29 | Dieptepunt

Ik herinner me de dag dat mijn zelfliefde een dieptepunt bereikte nog levendig.
Natuurlijk werd die voorafgegaan door heel veel gelijkaardige dagen.
Maar deze was toch wel het meest heftig.

Het was de avond voor mijn huwelijk.

Mijn toenmalige verloofde had eerder datzelfde jaar al enkele keren de binnenkant van een politiecel gezien door openbaar dronkenschap en ik had hem toen de keuze gesteld: de alcohol aanpakken door zich te laten opnemen in een psychiatrische kliniek, of er zou geen trouw zijn.

Ik stelde hem die keuze net nadat de politie hem weer had thuisgebracht. Op dat moment zat hij zo vol schaamte, dat hij onmiddellijk toestemde.

Hij is uiteindelijk 3 maanden “in behandeling” geweest bij dat psychiatrisch ziekenhuis.
Ik zet het bewust tussen aanhalingstekens om mijn sarcasme bij te zetten.
3 weken gesloten opname, daarna direct naar huis gemogen zonder mijn inspraak te horen en alleen sprake van depressie, geen woord over aanpak van alcoholisme.
Ik had hier helemaal geen veilig gevoel bij.

De tijd van die opname is een lang verhaal, dat ik een andere keer zal vertellen.
Het verhaal waar het nu om gaat, speelt zich af op de vooravond van de trouw.

Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis, werd het me al snel duidelijk dat hij met zijn zielig verhaal al de interesse van enkele kwetsbare vrouwen had getrokken.

Blijkbaar gaf de therapie die hij daar kreeg, hem een hernieuwd zelfvertrouwen en de kans om alweer de ene leugen na de andere aan me op te stapelen. Zo vond ik een pakje sigaretten in zijn rugzak, waarvan hij beweerde dat hij het bij hield voor een medepatiënt. De sigaretten vermeld ik omdat ze nog een rol gaan spelen in mijn verhaal.

Omdat hij aan mijn voorwaarde had voldaan en hij de maanden nadien zijn best leek te doen met het minderen van alcohol, liet ik de trouw doorgaan. Ik bleef leven op hoop.

De avond voor onze trouw zou hij de bloemen voor de kapel gaan ophalen. Het was 1 van de eerste keren dat hij opnieuw alleen op weg was en mijn waakzaamheid stond op de hoogste stand, en daamee ook mijn angst dat hij weer dronken zou thuiskomen.

Ik had de berekening gemaakt wanneer hij weer thuis zou zijn, en naarmate dat moment verstreek, steeg mijn angst.

Dan ging de telefoon. Opgelucht nam ik op, in de veronderstelling dat hij belde om me te verwittigen over zijn vertraging.

Eerst hoorde ik niks, dan eindelijk zijn stem. Blij vroeg ik of hij bijna thuis was. Toen hij niet reageerde op mijn vraag, besefte ik dat hij tegen iemand anders aan het praten was. Een vrouw.

Aan de achtergrondgeluiden en het feit dat ik hem een biertje hoorde bestellen, kon ik horen dat hij op café zat. En ik kon hun hele gesprek horen. Zijn geflirt, haar paaiend met de woorden “als wij mekaar eerder moesten gekend hebben…”. Haar ontwijkende reactie “ja, en morgen ga je trouwen”. Het feit dat hij daar niet eens op reageerde.

Verder maakte ik uit het gesprek op dat ze een medepatiënte was van het ziekenhuis.
En dan zijn woorden “ja, en als er morgen iemand iets zegt over dat ik rook, krijgt hij een schup, he”.

Huilend lag ik op bed, luisterend naar dit hallucinant gesprek. Intussen stuurde ik hem boze SMSen, die hij duidelijk niet zag.

Dan hoorde ik hem weer vertrekken en haar bij de kliniek afzetten met de auto. Na wat gerommel werd het plots stil en werd het gesprek verbroken.  Ik probeerde hem opnieuw te bellen, maar het klonk bezet. Waarschijnlijk was hij in paniek de vrouw aan het vragen hoe hij het moest aanpakken.

Ik ben in een hoekje bij mijn trouwkleed gaan zitten huilen. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik kon nog altijd niet geloven wat ik gehoord had.

Toen hij thuiskwam, is hij er nog in geslaagd om me te overtuigen dat het allemaal een misverstand was en dat ik al die dingen verkeerd gehoord had.

Het deed zo’n vreselijke pijn en ik kon niet overwegen dat het voorbij zou was. Ik bevroor.
Ik liet me weer eens overhalen, manipuleren en gaslighten.

Ik gaf zelfs de vrouw in kwestie nog een hand op de receptie.

Een normaal mens zou er toen finaal een einde aan gemaakt hebben. Maar iedereen die in een narcistische relatie heeft gezeten, weet dat het zo simpel niet is.

Je hele persoonlijkheid gaat eraan in een narcistische relatie.
Al je zelfrespect verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Je zelfliefde is niet meer bestaande.

Ik ben nog 7 jaar met hem getrouwd gebleven.

7 jaar.

Het gaat nu soms mijn verstand te boven. Hoeveel vat hij op me had.

Ik heb lang het gevoel gehad dat het mijn eigen schuld was. Dat ik geen ruggengraat had.

Maar een narcistische relatie is complexer dan dat.

Als je jezelf al niet graag ziet, ben je een gemakkelijk slachtoffer.

Maar als je weer je zelfliefde en zelfrespect terugvindt, kan je hun tactieken doorzien en weerstaan. En zal je nooit meer het misbruik tolereren.

Daarom is het ook een belangrijk onderdeel van mijn traject.

Als jij hier aan wil werken zodat je je ook kan verweren tegen narcisten, stuur me dan een berichtje.

Je hoeft het niet alleen te doen.

26 | Geheugenverlies

Ik verbaas me er nog vaak over hoe het geheugen werkt. Vooral als het aankomt op traumatische gebeurtenissen.

Je geest duwt het soms weg zodat het lijkt alsof je het vergeten bent. En dan plots, bam, op een onbewaakt moment komt het weer naar boven. En je moet dan meestal zelfs nadenken, om te weten wat juist op dat moment die herinnering triggerde.

Om die reden loop ik meestal ook met boekjes binnen mijn handbereik rond. Om het op dat moment te pakken te kunnen krijgen. Want het dan altijd zoals met dromen. Als ik het op dat eigenste moment niet opschrijf, kan ik me later meestal wel herinneren dat ik dat moment had, maar de herinnering zelf niet meer te pakken krijgen.

Gisteren, je raadt het al, had ik zo’n moment. En ik heb toen de herinnering zelf opgeschreven, maar ik kan met de beste wil van de wereld op dit moment niet vastpinnen wat ze naar boven bracht.

Dat vind ik wel lastig. Want dat wil zeggen dat het verbonden is met iets in mijn huidig leven, dus het zal ergens een betekenis hebben.

Of misschien bood het universum me gewoon weer een onderwerp om over te bloggen.
Wel, hierbij dus, universum, en bedankt.

De herinnering ging over wildplassen en hoe dat een traumatische gebeurtenis kan worden.
En hoe je ook jezelf kan wegcijferen of de narcist probeert uit de schietzone te houden met gevaar voor je eigen leven. Dit is metaforisch bedoeld, he.

Mijn nex (nvdr: nex = narcistische ex) was (is?) een alcoholist. In het begin dacht ik dat dat de oorzaak was van al mijn problemen, maar het bleek gewoon een katalysator. Neem de alcohol weg en tadaa daar is de narcist. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle alcoholisten narcisten zijn. Of andersom.

Het overmatig alcoholgebruik en de zwaar beschonken toestand als gevolg, hielden mijn nex niet tegen om achter het stuur te kruipen. Hoe erg ik hem ook smeekte om mij te laten rijden.

Veel drinken geeft ook veel plaspauzes. Onderweg is dat niet zo handig, maar daar liet mijn nex zich niet door tegenhouden.

Na een beangstigende dolle rit (hij had ook nog een zware voet, lees: had lak aan snelheidsbeperkingen) besloot hij dat hij de vijf minuten tot we thuis waren, niet ging afwachten en plaatste zich op een kleine open plaats langs de weg.

Hier stond een elektriciteitscabine. Hij hield geen rekening met mijn bezwaren (ik vond het geen goed idee om te plassen tegen iets elektrisch) en begon ongegeneerd ertegen te plassen.

Nu heeft het universum soms een vreemd gevoel voor humor, of eerder ironie, ofwel wilde het hem gewoon een lesje leren… maar dus net op dat moment passeerde er een politievoertuig. Met zwaailichten en al.

Ik had op dat moment al mijn moed bij elkaar geschraapt en was intussen toch zelf achter het stuur gekropen. Dus eigenlijk had ik hem al in bescherming genomen. Achteraf bekeken had het geen verschil gemaakt in zijn reactie.

De agenten spraken hem aan en berispten hem. Maar ze lieten hem ervan afkomen met een waarschuwing. Ik vond dat hij veel geluk had en was opgelucht.

Ik startte de auto en vervolgde de weg, in de hoop dat hij zich ook ervan bewust was hoeveel geluk hij had gehad.

Maar zo ziet een narcist het niet. Hij was betrapt en berispt en voelde zich vernederd.

Na een korte stilte begon hij te roepen en te tieren. Alles op mij gericht. Ik weet niet meer welke vreemde hersenkronkel hij aanhaalde om de schuld op mij te steken, maar hij was helser dan ooit. Ik heb alles aanhoord, maar voelde in mezelf de boosheid naar boven komen.

Ik had hem beschermd, de politie was mild geweest en toch stelde hij zich aan alsof de hele wereld het op hem gemunt had.

Op een gegeven moment, vlak voor we thuis waren, had ik er genoeg van. Ik heb de auto met gierende banden tot stilstand gebracht en ben ook op hem beginnen brullen.

Eerlijk gezegd, het liefst van al had ik op dat moment de auto tegen een boom geparkeerd.
Dat de ellende voorgoed afgelopen zou zijn.
Maar dat lef had ik niet. Ik was ironisch genoeg bang dat het niet zou gelukt zijn, en dacht aan alle ongemakken die een kapotte auto met zich mee zou brengen.

Vreemd, welke gedachten er door je hoofd kunnen gaan als je je zelfmoord aan het plannen bent.

Na een korte brulsessie van mijn kant, die overigens niet het minste effect had op hem, want hij bleef zelf ook gewoon verder roepen en tieren, was ik wat gekalmeerd en ben ik verder naar huis gereden.

Hij is dan daarna naar goede gewoonte in de zetel in slaap gevallen en ik kon weer even opgelucht naar bed gaan.

Nou ja, opgelucht is veel gezegd. De adrenaline raasde nog door mijn lichaam.
Zonder mijn medicatie had ik waarschijnlijk geen oog dicht gedaan.

‘s Anderendaags herhaalde het patroon zich van alle voorgaande maanden.
Hij werd wakker en deed alsof er niks gebeurd was. Ik sprak hem er niet over aan, omdat ik bang was dat hij het zich zou herinneren en opnieuw zou beginnen roepen en tieren, dus zoals altijd deed ik mee alsof er niks gebeurd was.

Ik besef nu wel dat dat ook een vorm van enabling was. Maar een mens doet wat nodig is om te overleven. Dingen dagelijks in de doofpot stoppen was daar een noodzakelijk onderdeel van.

Ik heb me vaak afgevraagd of hij zich door de alcohol inderdaad de gebeurtenissen niet meer herinnerde.

Ik dacht van wel, maar dat wilde dan zeggen dat hij er niet om gaf. Dat wat hij gedaan had en de manier waarop hij me behandeld had, niks met hem deed..

Dat hij dus geen geweten had.

En die mogelijkheid was veel moeilijker voor me om te dragen dan het vermoedelijk geheugenverlies.

23 | Rode draad

Vandaag wil ik het hebben over narcistisch misbruik.

Maar, eerlijk gezegd, toen ik net mijn laptop opende om deze blog te schrijven, wist ik niet waar te beginnen.

Het misbruik was zo een rode draad door mijn leven gedurende die 10 jaar, dat het soms moeilijk is om te bevatten wanneer het juist begon.

Onlangs vroeg iemand me hoe lang het duurde eer het startte.

En ik moest toegeven, dat het er eigenlijk was vanaf dag één.

Vreemd, juist? Hoe is het mogelijk dat je hele systeem niet schreeuwt om hem de deur uit te jagen als je vanaf de eerste dag angst voelt?

Ik zal je nog iets sterkers vertellen. Het was er voor onze eerste date. Toen we alleen nog maar met elkaar sms-ten, chatten en telefoneerden.

Plots een sneer in een sms, die dan enkele minuten later vergoelijkt werd door te verklaren dat het niet zo bedoeld was, dat hij even geërgerd was… maar alleen omdat ik even zo beduusd was dat ik niet reageerde en hij daardoor besefte dat zijn reactie niet okee was.

En ja, het leek aannemelijk. Iedereen haalt weleens uit op een onbewaakt moment, juist?
Althans, zo had ik het zelf ook geleerd. Erger nog, ik was ook ooit zo.

Het heeft me jaren in therapie gekost om van een kort lontje naar iemand met een meesterlijk geduld (of toch zelfbeheersing) te evolueren. Dus ja, iemand die al dat “werk” nog niet gedaan had, kon best nog eens ontploffen. Daar kon ik best inkomen.

Wat ik toen nog niet besefte, was dat er een wezenlijk verschil was in de manier van ontploffen tussen hem en de vroegere versie van mezelf.

Ik speelde namelijk altijd op de bal, niet op de man.
En bij hem was het andersom.

Erger nog, hij speelde mij op de man die ik zelf niet was. Of de vrouw in mijn geval.
Nee, ik werd gespeeld voor àlle vrouwen.
Vrouwen die hem onrecht hadden aangedaan.
En mannen eigenlijk ook.
Eigenlijk iedereen in zijn leven die hem ooit iets had aangedaan. In zijn ogen dan toch.

Ik denk niet dat de mens van de klantendienst van Telenet bijvoorbeeld het met opzet deed, hem niet kunnen helpen met het feit dat hun diensten plat lagen gedurende enkele uren.

Of dat de buschauffeur met opzet in de file stond aan te schuiven zodat zijn bus te laat kwam.

Maar ik kreeg het allemaal over mij uitgestort. Alle onrecht, tegenslagen, frustraties, ergernissen… ze werden allemaal in een emmer gedaan en over mijn hoofd uit gegoten.

Ik noemde mezelf al snel zijn “pispaal”. Excuseer mijn taal. Maar ik heb geen andere manier om het uit te drukken.

In het begin probeerde ik het te rationaliseren.
Er was altijd wel een reden, of eerder excuus, waarom hij zo reageerde.
Soms zag ik de reden. En kon ik het “plaatsen” zoals we dat zo mooi noemen.
Een ander woord voor het “slikken” van dat onrecht.

Maar vaker zag ik het ook niet. Soms sloeg een ogenschijnlijk romantisch moment gewoon om naar zo’n stortbui van hatelijkheden.
Zonder aanleiding.
Dan zag ik zijn ogen bijna zwart worden van de haat die erin kroop.
En wist ik dat het weer tijd was om me schrap te zetten.

In het begin was ik gewoon verdrietig. Dan stroomden de tranen over mijn wangen terwijl ik met de ogen dicht de tirade aanhoorde.
Vluchten was geen optie. Dan achtervolgde hij me gewoon.
Of hij hield mijn hand vast in een stalen greep zodat ik niet weg kon.

Maar al snel werd ik er ook heel bang van.
Je kan je niet voorstellen hoe pijnlijk en angstaanjagend woorden kunnen zijn, tot je zo’n ervaringen gehad hebt met een narcist.
De haat in hem jegens de mensen en gebeurtenissen sneden door mijn lichaam.

Misschien is het omdat ik zelf heel sensitief ben.
Ik voel heel snel mensen aan. De atmosfeer in een groep slaat direct op mij als ik een kamer in loop.

Als je als kind snel mensen en situaties leert scannen, om te voelen of het veilig is, voel je zulke dingen altijd heel intens aan.
Maar je leert ook om redenen er achter te zoeken, omdat je je veilig wil voelen.
En als je kan begrijpen waarom iemand soms boos is, kan je het plaatsen.
En wordt het voorspelbaar.
En voorspelbaar voelt veilig.
Ook al is het dat niet.

Dus leer je zulke situaties ook als “normaal” te beschouwen.
Zoals je ook deze situaties met de narcist leert als “normaal” te beschouwen.

Je gaat ook denken en hopen dat je het zelf kan veranderen.
Als je maar braaf genoeg bent.
Als je maar goed genoeg luistert.
Als je je maar gedraagt zoals het hoort.

En ja, ik heb het nog steeds over het leven met een narcist.
Maar je begrijpt wel waar het vandaan komt.

Je hebt geleerd of leren geloven dat het aan jou ligt.
Dat, als je maar genoeg je best doet, je ervoor kan zorgen dat mensen niet boos op je worden.
Dat mensen van je gaan houden. Of meer van je gaan houden.

Bij een narcist leer je ook geloven dat jouw liefde hem ook zal kunnen veranderen.

Het mechanisme, dat velen onder ons hebben ontwikkeld, dat people pleasing heet, gaat een level hoger in een narcistische relatie.
Je gaat van people pleasing over naar people saving.

Je gelooft dat je hen kan genezen.
Dat moet ook.

Hoe kan je anders voor jezelf verantwoorden dat je in zulke omstandigheden blijft?

Intussen besef ik, hier in mijn schrijven, dat je waarschijnlijk geen idee hebt waarover ik het heb.
Tenzij je het zelf meegemaakt hebt. Of nog meemaakt.
Dan zijn woorden overbodig.

Hoe kan ik dit uitleggen aan iemand die het niet kent?

Het is een combinatie van manipulatie, ondermijnen, vernederen, uitbarsten, stiltebehandeling… alles tegelijk of opeenvolgend.

Met de enige bedoeling om jou in hun greep te houden.
Zodat je verward, angstig en onzeker bent. Liefst nog verlamd ook.
Zodat er geen haar op je hoofd eraan denkt om je te verweren.
Omdat je weet dat het dan NOG erger wordt.

Het put je ook uit.
Als je je ooit afvraagt, waarom je de godganse tijd zo moe bent.
Zoek dan niet verder.
Zoek dan naar de narcist in je leven.
Geloof me, ver moet je niet zoeken. Diep vanbinnen weet je perfect wie het is.

Narcisten zijn ook energievreters.
Ik kreeg al eens de vraag hoe ze dat juist doen.
Dat is moeilijk om onder woorden te brengen.

Het is vooral de verlammende angst die in je sluipt, die de energie uit je weghaalt.

Ik herinner me meermaals dat ik thuis kwam na een afspraakje met vriendinnen, waardoor mijn batterijen enigszins weer uit het rood kwamen. En één blik op mijn toenmalige man, en de energie liep zo weer uit mijn lichaam.

Een narcist kan niet verdragen dat je je blij voelt. Dat je goeie relaties met je vrienden of vriendinnen hebt. Omdat hij dat niet kent. Hij is dan jaloers en zal er alles voor doen om ervoor te zorgen dat jij het ook niet hebt.

Hij zal je proberen te isoleren, je vriendschap te ondermijnen of gewoon zijn gedrag op jou projecteren.
Let op voor de narcist die jou verwijt dat je vreemd gaat. Want meestal wil dat zeggen dat het zijn eigen gedrag is dat op jou geprojecteerd wordt.

Het is ook de constante twijfel, de verwarring, die de energie uit je weghaalt.

Na de zoveelste scheldpartij kan het gebeuren dat je plots weer overladen wordt door lieve woorden, romantische etentjes, wandelingen bij zonsondergang.
En dan voelt het weer even aan alsof je opnieuw verliefd bent.

Of, wat meestal het geval is, voel je je weer even opgelucht.
Het voelt aan als een staakt-het-vuren.
Je kan weer even ademhalen.
Je laat je verdediging weer even zakken.
Je maakt jezelf wijs dat het voorbij is en dat het vanaf nu allemaal beter wordt.

En als je dan zo open staat voor de liefde waar je zo naar snakt, komt de hamer met veel geweld weer op je hoofd terecht.

Deze “goeie” periodes zijn ook manipulaties.
Aan de ene kant zijn ze bedoeld om je weer te laten opladen zodat ze jouw energie weer kunnen weghalen.
Aan de andere kant zijn ze bedoeld om je in de war te brengen. Als hij niet de héle tijd slecht gedrag vertoont, is er altijd toch kans op goed gedrag. Juist?

Deze afwisseling tussen goeie en slechte momenten zorgt ook voor een onbalans in je hoofd. De hoeveelheden dopamine en adrenaline wisselen elkaar vaak zo snel af, dat je een verslaving ontwikkelt. Dat het niet meer normaal aanvoelt als die zich zo niet afwisselen.

Dat zorgt ervoor dat je na een narcistische relatie vaak ook opnieuw op zoek gaat naar een gelijkaardige relatie.
Want zonder die afwisseling zal een relatie als “saai” aanvoelen.
Veilig voelt niet aantrekkelijk aan.

Het is heel belangrijk om deze onbalans eerst terug in evenwicht te brengen, voordat je beslist om je opnieuw open te stellen voor een relatie.

Want als je dat niet doet, zal een relatie in angst telkens jouw “normaal” zijn.

Buiten het feit dat het niet aangenaam is om te blijven leven in zulke omstandigheden, is het ook slopend voor je lichaam. Je lichaam staat onder constante stress.

Wat het met mijn lichaam deed, vertel ik een volgende keer.

Ik wil hier nog één ding bij zeggen.

Misbruik bestaat in vele vormen.

En je wordt vaak niet serieus genomen als je niet vol blauwe plekken staat.

Psychisch misbruik berokkent minstens evenveel schade.
Laat niemand ooit jouw ervaring minimaliseren.

Volgende week woensdag, 21 juni, wil ik graag van jou horen.


Wat doet het met je om dit allemaal te lezen?
Is het pijnlijk herkenbaar?
Doet het je beseffen dat je dit niet meer wil?
Voel je je opgelucht, te weten dat je niet alleen bent?

Ik hou opnieuw een Narc Talk bij Blended Minds in Kessel-Lo en op Instagram Live.
Daar kan je me al je vragen stellen.
Live bij een kopje koffie of thee, of via chat op mijn Instagram kanaal @leven.na.narcisme

Zie ik je daar?

22 | Vluchten of vechten… of verdwijnen

Men zegt dat je pas weet of je van nature  moeder- (of vader-) instincten hebt als je echt kinderen hebt. Of deze nu je biologische zijn of niet.

En je beseft meestal pas dat je die hebt in een bedreigende situatie. Als je kind in gevaar is bijvoorbeeld.

In fysieke situaties is dat gemakkelijk aan te voelen en in te schatten.

Dan schiet het in gang vanuit een primordiale drijfveer. Voor je het beseft heb je de arm van iemand heel hard vast, klaar om iemand pijn te doen. 

De eerste keer dat dat bij mij gebeurde, schrok ik van mezelf. De dame wiens arm ik vast had, schrok ook. Misschien had ze geen reactie verwacht of was ze zich er niet van bewust dat ze de grenzen van mijn kind overschreed. 

Het gebeurde in het zwembad. Mijn twee oudsten waren een jaar of acht, denk ik. Er waren kinderen met een bal aan het spelen en die belandde in het water voor de neus van één van mijn kids. Die vond het heel leuk en wilde met de bal spelen. Door zijn autisme had hij er toen weinig besef van dat hij verondersteld werd de bal onmiddellijk terug te spelen naar de andere kinderen. 

De moeder begon op hem te schreeuwen en stormde door het water op hem af om hem bij zijn arm vast te grijpen en de bal uit zijn handen te trekken. Ik zag de angst en verwarring op het gezicht van mijn kind en kwam ook heel instinctief in beweging, en voor ik het wist had ik haar arm in een stevige greep vast.

Ik fluisterde heel kalm “laat mijn kind los” en met een verschrikte blik deed ze dat ook direct. Ik heb nog gezegd dat hij autisme had, heb de bal zachtjes uit zijn handen genomen en terug aan haar gegeven. Dan heb ik hem uitgelegd waarom de dame zo boos leek. Hij kon dat wel begrijpen, maar ik zag in zijn ogen dat hij de agressieve reactie niet begreep. Want hij had toch niks misdaan? 

Diezelfde blik heb ik nadien nog heel vaak gezien. In de spiegel.

Fysiek gevaar is heel tastbaar en vaak heel duidelijk. 

Psychisch gevaar ligt heel wat moeilijker en is heel wat subtieler.

Bij fysiek gevaar slaat het instinct direct aan. Fight, flight or freeze.
Vluchten, vechten of bevriezen.

Bij psychisch gevaar sluipt het in je systeem. Het is heel subtiel en geniepig, en je instincten worden in de war gebracht.

Je beseft niet dat er met kleine stapjes over je grenzen gegaan wordt en daarom slaat de fight or flight response niet aan. Niet als het over jezelf gaat, maar ook niet over je kinderen.

De redenen die er achter lijken te liggen, die de narcist je geeft, lijken aannemelijk. Je voelt wel dat het niet okee is, en daarom plaats je jezelf vaak tussen hem en je kind. Waardoor de manipulaties en het psychisch geweld vaak nog erger worden. Want het is voor hem een vorm van verzet en je niet onderwerpen aan zijn gezag.

Omdat er daardoor nog meer conflicten ontstaan, krijg je wel het gevoel dat je toch voor je kind opkomt. Dat je het beschermt. Het is ook de enige manier om jezelf nog in de spiegel in de ogen te kunnen kijken. Want vanbinnen roeren je moeder instincten en die zeggen je dat het niet okee is. Net zoals je eigen instincten zeggen dat hoe jij zelf behandeld wordt, ook niet okee is.

Maar je wil dit gezin doen werken. Je wil dat iedereen in vrede kan samen leven. Je denkt dat de narcist het ook niet gemakkelijk heeft, zeker niet in het geval van een nieuw samengesteld gezin, met kinderen met een beperking. 

Je wil iedereen redden. Je wil dat mooie gezin waarvan je altijd al droomde. En je denkt dat de macht in jouw handen ligt om dat te kunnen doen slagen. 

Ook al weet je heel diep vanbinnen dat het nooit zal gebeuren. De enige manier voor de narcist is dat iedereen zich aan hem onderwerpt en alleen in zijn noden voorziet.

Maar je redderscomplex is groter dan al die instincten, stemmetjes en rode vlaggen in je hoofd. Je bent iemand die niet snel opgeeft. 

Voor mij was dat eigenlijk een ironische contradictie. Hij verweet me altijd dat ik nooit iets afmaakte, dat ik vele projecten begon maar altijd opgaf. Het feit dat dat kwam omdat ik er geen energie voor had omdat ik die allemaal in hem stopte, kwam niet bij hem op.

Zo modder je maar wat aan, zwalpend tussen je instincten, je schuldgevoelens en de overtuiging dat je toch doet wat je kan om je kinderen te beschermen.

En dan komt de dag dat je het breekpunt bereikt. Dat je beseft dat je hen niet langer kan beschermen zoals het eigenlijk zou moeten.

Als je op dat moment genoeg kracht hebt, kan je eindelijk de knoop doorhakken en beslissen om te vertrekken.

Maar als je die kracht niet hebt, kan je alleen besluiten dat er maar één manier is om deze situatie te doen ophouden. En dat is er een einde aan maken.

Niet aan de situatie.

Aan jezelf.


Die dag viel bij mij een zestal jaren geleden.

Na talloze beloftes om in de week niet meer te drinken en dan na twee dagen toch te herbeginnen, werd ik stilaan wanhopig. We kochten niet veel drank meer in de winkel, maar in onze straat is een nachtwinkel. Toen was ik zo naïef dat ik het niet doorhad, maar mijn toenmalige man werd daar toen vaste klant.

De momenten van enkele dagen nuchter en dan weer zwaar dronkenschap met veel venijnig gescheld, wisselden elkaar steeds heftiger af. 

Op een gegeven moment was het moment daar dat ik mijn kinderen bij mijn ex zou gaan ophalen voor hun weekje co-ouderschap bij ons. 

Er waren toen net enkele dagen nuchterheid voorbij en ik voelde me weer hoopvol.

Mijn toenmalige man kwam net voordat ik vertrok, thuis van zijn werk. Ik ging nog even iets uit de frigo in de kelder halen. Toen ik de deur van de frigo opende, bleef ik als aan de grond genageld staan. Ik staarde even naar de drie vaatjes wijn van drie liter.

En toen besefte ik: ik wil mijn kinderen hier niet meer aan blootstellen. 

Ik kon niet meer. Ik zag geen uitweg meer. De enige manier om hen aan hem te laten ontsnappen, was mij uit de weg halen. 

Geen mama met alcoholistische narcist meer, geen gevaar meer.

Ik ben de fiets op gestapt en ben beginnen rijden. Ik wist niet waar ik naartoe kon, dus ik ben gewoon blijven verder rijden tot ik niet meer kon. Gezien mijn energieloze toestand was dat niet ver.

Ik ben in een weide aan de kant van de weg gaan liggen en ben beginnen huilen. Ik wilde daar alleen maar blijven liggen tot de dood mij zou komen halen.

Af en toe kwamen er auto’s voorbij, en ik besefte dat ik daar niet kon blijven liggen. Na enkele uren ben ik moedeloos weer naar huis gereden. Moe gestreden. Gefrustreerd en immens teleurgesteld in mezelf dat ik er weer eens niet in geslaagd was om iets te doen om mijn kinderen veiliger te stellen. 

Intussen had de vader van mijn kinderen alarm geslagen bij de politie omdat ik niet komen opdagen was op het afgesproken uur.

Bij de huiszoeking trof de politie alleen mijn ladderzatte tweede man aan, die natuurlijk nog kwader dan anders was door deze vermeende inbreuk op zijn privacy.

Ook mijn broer en schoonzus stonden bij mijn huis toen ik eindelijk weer arriveerde met mijn fiets. Ik zag iedereen van ver staan en schaamde mij dood. 

Als ik me ooit in mijn leven verslagen gevoeld heb op alle fronten, is het die dag wel.

Een waardeloze moeder omdat ik mijn kinderen niet kon beschermen.

Een waardeloos mens omdat ik de knoop niet kon doorhakken, op eender welke manier.

Een waardeloze vrouw omdat ik iedereen in rep en roer had gezet door even te verdwijnen.

Verslagen heb ik dan mijn ex-man gecontacteerd om alsnog de kids op te halen. Wat hij geweigerd heeft. En hoe kwaad ik daar op dat moment ook om was, ik moest toegeven dat dat de juiste keuze was.

Geen van beide thuissituaties op dat moment waren ideaal, maar bij hem waren ze op dat moment het veiligst.

Het is vreselijk om te moeten beseffen dat daardoor gewoon alles uit je handen gehaald wordt. Je kan niets zelf meer beslissen, zelf geen keuzes meer maken. Je wordt compleet geleefd door de mensen rondom je. Mensen die niet het beste met jou voorhebben.

En het is nog vreselijker om te beseffen dat dat maar goed is, omdat je zelf geen greintje lef meer in je lijf hebt om zelf keuzes te maken.

De zes voorgaande jaren was het niet veel beter. Het enige dat ik deed, was vechten tegen alles. In het midden staan van een strijd die ik nooit gevraagd had.

Terwijl het enige dat ik wilde, was dat ik een liefdevol gezin zou hebben. Het gezin dat me voor ogen gehouden werd toen ik een relatie begon met de narcist. De beloftes dat hij mijn leiding zou volgen wat mijn kinderen betrof. De ogenschijnlijk luchtige manier waarmee hij met hen omging in de eerste dagen.

Die dag, zes jaar later, bleef er van mijn droom niks meer over. Er bleef ook van mij niks meer over. Het enige dat ik wou, was in vrede inslapen en nooit meer wakker worden, in de wetenschap dat mijn kinderen veilig waren.


Ik weet dat het moeilijk te vatten is allemaal. Bij huiselijk geweld denken mensen allemaal aan blauwe ogen en gebroken botten.

Psychisch geweld is niet zo zichtbaar. En mensen denken dat, zolang je niet elke dag slaag krijgt, het allemaal zo erg niet kan zijn.

Uitzichtloosheid is iets moeilijks om mee om te gaan. Ik denk dat ik zelf ook van oordeel was dat het “allemaal zo erg niet was omdat ik niet elke dag slaag kreeg”. En dat ik het daardoor langer moest blijven volhouden. Om het voor iedereen beter te maken.

Maar het lag gewoon niet in mijn handen. 

Ik had nergens controle over.

Maar ook had ik nergens schuld aan.

Schaamte. Schuldgevoelens. Uitzichtloosheid. Wanhoop. Verslagenheid.

Allemaal emoties die je verlammen. 

Tel daarbij op dat je energiepeil onder nul staat

En dan komt de dag dat je beseft dat je kinderen in gevaar zijn, en je kan niks doen.

Helemaal niks. 

Ik ben nu blij dat ik toen geen manier gevonden heb, of het lef, om er daadwerkelijk een einde aan te maken. 

Want vier jaar later vond ik die manier wel. Deze keer een manier die goed was, zowel voor de kids als voor mij zelf.

Sindsdien is het voor ons alle vier alleen maar beter geworden.

Ik heb er een jaar therapie voor nodig gehad, en ook mijn twee oudsten zijn er momenteel voor in therapie. 

Narcisme maakt veel kapot. 

Ook al dacht ik toen dat het puur aan het alcoholisme lag, maar de basis van zijn gedrag lag daar niet in. Het was alleen een katalysator.

Maar het heeft ook een positieve kant gehad. Ik vind de persoon die ik nu ben veel leuker en sterker. En ook mijn kinderen zullen er uiteindelijk sterker uit komen.

Ik ga zeker niet zeggen dat het een “geluk” geweest is, maar misschien wel een nuttige leerschool. 

Op dit moment is mijn belangrijkste les dat, hoe erg het momenteel ook is, en hoe diep je nu ook zit, hoe uitzichtloos je situatie nu aanvoelt… het zal ooit beter gaan.

Neem het aan van iemand die daar ook gezeten heeft.

De duisternis heeft ook voor mij geen geheimen meer.

En ook voor jou zal er ooit opnieuw licht zijn. En je zal stralen als nooit tevoren.

En dat… zal je ultieme overwinning zijn.


19 | No pain, no gain.

Als er iets is waar narcisten meester in zijn, is het manipuleren. In het begin gebruiken ze leugens over hun exen om zich te profileren in een slachtofferrol. De truc die het meest succesvol is, is net genoeg waarheid in de leugen te stoppen om hem geloofwaardig te maken.

Zo nam hij altijd ogenschijnlijk de verantwoordelijkheid op voor zijn aandeel in het feit dat de vorige relaties mislukt waren. Maar hij gaf er dan altijd zo’n draai aan dat het toch allemaal buiten zijn macht lag, dat er altijd omstandigheden waren die de oorzaak waren…

Ik vond het toen allemaal heel aannemelijk klinken. Je kan inderdaad op een bepaald type vrouw vallen of de verkeerde aantrekken, en volgens hem was het telkens zo dat hij voor de volgende viel omdat zijn toenmalige relatie al spaak aan het lopen was.

Voor mij liep het niet anders. Tegen beter weten in had ik me laten overtuigen dat zijn huwelijk voorbij was en dat zijn toenmalige vrouw al lang naar een echtscheiding vroeg, maar dat hij haar meermaals gesmeekt had om toch te blijven proberen.

Toen ik eenmaal op zijn radar kwam en voor hem viel, gaf hij haar dan zogezegd snel toe om bij mij te komen wonen.

Ik vond het toen vreemd dat het toch nog een jaar geduurd heeft eer die scheiding uiteindelijk rond was, maar dat was volgens hem omdat zij veel problemen maakte met de inboedelverdeling.

Het feit dat ze een deel van die inboedel gewoon op straat gezet heeft, was voor mij toen een heel vreemde actie. Natuurlijk heb ik nooit iets gezien van de communicatie tussen hen en ik kon alleen maar zijn verhaal aannemen. Wat ik ook gedaan heb zonder twijfel.

Het is vreemd hoe ze je van in het begin kunnen brainwashen. Ik had mijn hele leven een aantal vaste principes, waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze zou overtreden.

Zo zou ik nooit iets beginnen met een getrouwde man. En zou ik me nooit laten slaan.
Beide grenzen heb ik laten overschrijden. En het vreemde is dat mijn hoofd het aanvaardde, dat er een rationele verklaring achter zat.

Toen we anderhalf jaar samen waren, viel hij in een depressie en een burn-out. Hij was geobsedeerd door overdadig veel werken om terug middelen te kunnen opbouwen na zijn faillissement, gestresseerd door elke dag een uur of vijf in de file te staan en getraumatiseerd door één bepaalde ex. Maar zelfs toen ging er nog geen belletje rinkelen.

In zijn depressie eiste hij nog veel meer aandacht van me dan voordien. Ik kon bijna nooit weg met vriendinnen omdat hij dan eindeloze zielige berichtjes zat te sturen die deden uitschijnen dat hij zijn leven ging beëindigen. Idem voor als ik aan het werk was. Meermaals ben ik halsoverkop de auto ingesprongen met een vaag excuus aan mijn collega’s en met angst voor wat ik thuis zou aantreffen.

Meestal zat hij dan gewoon in de zetel te slapen. Ik besefte het toen nog niet, maar hij was dus meestal zijn roes aan het uitslapen en wist nadien nog amper wat hij me allemaal gestuurd had.

Het meest schrijnende voorval, dat bewees in welke mate hij me probeerde te manipuleren, was toen ik op een avond thuiskwam en een bloedspoor aantrof in de gang, dat leidde naar de badkamer, waar hij alweer zijn roes lag uit te slapen.

Omdat ik geen verwondingen zag, bekeek ik het “bloedspoor” sceptisch en besefte dat het gewoon… ketchup was.

Ik kan niet beschrijven wat op zo’n moment door me ging. Ongeloof. Boosheid ook omdat ik besefte dat ik gemanipuleerd werd.

Maar meest van al een soort medelijden. Dat hij zo diep zat dat hij dit gebruikte om aandacht te krijgen. En mijn liefdevol hart zag alleen een getormenteerd man, die ik probeerde zoveel mogelijk te steunen om hem te helpen genezen.

Dit soort van overgedramatiseerde situaties gebeurden wel vaker in die periode. Het verhaal van de thermometer bijvoorbeeld (zie vorige blogs). Soms riepen ze angst bij me op, soms verdriet, soms medelijden. Soms frustratie.

Enkele keren ook boosheid. Zoveel boosheid dat ook ik mijn zelfbeheersing verloor. Kwaad om zoveel onrecht, zoveel manipulatie, zo moe van als pispaal gebruikt te worden voor alles wat er mis ging in zijn leven.

Twee voorvallen deden ook mijn zelfbeheersing verliezen.

Op een avond werd hij wakker uit zijn roes en begon hij me weer de huid vol te schelden. Ik denk dat ik toen net terugkwam van een etentje met vriendinnen, dus ik had weer mijn batterijen een heel klein beetje kunnen opladen. En dat zorgde er ook voor dat ik weer een ietsiepietsie zelfvertrouwen terug had, waardoor ik hem weerwoord begon te geven.

Tegen beter weten in, want dat resulteerde altijd in gescheld op maat, zoals ik het noem. Soms werd ik “algemeen” uitgescholden, als vertegenwoordiger van het vrouwelijk ras dat hem al dat kwaad voordien had aangedaan.

Maar als hij heel venijnig was, werd het gescheld “op maat”, gericht op mijn gewicht, mijn ex, en het ergste: mijn kinderen. Het woord “mongool” viel elke keer, gericht op mijn kinderen met autisme. En ook “vet wijf”, gericht op mijn overgewicht.

Toen ben ik geknapt. En heb ik met volle gewicht mijn hand door de glazen deur geduwd. Puur uit onmacht omdat ik het gescheld niet kon doen stoppen. Wegvluchten naar een andere kamer had geen nut, want hij achtervolgde me elke keer. Als ik dan onder de lakens van het bed vluchtte, trok hij die van me af, en kwam met zijn gezicht heel kort bij het mijne, vertrokken van haat, het gescheld verder zettend.

Een andere keer dat ik mijn zelfbeheersing verloor, was omdat mijn oudste zoon erbij betrokken was. Het kind was toen een jaar of 12.

In die periode had hij de gewoonte om na een episode van zelfmedelijden heel dramatisch naar buiten te gaan met een groot slagersmes, alsof hij er een einde aan zijn leven mee wilde maken. Zodat ik er in paniek achteraan zou gaan en hem zou smeken om het niet te doen. Ik was toen erg onzeker en wilde het niet op mijn geweten hebben dat hem iets zou overkomen als ik er niet op in ging, dus de scène herhaalde zich regelmatig.

Gelukkig deed hij dat alleen als we geen kinderen in huis hadden, in de periodes dat mijn kinderen bij hun vader waren.

Tot op de bewuste dag, toen mijn kinderen er wel waren. Ik stond met hen af te wassen, en hij was, natuurlijk dronken zoals zo vaak, na een betoog van zelfbeklag naar buiten gegaan. Ik was zo met de kinderen bezig dat ik het niet gemerkt had. Mijn oudste zoon had het echter wel gezien, en hij ging hem achterna. Ook dat had ik niet gemerkt. Het was altijd hectisch als ze er waren, en ik geef toe dat ik vaak de kracht niet meer had om een goede moeder te zijn met alle aandacht op elk moment.

Ik herinner me het moment nog heel goed toen mijn zoon weer de keuken in kwam.
Hij stond lijkbleek naar adem te snakken en te huilen.
In zijn handen hield hij een groot slagersmes.

Mijn wereld verstomde op dat moment. Het was alsof ik alleen nog een wit licht zag met in het midden mijn kind.

Ik nam het mes heel voorzichtig snel uit zijn handen. Intussen kwam het er met horten en stoten uit dat hij zijn stiefvader in de tuin gevonden had met dat mes bij zich.

Mijn kinderen hebben altijd een groot hart gehad. Ondanks het vreselijke gedrag van hun stiefvader bleven ze bekommerd om hem, als hij bij de barbecue weer eens lag te slapen op de grond, of dramatisch een verhaal vertelde over hoe slecht hij toch behandeld geweest was door mensen vroeger.

Dus toen mijn zoon hem zo vond met dat mes, was het kind zo bekommerd om hem dat het onmiddellijk dat grote scherp mes uit zijn handen had genomen.

Er gingen toen vele gedachten door me heen. In eerste instantie was ik bang dat mijn kind zich er pijn mee had kunnen doen. Ik controleerde of hij oké was en slaagde erin om hem te kalmeren en zijn gedachten te verzetten door een spelletje of film op tv.

Intussen was ik zelf allesbehalve kalm. De enige emotie die ik toen voelde voor mijn man, was boosheid. Boos om wat had kunnen gebeuren met mijn kind en dat grote mes.

Toen de kinderen weer veilig en gekalmeerd achter de tv zaten, ging ik naar buiten, op zoek naar de boosdoener van al dat onheil.

Ik vond hem slapend op de trampoline. Na enkele minuten naar hem gestaard te hebben, bereikte mijn boosheid het punt van woede. Ik vond dat hij het recht niet had om daar zo ongenaakbaar te liggen slapen. Ik wilde dat hij besefte wat hij gedaan had. Dat hij verantwoordelijkheid zou opnemen voor wat er met mijn kind had kunnen gebeuren.

Ik probeerde hem wakker te schudden want ik wilde schreeuwen tegen hem, ik wilde mijn boosheid uiten. Maar hij was zo ver weg, dat hij niet eens bewoog toen ik hem bij zijn schouders nam en hem probeerde door elkaar te schudden.

En toen ben ik opnieuw geknapt. Ik gaf hem een slag in zijn gezicht om hem wakker te maken. En toen hij ook daar niet op reageerde, sloeg ik opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Ik ben er zeker niet fier op. De mensen die me goed kennen, weten dat ik geen vlieg kwaad zou doen. Maar op dat moment toen… wilde ik hem pijn doen. En heb ik eigenlijk misbruik gemaakt van het feit dat hij niet kon reageren. Als hij nuchter was geweest, had ik dat nooit durven doen, uit angst om slaag terug te krijgen.

Als er dingen zijn waar ik écht spijt van heb, zijn het zulke momenten. Dat ik mijn eigen grenzen heb overschreden.

Zo ver kunnen narcisten je brengen. Op den duur herken je jezelf niet meer.
Je doet dingen die niet in je karakter liggen.
Je laat dingen gebeuren die je normaal nooit zou accepteren.
Je hebt ook geen energie meer om er allemaal vragen bij te stellen.
Heel je leven is gericht op overleven en proberen de vrede te bewaren.

Ook al betekent dit dat je daarvoor een heel andere persoon moet worden.

Het heeft me nadien een heel jaar gekost om mezelf terug te vinden. En in wezen ben ik nu zelfs meer dan ik ooit geweest ben.

Het is zeker een levensles geweest. Soms moet je eerst tot op de bodem afgebroken worden om weer herboren te kunnen worden. Alle muren die je je hele leven hebt opgebouwd om te overleven, moeten weer neergehaald worden.

Dus misschien is het mijn lot geweest om dit mee te maken opdat ik zou kunnen zijn wie ik nu ben.

Maar soms vraag ik me toch af of er geen minder pijnlijke manier zou geweest zijn.

Niet vaak echter. Ik aanvaard dat het universum werkt zoals het werkt.
En dat alles altijd gebeurt met een reden.

Ik heb twee slechte relaties verduurd opdat ik nu de juiste man op het juiste moment kon vinden. En ik zou niet als iemand anders in deze relatie willen gestapt zijn. Want ook hij verdient de beste versie van mij die ik kan bieden.

Net zoals ik die ook verdien. Ik ben blij met wie ik nu ben.
En ik denk dat iets minder drastisch dat nooit had kunnen teweegbrengen.

No pain, no gain. Of zoiets 🙂

15 | Licht

Scheiden doet lijden.

Een waarheid als een koe, zoals men dat zegt.

Ook al weet je dat je een beslissing neemt die je al jàren geleden had moeten nemen, om jezelf en je kinderen te onttrekken aan een toxische omgeving, toch is die knoop doorhakken een zware dobber.

Het wil ook niet zeggen dat het jou zelf geen pijn doet, ook al neem je zelf de beslissing.

Ik weet dat mensen die het niet meegemaakt hebben, er vaak weinig begrip voor kunnen opbrengen. Hoe je nog verdriet kan hebben om een partner die je leven tot een hel maakte.

Vertrek dan gewoon. Dat zeggen ze.

Gewoon. Vertrekken.

Of “gewoon” zeggen dat hij moet vertrekken.

Gewoon. Vragen.

Bij een toxische relatie en specifiek een relatie met narcistisch misbruik, bestaat er geen “gewoon”.

Al je kracht wordt aan je onttrokken. Narcisten zijn echte energievampiers. Daarmee hopen ze dat je nooit de kracht zal hebben om aan hen te ontkomen.

Kracht.

Toen ik, anderhalf jaar geleden, snel de echtscheidingspapieren naar mijn advocate bracht, haalde ik opgelucht adem. De grootste stap was genomen. Nu kon ik beginnen uitkijken naar het einde.
En dus ook naar het begin.

Een nieuw begin van een nieuw leven. Een leven zonder constante angst. Ik wist wel dat ik daar ook aan zou moeten werken. Al in mijn jonge jaren bleek ik heel onderhevig te zijn aan angsten. De therapeute die ik had in mijn jonge twintiger jaren, zei het eens tegen mijn toenmalige echtgenoot (nummer 1 dus, de vader van mijn kinderen). Dat ik zo bang was van alles. Voor alles. Dat het mijn beslissingen op alle vlakken soms blokkeerde.

En toch slaagde ik er altijd in om de nodige knopen door te hakken.

Ik deed onlangs een test om mijn super power te onthullen. Dat blijkt voor mij nu net kracht te zijn, moed en doorzettingsvermogen. Alhoewel het nut van het soort test nog moet blijken uit een webinar die ik morgen heb, lijkt het resultaat me toch op het lijf geschreven te zijn.

Kracht. Tegen wil en dank. Want heb je ooit echt een keuze? Als je dreigt te verdrinken, begin je toch ook te spartelen in de hoop dat je boven blijft? Is dat dan kracht? Of de moed der wanhoop?

Anyway… daar wilde ik het in deze blog niet specifiek over hebben. Alhoewel het wel meespeelt in hoe de gebeurtenissen, die ik nu ga beschrijven, zich ontwikkeld hebben.

Nadat ik de papieren ingediend had, was ik ook wel bang. Bang dat het geweld nog erger zou worden. Bang dat hij op zijn toezegging zou terugkomen om zo snel mogelijk te vertrekken.

De eerste dagen scheen hij zijn best te doen om snel een appartement te vinden. Maar de eerste die hem wel zinden, bleken meestal pas binnen enkele maanden beschikbaar te zijn.
Ik heb snel duidelijk laten blijken dat dit geen optie voor mij was. Als het kon, wilde ik dat hij al de volgende dag weg zou zijn. Het was gewoon nog onhoudbaar, nu de knop omgedraaid was, om zijn gedrag te verdragen. Om zijn aanwezigheid te verdragen. Om de ogenschijnlijk trieste en verslagen blikken te verdragen.

Ik kon het niet meer opbrengen, echt niet.

Geen greintje empathie was er nog in mij over voor deze man die mij en mijn kinderen zo’n pijn had gedaan. Als “beloning” voor alle liefde die ik hem gegeven had.
En nu was het weg. Ik voelde niks meer, alleen nog leegte.
Het was op. Ik was op. Ik had niks meer te geven.

Na enkele dagen geen reactie van mij gekregen te hebben op het trieste vertoon, begon zijn gedrag weer te keren. Het gebruikelijke venijn werd een tandje hoger geschakeld.
Af en toe zakte het weer als het nodig was dat hij met mij communiceerde, omdat hij alweer iets nodig had. Dan gedroeg hij zich weer “normaal”.

We kwamen overeen dat hij eerst iets kleins zou zoeken dat onmiddellijk beschikbaar was en dat zijn spullen dan bij mij zouden blijven staan tot hij iets groters zou hebben. Dat betekende dus wel minstens een jaar, maar ik was zo opgelucht met deze oplossing, dat ik onmiddellijk toegezegd heb.

Tweede vraag was financieel. Hij moest daarvoor dus ook de gebruikelijke borg kunnen betalen. Alhoewel zijn loon 3 keer zoveel was als het mijne, had hij geen spaargeld.
Enkele jaren voordien had hij mijn auto kapot gereden en me die kosten terugbetaald, en daarmee kon ik hem die som dus voorschieten. Gelukkig dat ik altijd heel spaarzaam geweest ben met mijn 60% loon, of ik was met hem al lang de armoede in beland.

Alweer die kracht en doorzettingsvermogen, misschien?

Toen dat alles geregeld was, kon ik eindelijk beginnen aftellen. Omdat ik echt niet meer kon verdragen om nog veel in zijn aanwezigheid te zijn, ging ik enkele dagen op verlof met mijn kinderen. Om ook hen te sparen van zijn erger wordende gedrag.

Die dagen waren leuk en ontspannend voor ons en ik had weer hernieuwde moed om de laatste dagen met hem door te spartelen.

De thuiskomst was vreselijk. Hij straalde zoveel haat uit dat ik écht bang werd voor onze levens. Ik durfde geen moment meer met hem alleen zijn of mijn kinderen alleen bij hem laten.

Ik contacteerde één van mijn beste vriendinnen, die gelukkig snel kon komen. Ik stond haar buiten op te wachten want ik durfde niet meer in mijn huis bij hem te zijn.

Nadat ze mij wat gekalmeerd had, ging ze binnen polshoogte nemen en bleek hij te liggen slapen in de zetel. Natuurlijk, dat was de oorzaak. Alcohol. Alweer.

Mijn angst veranderde in afgrijzen en walging. Ik kon en wilde hier niet meer blijven in die laatste week voor zijn verhuis.

Een andere goeie vriendin had een appartement aan zee en gelukkig kon ik daar enkele dagen verblijven. En bij mijn ouders kon ik dan de laatste twee dagen overbruggen.

Ik ben iedereen nog altijd super dankbaar. Zij hebben mij het leven gered, denk ik vaak. Ik weet niet tot wat hij nog in staat zou geweest zijn onder de invloed van alcohol.

De volgende dag, toen hij weg was naar zijn werk, heb ik de kinderen en het hoogst nodige ingepakt en zijn we dus die laatste week op de vlucht geslagen. Uit mijn eigen huis.

Het ergste vond ik het voor de kinderen. Ze hadden van hun eigen spaarcentjes een gaming computer gekocht en waren doodsbang dat hij die zou kapot maken. Het zou niet het eerste geweest zijn dat hij in een vlaag van woede had kapot gemaakt. Of onder de invloed van alcohol, zoals mijn auto. 1 kamer kon ik op slot doen, maar van de andere had ik geen sleutel meer. Maar dat risico moesten we maar nemen. Beter materiële schade dan ons leven.

Die laatste week ervaarde ik als het ultieme laagste punt van mijn relatie. Aan de ene kant was ik opgelucht dat we veilig waren, aan de andere kant helemaal verslagen. Hoe diep kan je zakken als je moet wegvluchten van je partner.

Nochtans was het niet de eerste keer. Ik was voordien al enkele keren met de kinderen, zonder schoeisel of andere benodigdheden, de auto moeten inspringen om ons in veiligheid te brengen voor zijn gewelddadigheid. Maar dan kon ik altijd terugkeren zodra hij zijn roes lag uit te slapen.

Nu, zo een hele week op de vlucht, was toch ingrijpend. Ik heb buiten het gezichtsbereik van de kinderen zitten huilen. Verslagen, vermoeid, leeg. Vol schuldgevoel dat ik het zo lang heb laten duren. Als ik naar mijn kinderen keek, die alleen hun gsm hadden om zich mee bezig te houden, voelde ik me zo ellendig. Gelukkig was het vrij goed weer aan zee en kon ik hen nog wat bezig houden met wandelingen en iets lekkers gaan eten.

Zodra hij besefte dat ik weg was, was hij weer beginnen smeken dat we naar huis zouden komen, dat we niks te vrezen hadden. Maar ik vertrouwde hem niet meer. En ik ging zeker geen enkel risico meer nemen. Ik kreeg nog wat schuldbewuste mails en dan doofde het uit.
Ik was er niet kwaad voor, ik had rust nodig in mijn hoofd. En ik had geen enkele behoefte om nog op eender welke manier met hem te communiceren.

Het enige dat ik nog met hem besprak, was de uiteindelijke verhuis van de noodzakelijke dingen die hij zou meenemen. Omdat hij zelf geen auto of rijbewijs had op dat moment, moest ik hem zelf nog verhuizen ook.

Achteraf bekeken, vraag ik me nog altijd af waarom ik dat allemaal gedaan heb, in plaats van hem te zeggen dat hij zelf zijn plan moest trekken. Maar ik vond dat ik het beter kon doen, dan had ik er tenminste controle over dat hij daadwerkelijk weg zou zijn.

Vrienden verklaarden me voor gek dat ik dat nog gedaan heb, maar het was dus niet helemaal zonder eigenbelang.

Wat ik wel geweigerd heb, is hem nog met me te laten meerijden naar zijn nieuwe appartement. Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om nog een half uur met hem alleen in de auto te zitten.

Gelukkig is mijn vader ook meegereden om alle spullen te kunnen verhuizen, ik wilde het ook niet alleen doen. Ik was te bang geworden voor de toestand waarin hij zich zou kunnen bevinden. Gelukkig was hij nuchter, zelfs wat ontredderd. Het raakte me bijna opnieuw in mijn hart.

Bijna.

Het afscheid zelf was toch nog verrassend emotioneel. Hij is beginnen huilen toen ik instapte om te vertrekken, en bijna had ik mijn armen om hem heen geslagen om hem te troosten. Zoals ik 10 jaar lang gedaan had.

Opnieuw leek hij de kwetsbare man vol schuldbesef die me zo dikwijls had weten te overtuigen om bij hem te blijven en hem te blijven vergiffenis schenken.

Ik raakte zijn arm even aan en zei dat het me ook speet hoe het allemaal is moeten lopen.
De aanraking gaf zo’n schok dat ook ik mijn tranen heb moeten verbijten. Ik mocht niet laten zien dat het me ook pijn deed, een moment van kwetsbaarheid zou hem hoop geven en weer een heel proces in gang zetten van mij bestoken met berichten.

Nee, ik moest sterk zijn. Het duidelijke signaal geven dat het onherroepelijk voorbij was.

Kracht en doorzettingsvermogen.

Op dat moment, ja.

Tien minuten later, alleen onderweg naar huis, ben ik helemaal gebroken.

Alle pijn die ik de laatste weken had moeten inhouden omwille van de kinderen, kwam naar boven en ik ben luidkeels beginnen huilen. Echt heel luid. Ik heb mijn muziek even luid gezet, kwestie van geen rare blikken te krijgen van mensen rond me.

Na deze deugddoende ontlading, kwam een enorme rust over me heen.

Het was eindelijk voorbij. Echt helemaal voorbij.

En voor het eerst zag ik weer licht voor me. Ik had de tunnel verlaten en kon weer de wereld voor me en rond me zien.

En ik zag dat het goed was.

14 | Voorbij

Eens je tot de realisatie gekomen bent dat je partner een narcist(e) is, begint er een heel proces in je hoofd en je hart.

Je denkt “ja, eindelijk zijn de puzzelstukjes in elkaar gevallen, eindelijk is het duidelijk waar het gedrag vandaan komt!”.

Maar… wat dan?

Dan zit je daar. Net bekomen van de aha-erlebnis. De kortstondige euforie van het besef dat het allemaal niet aan jou lag, ebt weg. En wat overblijft is leegte. Pijn. Verdriet.

Het besef dat het ook een eindpunt is.

Het einde van je relatie.
Het einde van je hoop dat het allemaal ooit nog goed komt.
Het einde van de droom van een leven samen.
Het einde van je leven zoals het op dat moment is.

En ook al is dat laatste iets goeds, je wil het nog niet loslaten.
Je bent het gewoon.
Op een vreemde manier voelt het veilig, want het is bekend.
Het onvoorspelbare gedrag is op een vreemde manier ook voorspelbaar.

Het idee dat je actie gaat moeten ondernemen, jaagt je schrik aan.
Het idee dat je leven gaat veranderen, maakt je bang.
Het idee dat je niet weet hoe je er aan moet beginnen, geeft je paniekaanvallen.

En tegelijk… als je even een moment van stilte ervaart… en je probeert je in te beelden…

Hoe het zou zijn om niet meer elke dag op eieren te lopen…
Hoe het zou zijn om niet elke keer in angst thuis te komen…
Hoe het zou zijn om niet meer elke keer je adem in te houden als je een berichtje binnen krijgt op je smartphone…
Hoe het zou zijn om vrolijk thuis te komen van een koffie met vrienden en geen nare blikken te zien die op je wachten…
Hoe het zou zijn om liefde voor iemand te voelen, die hetzelfde aan je teruggeeft zonder iets van je te verwachten…

En je voelt je overstromen met een warm gevoel… een veilig gevoel…

Ik weet het. Het doet pijn om je dit in te beelden, en meestal wuif je het beeld snel weg als het bij je opkomt.

Maar deze keer voelt het anders. Je voelt dat er iets veranderd is. Je weet dat je hét punt voorbij bent.

The point of no return.

Eén keer de knop omgedraaid is, is er meestal geen weg meer terug.

Want je weet dat je niet meer terug wil. Je weet dat je meer wil dan dit leven in angst en pijn.

In juni 2021 dacht ik dat ik dat punt gepasseerd was. Ik had documenten van het internet gehaald voor een EOT (Echtscheiding Onderlinge Toestemming) en ik had een inventaris opgemaakt van de dingen die we gemeenschappelijk gekocht hadden, en een verdeling gemaakt onder ons.

En toch slaagde mijn toenmalige echtgenoot er in om me nogmaals te overtuigen. Even klonken de beloftes en smeekbedes gemeend, werd er beloofd om mee te werken aan relatietherapie. En ja, ik ben gezwicht. Ik wilde niet verweten worden dat ik niet àlles geprobeerd had om het te laten werken.

Alhoewel ik dat eigenlijk al 1000 keer gedaan had. Voor mezelf wist ik dat wel, maar ik wilde dat ook hij het besefte. Want al die 1000 voorgaande keren had het niks uitgehaald.

Diep vanbinnen wist ik echter dat mijn knop al 90% omgedraaid was, en ik wilde er eindelijk korte metten mee maken als de relatietherapie op niks zou uitdraaien.

Ik contacteerde een advocate en liet alle nodige papieren al opmaken. Ik wist dat, als het einde er echt aan kwam, dat ik snel zou moeten reageren als hij bereid zou zijn om de papieren te tekenen, en ik wilde ook duidelijk het signaal geven dat het écht voorbij was.

Ja, de angst zat er in dat hij ging tegenwerken en dat we in een vechtscheiding zouden terechtkomen. Dus ik maakte in stilte alle voorbereidingen en wachtte op de dag die onvermijdelijk zou komen.

Heb ik zelf écht mijn best gedaan in de relatietherapie? Ik denk het wel. Maar ik stelde me niet meer op als de immer vergevingsgezinde vrouw die alweer alles probeert om het goed te maken. Ik stelde me op als de sterkte vrouw die ik me probeerde te voelen, met de duidelijke grens dat het genoeg geweest was.

Dat gooide natuurlijk olie op het vuur en er was van beide kanten weinig sprake van toenadering. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat alles het gevolg was van zijn gedrag. Hij probeerde het zo te manipuleren dat alles de schuld was van mijn kinderen en mijn mislukte opvoeding.

Ik weet niet of dat bijgedragen heeft tot zijn crisis op de dag dat het allemaal eindigde.
Ik zal nooit weten wat er juist gebeurd is dat hem bracht tot de acties die alles kapot maakten.

Bij elke stemmingswisseling leek het alsof hij van persoonlijkheid veranderde, dus ik was al wel wat gewoon.
Maar wat er die dag gebeurde, was onbegrijpelijk. Ik kan het niet anders omschrijven dan dat er kortsluiting moet opgetreden zijn in zijn hoofd.

Twee van mijn kinderen worstelen al enkele jaren met hun genderidentiteit. Ik had er weinig met hem over gedeeld, want hij gebruikte hun autisme al om hen mee uit te schelden (het woord “mongolen” viel regelmatig), dus ik wilde niet dat hij dat ook zou gebruiken om hen bewust mee te kwetsen.

Want zoals bij mij, stopte hij pas in de periodes van misbruik als hij hen met de grond gelijk gemaakt had.

Ik had hem vooraf gewaarschuwd dat dat voor mij het breekpunt zou zijn. Als hij dat ooit zou gebruiken tegen hen, zou het voor mij gedaan zijn.

Hij was al enkele keren bij het schelden in die richting gegaan, maar als ik hem waarschuwde, hield hij zich alsnog in. Maar ik zag het zo al erger worden, en ik wist dat hij vroeg of laat over de schreef zou gaan.

Natuurlijk hoopte ik van niet. Zelfs na meer dan 9 jaar misbruik, hoopte ik nog altijd dat er op een dag een mirakel zou gebeuren en dat hij het licht zou zien en de lieve man zou worden waarop ik dacht dat ik verliefd geworden was.

En dan kwam dé dag.

Ik had een halve dag vrij en de roep van de zee kwam weer bij me op. Ook al zou ik langer onderweg zijn met de trein dan dat ik echt aan zee zou zijn, stapte ik op de trein met de hoop op een namiddag rust.

Eerst was hij begripvol en enthousiast, tot hij me vroeg wat we ‘s avonds zouden eten.
Vermits ik maar een halve dag had, zei ik hem dat ik waarschijnlijk pas laat zou terug zijn.
Dat was altijd zo bij mijn uitstapjes en het was nooit eerder een probleem.
Ik voelde dat er bij hem wat weerstand ontstond, maar ik wilde er deze keer geen rekening mee houden.
Ogenschijnlijk legde hij zich erbij neer en hij zou zelfs voor het eten voor mijn kinderen zorgen.

Tijdens mijn uitstapje kreeg ik ogenschijnlijk normale sms-jes, die ik niet onmiddellijk bekeek want ik wilde genieten van de rust aan zee. Ik nam de tijd om mijn situatie te overdenken en nam het besluit dat ik me niet meer zou laten leiden door angst. Dat ik mijn leven verder zelf in handen wilde nemen.

Toen ik op de trein naar huis stapte, merkte ik dat er plots weer heel veel berichten in mijn inbox zaten. En zoals altijd bleek dat niet veel goeds te voorspellen.

Naast zijn berichten stonden er ook van mijn twee oudste kinderen in. Die me anders nooit iets stuurden. Dat deed mijn alarmbellen nog luider klinken.

Wat ik las, tartte al mijn verbeelding. Blijkbaar was hij begonnen met mijn kinderen alweer uit te schelden, deze keer specifiek gericht op het gender issue en was hij een telefonische oorlog begonnen met de vader van mijn kinderen én mijn ouders.

Verslagen heb ik zitten huilen op de trein. Toen en daar heb ik moeten toegeven dat het voorbij was. Echt voorbij. Er zouden geen kansen meer gegeven worden.

Ik heb gereageerd op zijn berichten dat ik bij thuiskomst de papieren zou klaarleggen voor hem voor te ondertekenen en dat ik hem verder niks meer te zeggen had.

En ik heb hem geblokkeerd op alle kanalen waar hij contact met me kon opnemen.

Na mijn kinderen nog even wat gerustgesteld te hebben dat ik onderweg was en dat het allemaal voorbij was nu, heb ik de rest van de treinrit nog zitten huilen.

Het was voorbij.

De strijd, de pijn, het verdriet.

De hemelse liefde, de aanbidding, de vlinders in de buik, de liefdesbetuigingen, de boeketten, de romantiek.

De vernederingen, de scheldpartijen, de helse e-mails, sms’en in caps letters, het geroep, het getier, de bedreigingen, het liegen.

Eindelijk was het voorbij.

12 | De kikker in de kookpot

Vorige week was ik zelf te gast in een podcast. Topfit met Annick maakte een reeks met getuigenissen van mensen die slachtoffer zijn of waren van een narcist(e).

Hoewel het een vrij korte podcast is en er dus weinig kans was tot veel diepgang, hebben haar vragen me toch aan het nadenken gebracht. Ik denk dat het tijd is om mijn verhaal te brengen. Echt te brengen. Geen quotes van andere narcisme coaches met daar in het kort mijn ervaring bij. Mijn eigen teksten. Mijn eigen coaching.

Laat me beginnen met een onderscheid te maken in het landschap van narcisme coaching.

Als je googelt op “narcisme coach”, kom je terecht bij twee types.

Enerzijds heb je de coaches die slachtoffers van mensen met narcisme, al dan niet met de echte diagnose van NPS (Narcistische Persoonlijkheidsstoornis), helpen. 

Anderzijds heb je de coaches die de narcisten helpen. Ik weet niet of je hier kan spreken van mensen met NPS helpen, vermits het inzicht vereist om hulp te zoeken of zelfs maar te beseffen dat je hulp nodig hebt. Het is een contradictio in terminis. Maar goed, waarschijnlijk bestaan er mensen die op de grens leven, die beseffen dat hun gedrag niet okee is en hier iets aan willen doen.

Ik dacht vaak dat mijn tweede man hiertoe behoorde. Maar nu besef ik dat hij me gewoon zei wat ik wilde horen. Zodat ik zijn toevoer zou blijven van energie. Net genoeg kruimeltjes toegooien zodat ik bleef hoop hebben. Ik dacht dat het hetzelfde kon zijn als met het alcoholisme, dat hij een tijd onder controle scheen te hebben.

Alhoewel ik ook hierover mijn twijfels heb nu. Niemand kan zo goed alles verstoppen als een verslaafde. Een deel van zijn manipulatie bestond er ook in dat hij toegaf dat hij op bepaalde momenten zijn drank verstopte, zodat het leek alsof hij nu “echt wel” helemaal eerlijk was.

Maar goed. Ik ga proberen om het wat chronologisch neer te schrijven. Met deze inleiding wil ik vooral duidelijk maken dat, als ik het over mijn roeping als narcisme coach heb, het gaat om het helpen van de slachtoffers. Mijn lotgenoten.

De eerste vraag die Annick stelde, ging over hoe ik ben beginnen beseffen dat mijn ex een narcist is.

Alhoewel ik me heel bewust ben van de kenmerken van narcisten, moest ik toch even nadenken. Je rolt als het ware in de relatie en het misbruik, zodat het moeilijk is om te bepalen wanneer je ogen echt open gingen.

Ik gebruik graag de metafoor van de kikker in de kookpot hier. 

Als je een kikker in een kookpot met kokend water gooit, zal die er onmiddellijk uit springen.

Maar als je hem in koud water zet en de kookpot langzaam opwarmt, zal hij het niet merken tot het te laat is en zal hij sterven of zwaar beschadigd er uit kunnen klimmen. 

Zo gaat het ook met misbruik. 

De eerste keer dat ik besefte dat zijn gedrag écht niet okee was, gebeurde toen we een week of twee samen waren. Ik was, voor we een relatie begonnen, enkele keren op date gegaan met een andere man. Ondanks het feit dat we zelfs op dat moment nog geen gevoelens voor elkaar uitgesproken hadden, reageerde hij altijd extreem jaloers als dit nog maar ter sprake kwam. 

De eerste keer dat ik zijn ogen zag hard worden van haat, was omdat ik een sms-je kreeg van genoemde man. Alhoewel ik toen al aan deze duidelijk gemaakt had dat ik intussen een relatie had en geen interesse meer had in contact. De sms was onschuldig genoeg, een vraagje hoe het met me was. Geen sexting of ongepast taalgebruik. Maar het was genoeg om mijn “nieuwe liefde” aan te zetten tot venijnige uitspraken met ogen die gevuld waren met haat. De eerste keer dat ik bang was van hem.

En na een half uur sloeg dat plots weer om naar liefdevol mijn hand vastpakken en sorry zeggen, dat hij me zo graag zag, dat hij het idee van iemand anders in mijn leven niet kon verdragen. Opgelucht keek ik in zijn ogen en zag opnieuw de liefde en ik probeerde alle rode vlaggen die in mijn rug staken, te negeren. Ik gaf mezelf de schuld en blokkeerde genoemde man in mijn gsm en op alle andere communicatiemiddelen. Oef, het gevaar was geweken.

De tweede keer gebeurde toen we een maand of twee samen waren. Hij werkte toen als manager bij een startend outlet bedrijf, met lange stresserende dagen. Als hij dan thuiskwam na een vermoeiende dag en de nodige tijd in de file, was het eerste dat hij deed, een aperitiefje nemen, om “de vermoeidheid af te schudden”. Dat gebeurde dagelijks. Het voelde niet goed aan, maar hij deed er luchtig over, dus ik maakte er (nog) geen probleem van. 

Soms leek het alsof hij al elders ook een aperitiefje genomen had, want hij kwam ogenschijnlijk liefdevol thuis, wat dan na enkele minuten oversloeg naar een venijnig humeur. Ik lette heel erg op hoe ik hem ontving, altijd met een stralende glimlach en liefdevolle knuffel, hoe moe ik zelf ook was. 

Op die bewuste avond was ik te moe om te koken en had ik pizza in de oven gezet. Zijn oven, die hij mee verhuisd had, en die ik totaal nog niet gewoon was. Hij kwam ook veel later thuis dan hij aangekondigd had (wat mijn idee nog versterkte dat hij elders al een tussenstop gemaakt had, lees: op café) en oogde heel vermoeid en geïrriteerd. In een poging om de pizza warm te houden, had die langer dan voorzien in de oven gestaan en het resultaat was een zwart geblakerd baksel. 

Toen hij daar een blik op wierp, werd hij woedend. Hoe kon ik zo dom zijn, kon ik nog geen pizza opwarmen, het was al erg genoeg dat ik niet de moeite gedaan had om te koken, wat een stom wijf was ik toch.

En dan dwong hij me om de pizza zelf op te eten.

Eerst weigerde ik, en ik probeerde aan de situatie te ontsnappen. Toen ik de deur van de keuken opende, werd mijn pols hardhandig vastgepakt en werd ik op mijn stoel geduwd. Dreigend torende hij boven me uit en beval me om de pizza op te eten.

Ik bevroor, niet begrijpend waar ik dit verdiend had, denkende dat het inderdaad allemaal mijn schuld was, en ik begon de pizza in stukken te snijden terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Toen ik het tweede stuk in mijn mond stak, legde hij zijn hand zachtjes op de mijne en deed me stoppen. 

Ik werd opnieuw overladen door excuses, kreeg een stevige knuffel en hij zei dat hij snel wel zelf iets zou koken. Dat ik eventjes mocht gaan zitten, dat hij begreep dat ik de oven nog niet kende en dat hij me graag zag, maar dat hij gewoon een slechte dag had op het werk. 

Helemaal onder de indruk van wat er gebeurd was, ben ik bevend gaan zitten, terwijl de tranen nog prikten achter mijn ogen. Maar ik durfde ze niet meer laten zien. Alles hoorde weer okee te zijn en mijn verdriet laten zien, hield het risico in dat hij weer zou hervallen in zijn eerder humeur. Dus ik slikte alles in, en probeerde weer mijn liefdevolle glimlach boven te toveren.

Ik ben de “gelukkige” bezitter van een overlevingsmechanisme dat “rationaliseren” heet.

Geef een aanvaardbare verklaring voor een traumatische gebeurtenis, en mijn hersenen accepteren het. Het wordt gearchiveerd in een zijspoor en zorgvuldig afgesloten, zodat ik de pijn erachter niet herbeleef.

En zo werd ik in staat om na de nodige excuses terug in mijn liefde te tappen en hem te vergeven. Want hij had het zo moeilijk, en ik wilde hem helpen, hem genezen. Met genoeg liefde zou dat wel lukken. Hij deed toch zijn best, niet ? Of zo leek het toch. 

De rode vlaggen in mijn rug werden mee gearchiveerd op het zijspoor.

Dus ja… de vraag wanneer ik het me realiseerde? Pas na 9 jaar. Maar ik zat toen al 9 jaar in de kookpot.

11 | Laagjes

In het begin bestond mijn dagelijkse braindump meer uit een opsomming van to-do lijstjes en noteren van trivia, een soort dagboek. Maar eigenlijk ging het nog niet over de essentie.

Mijn therapeute zei dat je moet dieper gaan, laagjes afpellen zoals een ajuin. Dat dat na verloop van tijd wel vanzelf zou gebeuren. Ik zag het toen nog niet. Dat doorvoelen. Sit with it, zegt ze altijd.

En jawel, de laatste weken lukt dat best. En ik begrijp wel waarom mijn onderbewustzijn, of mijn onbewuste, zich daartegen verzette. Er komen veel tranen naar boven namelijk.

De eerste dagen ging dat vooral om gemis. Eerst hem zelf missen. Dan eerder verbinding missen, gezelschap, knuffels, samen lachen. Maar dan ben ik beginnen beseffen dat ik dat niet echt kon missen, vermits het er sowieso de laatste jaren zelfs niet meer was.

Dus wat miste ik ? Hem ? Of een beeld van hem ? Hoe hij in het begin was ? En was dat wel echt ? Was hij er echt ? Of was ik verliefd op een fata morgana ?

Vandaag ben ik een laagje dieper gegaan. Eerst de fase van hem missen. Dan het beeld missen. En dan… kwamen er andere dingen naar boven. Hoe hij meer niet dan wel heel lief was. Hoe hij me zonder aanleiding begon uit te maken. Hoe een intens gesprek met liefdesbetuigingen naadloos kon overgaan naar een venijnig gesprek, waarbij ik aangevallen en vernederd werd over dingen die niet eens iets met mij te maken hadden.

En ik ben opnieuw beginnen huilen. Net als ik dat elke keer deed bij die gesprekken. Hij had vaak mijn hand nog vast, lelijke dingen zeggend, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden. In het midden van een romantisch dineetje in ons favoriete restaurant.

En ik begrijp het niet. Echt niet. Ik deed niets mis, ik zei niks mis. Waarom viel hij me elke keer aan met de pijn van wat iemand anders hem aangedaan had ?

En hoe kon hij daarmee doorgaan, mij in de ogen kijkend en mijn tranen ziende? Mijn pijn ziende ?

Maar het leek daarbij alsof hij mij niet zag, hij zag op dat moment recht door mij, hij keek naar de persoon achter mij, de schim van degene die hem pijn gedaan had.

Ik denk dat mijn tranen nu daar om gaan. Ik werd zelf niet gezien. Ik was maar een middel tot. Een medium. En ik vraag me stilaan af of ik dat die hele 10 jaar niet geweest ben. Ik heb hem geholpen te genezen op vele vlakken.

Ik troostte mezelf op het einde met het beeld van mezelf als een engel. Met mijn vleugels om hem heen geslagen, hem koesterend, beschermend, helend. En de overtuiging dat hij mijn levensdoel was. Dat ik geboren was om hem te helen.

En ik dacht dat ik het wel kon blijven verdragen. Omdat hij op een dag mij zou zien. En dat hij van me zou houden om wie ik ben, niet omwille van wat ik deed voor hem.

Jammer genoeg is het zo niet gegaan. Waar in het begin het gebrek aan respect nog gericht was aan anderen, is hij op een gegeven moment mij zelf beginnen disrespecteren. En werden zijn aanvallen echt op mij zelf gericht.

Alsof hij inderdaad nu zag wie ik was, en hem dat helemaal niet aan stond.

10 | Afscheidsbrief aan mijn narcist

Afgelopen nacht kreeg ik weer een emotionele email, of hij nog hoop mag hebben … Ik antwoord er anders nooit op, maar nu heb ik een eenmalig antwoord klaar staan. Ik denk dat ik het toch moet doen voor mezelf, als afsluiting. Eigenlijk hebben wij het niet echt afgesloten. Hij is over mijn grens gegaan, ik heb hem de papieren voorgelegd, hij heeft getekend (want hij wist goed genoeg wat hij gedaan had) en daarmee was de kous af. Ik had het zo ermee gehad, dat ik het gewoon niet kon bespreken, uit angst hysterisch te worden, omdat ik zo teleurgesteld, boos en verdrietig was.

Dit is wat ik schreef.

Goed, ik ga hier ÉÉN keer op reageren, als afsluiting.
Over de voorbije 10 jaar heb je minstens 1 keer per week mijn hart gebroken door me uit te schelden en te vernederen. Dat is 10 × 52 weken = 520 keer. Meestal was dat 3, 5 keren of zelfs elke dag. Dus laat ons gemiddeld 3 × 520 nemen = 1560 keer.

1560 keer dat mijn hart gebroken is. 1560 keer heb ik je opnieuw een kans gegeven. Ongeacht wat je mij en mijn kinderen aangedaan hebt.
Ook al waren er veel goeie momenten, waar je heel lief kon zijn, maar die deed je telkens teniet, want op een gegeven moment hing je daar weer een scheldpartij of vernederende en vernietigende monoloog aan. 

Ik heb jou doodgraag gezien. Ik zou de wereld bevochten hebben voor jou. Ik zou je overal gevolgd hebben. Ik heb eindeloos en onvoorwaardelijk vertrouwen gehad in jou. Ondanks alle leugens waar ik je op betrapte. Ondanks alle achterbaks gedrag en talloze loze beloftes. Elke keer opnieuw hernieuwde ik mijn vertrouwen in je, dat je toch zou proberen om het anders te doen. Elke keer opnieuw geloofde ik je ook als je dat beloofde.

Elke keer opnieuw hoopte ik dat het de laatste keer was dat je mijn hart gebroken had. Elke keer hoopte ik dat het de laatste dag was dat ik in constante angst moest leven. Voor je gescheld, je vernederingen, je onvoorspelbare uitbarstingen, je minachting, je onverdraagzaamheid.

En het rare is, die bewuste maandag, had ik genoten van de zee, veel nagedacht en had ik eigenlijk besloten om me over mijn angsten te zetten. Om mijn leven niet meer in angst te leven.
En toen dropte jij jouw atoombom. Hét punt waarvoor ik je al die tijd gewaarschuwd had. De grens waar je niet over mocht.

Ik heb de hele treinrit hartverscheurend zitten huilen. Mijn hart brak. En waar het vroeger telkens brak in grote stukken die met plakband nog aan elkaar konden gehouden worden, brak het nu in miljoenen kleine stukjes. En tegelijkertijd brak mijn angst. En ik wist dat ik nooit meer bang voor je wilde hoeven te zijn.

Nee, ik ben na dit alles zelfs niet boos op je. Ik ben boos op mezelf dat ik mij en de kinderen dit 10 jaar lang heb laten ondergaan.Ik ben ook verdrietig omdat ik zoveel in onze relatie gestopt heb, het onvoorwaardelijk graag zien, het eindeloze vertrouwen, het oneindige geloof in jou en onze liefde… 

Maar laat het heel duidelijk zijn. Ik zal nooit nog 1 dag in een relatie gaan die me angst geeft. Ik moet nu verder, genezen en proberen die miljoenen stukjes weer bij elkaar te puzzelen. En om te genezen is het nodig dat ik jou loslaat.
Ik wens je echt nog een goed leven toe. Maar vooral wens ik ook dat je zelf kan genezen en op zoek gaat naar jouw eigen trauma’s en die geneest. Of je gaat nooit een gezonde relatie hebben. Ik wens dat je vrede vindt met jezelf

Ik laat jou los en jij moet mij ook loslaten.