppen, mij demonstratief elke keer zijn “laatste pakje” gegeven. Om hem na enkele dagen alweer te betrappen met een sigaret en zijn ochtend kopje koffie.

En ja, je kan me bekrompen noemen omdat ik echt een probleem heb met dat roken. Maar het zijn vooral de leugens en het verraad dat ik elke keer voelde bij de gebroken beloftes, die me pijn deden.

Vooral omdat ik niet meer in blind vertrouwen in die ogen van hem kon kijken, zonder me af te vragen of hij het deze keer meende.

En vooral het feit dat hij zo kon liegen, zonder scrupules of schuldgevoel. Omdat hij het gerechtvaardigd vond om te liegen. Dat is iets dat me later heel erg is beginnen opvallen. Hoe gemakkelijk hij kon liegen tegen mensen om zich uit situaties te redden. En hoe heel normaal dat hij dat vond.

3 | Respect(loos)

Omdat we een kleine keuken hebben, staan sommige van onze keuken-benodigdheden zoals ovenschotels in een kast in de veranda. Onlangs hadden we er een nieuwe bijgeplaatst en bij het openen van een lade ervan, bedacht ik me dat dit een mooie en handige plaats zou zijn voor mijn weegschaal en kookboek.

In de living heb ik een orchidee of zes staan. De enige plant die ik schijn in leven te kunnen houden, dus ik hecht er wel belang aan. Ik heb ook rozen buiten staan, dus ik ben in het bezit van een snoeischaar. Deze gebruik ik ook vaak voor snijbloemen of dus voor het bijwerken van mijn orchideeën. Dus ik bedacht me ook dat voorvermelde lade wel handig zou zijn om ook mijn snoeischaar in te bewaren. De veranda geeft toegang tot de tuin waar mijn rozen staan, perfect dus.

Bij het enthousiast uiten van dit idee, kreeg ik plots de wind van voren. Ik ging daar toch die tuinschaar niet in leggen ? Die kast was voor keukengerief !

De volgende dag een sms vanop zijn werk: leg die schaar daar maar in, hoor. Leuk, ik kreeg toestemming. Moet ik daar nu dankbaar om zijn ?

Tweede voorbeeld: we bewaren onze medicijnen in een keukenkast, op een hoge onhandige plaats voor mij, enkel toegankelijk als ik op een keukenstoel ga staan. Dus ik kreeg onlangs het lumineuze idee om me een medicijnkastje aan te schaffen. En dat wilde ik graag ophangen op een lege plaats aan de muur. Waar voordien een fotocollage hing van ons gezin, maar die hij heeft kapotgeslagen bij een ruzie enkele weken geleden.

Toen ik dit voornemen aankondigde bij een gezellig ontbijt, kreeg ik alweer een gelijkaardige reactie. Je gaat dat daar toch niet ophangen, daar moet terug een fotokader komen ! Hang het dan in de badkamer of zo!

Nu denk ik vooral praktisch bij zulke zaken. Een medicijnkastje is naar mijn mening het nuttigst in de ruimte waar de meeste huishoudongelukjes gebeuren. En niet in de badkamer, waar net iemand in bad of onder de douche of op het toilet zal zitten op het moment dat je onder het bloed zit en een pleister nodig hebt.

En alweer hetzelfde scenario. Ik klap dicht, ga me afzonderen want op zulke momenten bekruipt mij het verlangen om met een pan op zijn hoofd te slaan. En ik ben écht geen gewelddadig persoon. Nadien weer een sms met toelating. Jeej, het mag !

En zo kan ik tig van voorbeelden opsommen. Zo lang ik zijn lead volgde en zelf niet met ideeën of wensen naar voor kwam die niet strookten met de zijne, was alles rozengeur en maneschijn. Maar sinds ik sterker geworden ben en meer mijn mening durf geven, botst het meer en meer.

Het zijn niet die kleine akkefietjes die het probleem vormen, ik hoop dat dat duidelijk is. Het is wel het gebrek aan respect en de manier waarop hij mij behandelt, met een dominante agressie. Het voelt nooit aan als een gelijkwaardige relatie, snap je ?

En je kan zeggen dat hij nadien het wel inziet en toegeeft dat hij verkeerd was. Maar dat voelt dan heel beredeneerd aan. Want ik heb al gemerkt dat deze toegevingen nadien nog durven terugkomen in ruzies, waaruit blijkt dat hij eigenlijk toch helemaal niet akkoord was. Dat hij toegaf maar dat het tegelijk een doorn in zijn oog bleef. Een symbool dat ik niet gedaan had wat hij wilde.

Na een week of zo inwonen bij me, bleek deze klok al een doorn in zijn oog te zijn, kon hij de bing bong en dat tikken niet verdragen. Hij heeft toen niets geeist, maar liet op elk mogelijk moment zijn ongenoegen blijken, zodat ik de klok maar stilgelegd heb. Die klok is het enige dat ik uit mijn ouderlijk huis meegenomen heb en dat getik betekende veel voor me. Maar okee, zo erg vond ik het toen niet, als het hem stoorde, deed ik dat met plezier.

Wist ik veel dat dit het begin zou zijn van heel veel dingen hier in huis die hem stoorden en die ik zou moeten veranderen…

1 | Eerst liefdevol, dan minachtend

Dit is wat de relatie zo onberekenbaar en angstaanjagend maakt. Eerst ben je zijn alles, zijn perfect match, ben je mooi (ondanks je overgewicht), slim, een goeie mama… Je krijgt kusjes en knuffels.

En dan, plots en zonder aanleiding, zie je soms de uitdrukking op zijn gezicht veranderen. Ken je van die saters, die stenen figuren die vaak bovenop kerken zitten, met een venijnige grimas op hun gezicht ? Wel, dat is het gezicht dat dan even verschijnt, een fractie van een seconde maar.

Maar op dat ogenblik gaan alle alarmbellen in je figth and flight-brein rinkelen. En je weet wat je te wachten staat.

Venijnige opmerkingen, plots is het eten dat je gemaakt hebt, niet goed genoeg, hebben je kinderen niet gedaan wat ze moesten doen (en dat is natuurlijk jouw schuld want je voedt ze niet op), ben je een vet kalf want je weegt wel meer dan hem, ben je dom want je volgt de actualiteit niet (omdat je graag naar sci-fi kijkt en de maan volgt)… en zoveel meer.

En als je dan wegvlucht en je hebt het geluk dat hij je deze keer niet achtervolgt en blijft beschimpen, en je bent tot rust gekomen… komt hij bij je zitten en begint een luchtig gesprek over zijn werk of koetjes en kalfjes… Alsof er niks is gebeurd. Alsof hij je net eerder niet tot kleine scherfjes heeft herleid, opgerold liggende in bed in foetushouding…

Vroeger, de eerste 7 jaren van onze relatie, gedrenkt in alcohol, was dit vaste kost elke dag. Hij kwam moe thuis van het werk, nam een aperitief, nog een fles wijn bij het eten en dan ging ie wat rusten. Zo zaten we naast elkaar in de zetel, romantisch in elkaars armen, te praten. En op een gegeven moment viel hij dan stil, keek een tijdje voor zich uit… en dan was de grimas daar. En de rest…

Van de zeven dagen in een week, kan ik verzekeren dat dit minstens op zes ervan zo ging.

Wat me tegenwoordig, als ik eraan terugdenk, zo opstandig maakt, is het feit dat deze scheldpartijen eigenlijk nooit over mij gingen. Maar hij begon dan te denken aan zijn vorige relaties, zijn faillissement, zijn schulden… en hij weet zijn ongeluk dan blijkbaar aan zijn exen. En ik was dan het symbool van de vrouwen die zijn leven verwoest hadden. Zo ging het schelden steevast over “jullie… dit” en “jullie… dat”, waarbij jullie gelijk was aan “jullie vrouwen”. En dat gaf hij de volgende ochtend dan ook aan als excuus. Want het was toch niet op mij gericht, en ik moest dat niet persoonlijk nemen…

Maar dat maakte de pijn niet minder erg.

Herken je dit?

Voel je de pijn ook naar boven borrelen?

Wil je erover praten met iemand die het dus letterlijk ook beleefd heeft en nooit zal zeggen “dat je het maar achter je moet laten”?