
Ik verbaas me er nog vaak over hoe het geheugen werkt. Vooral als het aankomt op traumatische gebeurtenissen.
Je geest duwt het soms weg zodat het lijkt alsof je het vergeten bent. En dan plots, bam, op een onbewaakt moment komt het weer naar boven. En je moet dan meestal zelfs nadenken, om te weten wat juist op dat moment die herinnering triggerde.
Om die reden loop ik meestal ook met boekjes binnen mijn handbereik rond. Om het op dat moment te pakken te kunnen krijgen. Want het dan altijd zoals met dromen. Als ik het op dat eigenste moment niet opschrijf, kan ik me later meestal wel herinneren dat ik dat moment had, maar de herinnering zelf niet meer te pakken krijgen.
Gisteren, je raadt het al, had ik zo’n moment. En ik heb toen de herinnering zelf opgeschreven, maar ik kan met de beste wil van de wereld op dit moment niet vastpinnen wat ze naar boven bracht.
Dat vind ik wel lastig. Want dat wil zeggen dat het verbonden is met iets in mijn huidig leven, dus het zal ergens een betekenis hebben.
Of misschien bood het universum me gewoon weer een onderwerp om over te bloggen.
Wel, hierbij dus, universum, en bedankt.
De herinnering ging over wildplassen en hoe dat een traumatische gebeurtenis kan worden.
En hoe je ook jezelf kan wegcijferen of de narcist probeert uit de schietzone te houden met gevaar voor je eigen leven. Dit is metaforisch bedoeld, he.
Mijn nex (nvdr: nex = narcistische ex) was (is?) een alcoholist. In het begin dacht ik dat dat de oorzaak was van al mijn problemen, maar het bleek gewoon een katalysator. Neem de alcohol weg en tadaa daar is de narcist. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle alcoholisten narcisten zijn. Of andersom.
Het overmatig alcoholgebruik en de zwaar beschonken toestand als gevolg, hielden mijn nex niet tegen om achter het stuur te kruipen. Hoe erg ik hem ook smeekte om mij te laten rijden.
Veel drinken geeft ook veel plaspauzes. Onderweg is dat niet zo handig, maar daar liet mijn nex zich niet door tegenhouden.
Na een beangstigende dolle rit (hij had ook nog een zware voet, lees: had lak aan snelheidsbeperkingen) besloot hij dat hij de vijf minuten tot we thuis waren, niet ging afwachten en plaatste zich op een kleine open plaats langs de weg.
Hier stond een elektriciteitscabine. Hij hield geen rekening met mijn bezwaren (ik vond het geen goed idee om te plassen tegen iets elektrisch) en begon ongegeneerd ertegen te plassen.
Nu heeft het universum soms een vreemd gevoel voor humor, of eerder ironie, ofwel wilde het hem gewoon een lesje leren… maar dus net op dat moment passeerde er een politievoertuig. Met zwaailichten en al.
Ik had op dat moment al mijn moed bij elkaar geschraapt en was intussen toch zelf achter het stuur gekropen. Dus eigenlijk had ik hem al in bescherming genomen. Achteraf bekeken had het geen verschil gemaakt in zijn reactie.
De agenten spraken hem aan en berispten hem. Maar ze lieten hem ervan afkomen met een waarschuwing. Ik vond dat hij veel geluk had en was opgelucht.
Ik startte de auto en vervolgde de weg, in de hoop dat hij zich ook ervan bewust was hoeveel geluk hij had gehad.
Maar zo ziet een narcist het niet. Hij was betrapt en berispt en voelde zich vernederd.
Na een korte stilte begon hij te roepen en te tieren. Alles op mij gericht. Ik weet niet meer welke vreemde hersenkronkel hij aanhaalde om de schuld op mij te steken, maar hij was helser dan ooit. Ik heb alles aanhoord, maar voelde in mezelf de boosheid naar boven komen.
Ik had hem beschermd, de politie was mild geweest en toch stelde hij zich aan alsof de hele wereld het op hem gemunt had.
Op een gegeven moment, vlak voor we thuis waren, had ik er genoeg van. Ik heb de auto met gierende banden tot stilstand gebracht en ben ook op hem beginnen brullen.
Eerlijk gezegd, het liefst van al had ik op dat moment de auto tegen een boom geparkeerd.
Dat de ellende voorgoed afgelopen zou zijn.
Maar dat lef had ik niet. Ik was ironisch genoeg bang dat het niet zou gelukt zijn, en dacht aan alle ongemakken die een kapotte auto met zich mee zou brengen.
Vreemd, welke gedachten er door je hoofd kunnen gaan als je je zelfmoord aan het plannen bent.
Na een korte brulsessie van mijn kant, die overigens niet het minste effect had op hem, want hij bleef zelf ook gewoon verder roepen en tieren, was ik wat gekalmeerd en ben ik verder naar huis gereden.
Hij is dan daarna naar goede gewoonte in de zetel in slaap gevallen en ik kon weer even opgelucht naar bed gaan.
Nou ja, opgelucht is veel gezegd. De adrenaline raasde nog door mijn lichaam.
Zonder mijn medicatie had ik waarschijnlijk geen oog dicht gedaan.
‘s Anderendaags herhaalde het patroon zich van alle voorgaande maanden.
Hij werd wakker en deed alsof er niks gebeurd was. Ik sprak hem er niet over aan, omdat ik bang was dat hij het zich zou herinneren en opnieuw zou beginnen roepen en tieren, dus zoals altijd deed ik mee alsof er niks gebeurd was.
Ik besef nu wel dat dat ook een vorm van enabling was. Maar een mens doet wat nodig is om te overleven. Dingen dagelijks in de doofpot stoppen was daar een noodzakelijk onderdeel van.
Ik heb me vaak afgevraagd of hij zich door de alcohol inderdaad de gebeurtenissen niet meer herinnerde.
Ik dacht van wel, maar dat wilde dan zeggen dat hij er niet om gaf. Dat wat hij gedaan had en de manier waarop hij me behandeld had, niks met hem deed..
Dat hij dus geen geweten had.
En die mogelijkheid was veel moeilijker voor me om te dragen dan het vermoedelijk geheugenverlies.








