
Ik was vroeger nogal een opvliegend meisje. Ik kropte alles op omdat ik me niet durfde uitspreken en op een gegeven moment was mijn emmer vol en <bam> de boel ontplofte.
Dan verhief ik mijn stem (beter gezegd: ik riep) en flapte er alles tegelijk uit. Meestal kwam mijn boodschap dan gewoon niet over omdat ze verdronk in een waterval van woorden.
Ik heb in mijn leven veel gezwegen. Een hoop frustraties opgekropt. Eerst tijdens mijn jeugdjaren, daarna in mijn partnerrelaties. Ik begon nochtans altijd zelfverzekerd, ik ging gewoon mijn mening zeggen. Maar ik stootte op een muur van ego’s die vonden dat ze mij een toontje lager moesten laten zingen. Dat voelde als een stevige afwijzing en laat dat nu mijn grootste angst zijn. Dan schiet mijn overlevingsmechanisme “pleaser” in gang en ga ik mijn woorden weer inslikken.
De zwaarste gevolgen daarvan ontstonden toen ik aan kinderen begon. Onmiddellijk gezegend met een tweeling, die prematuur geboren werd en een moeilijke thuiskomst hadden na 5 weken op de neonatale afdeling, kreeg ik het heel moeilijk. Ik was helemaal overweldigd en er snel van overtuigd dat ik het niet aankon. Daarnaast was er de vader die weinig aanwezig was en ik werd een overstreste, oververmoeide, eenzame en verbitterde moeder.
En als ik overweldigd was, stapte ik over op de manier dat ik het altijd gedaan had, en dat was roepen. En tot mijn grote schaamte volgde er soms een tik bij als ik me helemaal machteloos voelde met drie jonge, drukke, lawaaierige kinderen.
Op een dag besloot ik dat het genoeg geweest was en stapte ik naar een therapeute. Zij leerde mij in eerste instantie tot rust komen door te mediteren. Ik was in het begin heel sceptisch, want hoe konden enkele minuten per dag in stilte gaan zitten nu ervoor zorgen dat ik beter met mijn kinderen kon leren omgaan? Ik besefte toen nog niet dat niet mijn kinderen het probleem waren (of de oorzaak van mijn probleem), maar dat de frustraties van ergens anders kwamen. Namelijk het gevoel dat ik er alleen voor stond en niemand had om op te steunen. Ik was boos op hun vader omdat hij 3 kinderen wilde en er dan niet mee de verantwoordelijkheid voor opnam.
Ik besefte ook niet dat het mediteren niet ging om die paar minuten rust per dag, maar om het leren van je lichaam om je eigen veiligheid te vinden en daar ook op te kunnen terugvallen op moeilijke momenten.
Mediteren heeft mijn leven veranderd. Echt wel. Ik ben soms nog ongeduldig, maar ik beheers mijn frustraties (meestal 🙂) beter. Ik ben niet meer opvliegend, ik heb veel geduld, of ik kan me toch ertoe brengen om geduldig te reageren… zolang mensen niet over belangrijke grenzen gaan.
Ik heb me er al vaak over verwonderd dat ik weinig boosheid voel naar mijn tweede partner, de narcistische persoon, ondanks de hel waar hij me heeft door laten gaan. In het begin was er veel pijn en verdriet, maar boosheid… heb ik eigenlijk weinig gevoeld. Wel een vastberadenheid, een stevige overtuiging dat ik dit nooit meer zal laten gebeuren. Maar boos? Nee.
Nochtans is het wel een gezonde stap in het rouwproces waar je door moet na een toxische relatie. Nu ben ik wel heel boos geweest nadat ik pas de beslissing genomen had. Ik kon niet vriendelijk meer tegen hem zijn, ik wilde hem gewoon uit mijn leven. Dus ik heb altijd verondersteld dat dat mijn boosheidsfase geweest is.
Tot enkele dagen geleden. Ik voelde me nadien wat beschaamd, want … ik verloor mijn “cool”. Eerlijk gezegd was het lang geleden dat ik me nog zo boos gevoeld heb. Boos tot in de tippen van mijn tenen. Nee, ik ben niet uitgevlogen, ik heb niet geroepen, maar het is toch wel even blijven nazinderen. Ik heb me wel stevig uitgesproken en misschien iets luider en harder gepraat dan ik had willen doen.
Wat was er gebeurd? Wel, ik kreeg een brief in de bus. Op de naam van mijn ex. Bijna 4 jaar na zijn vertrek. Nu gebeurt dat wel meer met bepaalde reclame en die gooi ik dan gewoon bij het papier.
Deze keer was zijn naam er echter in handschrift op geschreven en daarover was een sticker gekleefd met de tekst “aan de bewoner van dit adres” en mijn adres eronder. De brief kwam van het psychiatrisch ziekenhuis waar hij 11 jaar geleden opgenomen geweest is omwille van zijn alcoholisme en waar hij nadien met zijn narcistische kwaliteiten erin geslaagd is om als vrijwilliger aan het werk te gaan als pastoraal medewerker. Onder het motto “doe wat ik zeg, maar doe zeker niet wat ik doe”. Zoals we allemaal veel narcistische personen kennen, met mooie praatjes maar hun eigen woorden niet nalevend.
Ik deed de envelop open (tenslotte was die aan mij gericht, want hij woont hier niet meer) en vond een vrijwilligersovereenkomst tussen hem en het ziekenhuis. Op MIJN adres nog steeds. Getekend enkele weken geleden met “gelezen en goedgekeurd”.
Dit maakte mij heel erg boos. Gaf hij nog altijd mijn adres op? In het begin van onze relatie is hij jaren “zonder adres” geweest omwille van zijn faillissement om niet gevonden te kunnen worden door schuldeisers, en ik kreeg plots een heel erge déjà vue. Staat mijn adres nog altijd overal op zijn officiële documenten? Het gaf me een heel onveilig gevoel. Het gevoel dat er alweer ongevraagd en bewust over mijn grenzen gegaan was.
Ik heb onmiddellijk de telefoon genomen om naar het ziekenhuis te bellen. In niet mis te verstane woorden heb ik duidelijk gemaakt dat ik er niet mee gediend was dat hij in hun bestand nog altijd op mijn adres stond. En of ze dat stante pede konden corrigeren.
Ik stond te trillen op mijn benen van boosheid, bijna woede. Ik ben beleefd gebleven, want de onthaalmedewerkster kon natuurlijk nergens aan doen, maar ik ben toch harder geweest dan ik normaal doe.
Op zich vind ik het een gezonde reactie van mezelf. Maar toch voelde ik me achteraf weer schuldig. Omdat ik te hard gesproken had. Omdat ik boos geworden was.
En dat op zich is dan weer een mooie les geweest. Eigenlijk ben ik fier op mezelf. Dat ik me heb durven uitspreken. Ook al was het tegen de verkeerde persoon. Maar ik heb een grens getrokken. Ik heb “nee” gezegd. Ik heb niet gezwegen. En ik heb me min of meer beheersd.
En toch… kruipt dat schuldgevoel er altijd in, he. Had ik eerst moeten afkoelen? Had ik de brief gewoon moeten weggooien en doen alsof het niet erg was? Had ik niet overgereageerd?
Had ik het recht niet om boos te zijn? En daar komt de aap uit de mouw.
MAG ik boos zijn als er over mijn grens gegaan wordt?
MAG ik uitspreken dat dit niet okee is?
Aan wie stel ik nu die vraag? Vroeger bepaalden anderen wat ik wel en niet mocht zeggen.
Wel, nu neem ik mijn kracht terug.
De enige die hierover beslist, ben ik.
En ik beslis dat ik boos mag zijn.
Ik heb correct gereageerd, niemand uitgemaakt, geroepen of getierd.
Ik heb mijn grens gesteld.
En ik beslis dat dit helemaal okee is.
Ik ben fier op mezelf.
Afgelopen week hield ik een gratis 7-dagen challenge om te beginnen met genezen na een narcistische relatie.
Daarin is het onderdeel “zelfliefde” van groot belang.
Door zelfliefde leer je je grenzen trekken. Durf je je grenzen te trekken.
Maar ook boosheid is hiervoor nodig. Je moet zo boos worden als er over je grenzen gegaan wordt opdat je durft wegstappen van je pleaser-gedrag en je mond durft opentrekken.
De belangrijkste stap in je genezingsproces is jezelf waardevol genoeg vinden zodat je jezelf toelating kan geven om boos te worden. Om voor jezelf op te komen. Om nee te zeggen.
Jezelf graag zien.
Morgen is de laatste sessie van de challenge. Toevallig (of niet?) hebben we het vanavond en morgen over zelfliefde en zelfzorg.
Laat jij jezelf al toe om boos te worden? En kun je jezelf ervoor vergiffenis schenken?
Kom vanavond zeker eens luisteren!
Wanneer: om 20u30
Waar: op mijn facebookpagina
Zie ik je daar?