26 | Geheugenverlies

Ik verbaas me er nog vaak over hoe het geheugen werkt. Vooral als het aankomt op traumatische gebeurtenissen.

Je geest duwt het soms weg zodat het lijkt alsof je het vergeten bent. En dan plots, bam, op een onbewaakt moment komt het weer naar boven. En je moet dan meestal zelfs nadenken, om te weten wat juist op dat moment die herinnering triggerde.

Om die reden loop ik meestal ook met boekjes binnen mijn handbereik rond. Om het op dat moment te pakken te kunnen krijgen. Want het dan altijd zoals met dromen. Als ik het op dat eigenste moment niet opschrijf, kan ik me later meestal wel herinneren dat ik dat moment had, maar de herinnering zelf niet meer te pakken krijgen.

Gisteren, je raadt het al, had ik zo’n moment. En ik heb toen de herinnering zelf opgeschreven, maar ik kan met de beste wil van de wereld op dit moment niet vastpinnen wat ze naar boven bracht.

Dat vind ik wel lastig. Want dat wil zeggen dat het verbonden is met iets in mijn huidig leven, dus het zal ergens een betekenis hebben.

Of misschien bood het universum me gewoon weer een onderwerp om over te bloggen.
Wel, hierbij dus, universum, en bedankt.

De herinnering ging over wildplassen en hoe dat een traumatische gebeurtenis kan worden.
En hoe je ook jezelf kan wegcijferen of de narcist probeert uit de schietzone te houden met gevaar voor je eigen leven. Dit is metaforisch bedoeld, he.

Mijn nex (nvdr: nex = narcistische ex) was (is?) een alcoholist. In het begin dacht ik dat dat de oorzaak was van al mijn problemen, maar het bleek gewoon een katalysator. Neem de alcohol weg en tadaa daar is de narcist. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle alcoholisten narcisten zijn. Of andersom.

Het overmatig alcoholgebruik en de zwaar beschonken toestand als gevolg, hielden mijn nex niet tegen om achter het stuur te kruipen. Hoe erg ik hem ook smeekte om mij te laten rijden.

Veel drinken geeft ook veel plaspauzes. Onderweg is dat niet zo handig, maar daar liet mijn nex zich niet door tegenhouden.

Na een beangstigende dolle rit (hij had ook nog een zware voet, lees: had lak aan snelheidsbeperkingen) besloot hij dat hij de vijf minuten tot we thuis waren, niet ging afwachten en plaatste zich op een kleine open plaats langs de weg.

Hier stond een elektriciteitscabine. Hij hield geen rekening met mijn bezwaren (ik vond het geen goed idee om te plassen tegen iets elektrisch) en begon ongegeneerd ertegen te plassen.

Nu heeft het universum soms een vreemd gevoel voor humor, of eerder ironie, ofwel wilde het hem gewoon een lesje leren… maar dus net op dat moment passeerde er een politievoertuig. Met zwaailichten en al.

Ik had op dat moment al mijn moed bij elkaar geschraapt en was intussen toch zelf achter het stuur gekropen. Dus eigenlijk had ik hem al in bescherming genomen. Achteraf bekeken had het geen verschil gemaakt in zijn reactie.

De agenten spraken hem aan en berispten hem. Maar ze lieten hem ervan afkomen met een waarschuwing. Ik vond dat hij veel geluk had en was opgelucht.

Ik startte de auto en vervolgde de weg, in de hoop dat hij zich ook ervan bewust was hoeveel geluk hij had gehad.

Maar zo ziet een narcist het niet. Hij was betrapt en berispt en voelde zich vernederd.

Na een korte stilte begon hij te roepen en te tieren. Alles op mij gericht. Ik weet niet meer welke vreemde hersenkronkel hij aanhaalde om de schuld op mij te steken, maar hij was helser dan ooit. Ik heb alles aanhoord, maar voelde in mezelf de boosheid naar boven komen.

Ik had hem beschermd, de politie was mild geweest en toch stelde hij zich aan alsof de hele wereld het op hem gemunt had.

Op een gegeven moment, vlak voor we thuis waren, had ik er genoeg van. Ik heb de auto met gierende banden tot stilstand gebracht en ben ook op hem beginnen brullen.

Eerlijk gezegd, het liefst van al had ik op dat moment de auto tegen een boom geparkeerd.
Dat de ellende voorgoed afgelopen zou zijn.
Maar dat lef had ik niet. Ik was ironisch genoeg bang dat het niet zou gelukt zijn, en dacht aan alle ongemakken die een kapotte auto met zich mee zou brengen.

Vreemd, welke gedachten er door je hoofd kunnen gaan als je je zelfmoord aan het plannen bent.

Na een korte brulsessie van mijn kant, die overigens niet het minste effect had op hem, want hij bleef zelf ook gewoon verder roepen en tieren, was ik wat gekalmeerd en ben ik verder naar huis gereden.

Hij is dan daarna naar goede gewoonte in de zetel in slaap gevallen en ik kon weer even opgelucht naar bed gaan.

Nou ja, opgelucht is veel gezegd. De adrenaline raasde nog door mijn lichaam.
Zonder mijn medicatie had ik waarschijnlijk geen oog dicht gedaan.

‘s Anderendaags herhaalde het patroon zich van alle voorgaande maanden.
Hij werd wakker en deed alsof er niks gebeurd was. Ik sprak hem er niet over aan, omdat ik bang was dat hij het zich zou herinneren en opnieuw zou beginnen roepen en tieren, dus zoals altijd deed ik mee alsof er niks gebeurd was.

Ik besef nu wel dat dat ook een vorm van enabling was. Maar een mens doet wat nodig is om te overleven. Dingen dagelijks in de doofpot stoppen was daar een noodzakelijk onderdeel van.

Ik heb me vaak afgevraagd of hij zich door de alcohol inderdaad de gebeurtenissen niet meer herinnerde.

Ik dacht van wel, maar dat wilde dan zeggen dat hij er niet om gaf. Dat wat hij gedaan had en de manier waarop hij me behandeld had, niks met hem deed..

Dat hij dus geen geweten had.

En die mogelijkheid was veel moeilijker voor me om te dragen dan het vermoedelijk geheugenverlies.

25 | De stem van de narcist

Toen ik me zo’n drie jaar geleden begon te verdiepen in narcisme, zocht ik in eerste instantie lotgenotengroepen op.

Nou nee, ik moet een stap terugzetten. Eerst zocht ik groepen op van slachtoffers van alcoholisten.

Toen ik na een korte periode waarin hij minder dronk, besefte dat zijn gedrag niet zomaar kwam door het alcoholmisbruik, en zijn psychiater zelf het woord narcisme uitsprak, begonnen de puzzelstukjes op hun plaats te vallen.

En dus ging mijn zoektocht verder in de richting van narcisme.

Er waren niet veel Nederlandstalige lotgenotengroepen te vinden, en ik belandde vooral in Amerikaanse groepen.

Wat ik daar vond, vond ik niet leuk. In plaats van gevoelens en verhalen delen, bestond 90% van de posts uit heel vijandige uithalen naar hun partners.

Ik begrijp het best, als je in zo’n relatie zit, ben je vaak heel boos. Maar ik vind dat lotgenoten vooral elkaar een hart onder de riem moeten steken, en niet elkaars vijandigheid versterken.

Zolang je vastzit in die boosheid, kan je niet helen.

Dat wil niet zeggen dat je niet eens mag ventileren. Maar als lotgenoot moet je dan liefdevol kunnen luisteren en opvangen, en geen olie op het vuur gooien.

Ik ben dus nooit lang in zo’n groep gebleven.

En daarom heb ik mijn eigen groep opgericht. Momenteel zit die nog in de beginfase en durven mensen zich nog niet echt blootgeven.

Maar alles gebeurt op zijn eigen tijd, dus ik vertrouw erop dat ook mijn groep binnen niet al te lange tijd zal beginnen bloeien.

Zelf deel ik er nog niet veel verhalen. Want als ik begin te schrijven, worden het blogs.

Korte facebook posts zijn soms moeilijk voor mij 😀

Maar ik wijk weer af. ADHD-trekje van me.

Wat me vooral opviel in die groepen, en op andere kanalen, waren de verhalen.

Ik zat vaak met open mond verhalen te lezen die ik zelf zou kunnen geschreven hebben.

De aanpak waarmee een narcist zijn slachtoffer binnenhaalt.

De tactieken die hij gebruikt om zijn slachtoffer vast te houden.

De manier waarop hij alle energie uit zijn slachtoffer zuigt.

Het methodes die hij gebruikt om zijn slachtoffer klein en weerloos te houden.

De verschrikkelijke vormen van misbruik.

De taal die hij spreekt.

Onlangs deelde een lotgenote een geluidsfragment met me. 

Ze deed dit met de vraag wat ze nog meer kon zeggen om de narcist te overtuigen dat het genoeg geweest was voor haar.

Het probleem is dat je niets kan zeggen.
Ze horen toch alleen zichzelf graag spreken.

Ze blijven proberen je te manipuleren zodat je zelf van gedachte zou veranderen.

Ze willen niet horen wat jij te zeggen hebt.
Ze willen alleen dat jij doet wat zij willen.

De opname zelf deed me verstomd staan.

Net zoals de verhalen eerder leken alsof ik ze zelf geschreven had, leek het nu alsof ik mijn eigen narcist hoorde.

De intonaties.
De woorden.
De tactieken.
Het gemanipuleer.

De manier waarop het gesprek verliep: 
van “jij bent mijn alles”
over “wat doe je mij aan”
naar “je gaat het toch nooit kunnen zonder mij”.

Maar vooral: de stem.

Ik zweer je, ik hoorde mijn ex.

Letterlijk.
Dezelfde stem.

Op dat moment kwam er een bijzondere gedachte op.

Nu gaan mijn gedachten een vreemde toer op, volg even terwijl ik probeer om mijn hersenkronkels uit te leggen.

Kijk jij ook al eens naar films over seriemoordenaars, of documentaires over psychopaten?

Soms wordt daarin het geloof uitgesproken dat er een “kwaad” is in de wereld.

“Iets” dat zich manifesteert in mensen en hen vreselijke daden doet doen.

Als je gelooft in een god en de duivel, zou het best kunnen.

Ik geloof er zelf niet in.

Maar toen ik die opname hoorde, schoot het even door mijn hoofd: wat als er “iets” is zoals narcisme?

Een universeel narcistisch bewustzijn dat mensen gebruikt.

Ik weet het, het is vergezocht en ik geloof het ook niet.

Maar heel even voelde het zo aan.

Het zou natuurlijk ook weer een goed excuus zijn.
Mensen die kwaad doen, gebruiken de duivel als excuus.
“Hij liet het mij doen”.

Dan moeten ze geen verantwoordelijkheid opnemen, want ze kunnen er niks aan doen.

Het zou ook een handig excuus zijn voor narcisten.
Typisch ook. Want niks is ooit hun schuld.

Door deze vaststelling ben ik me ook een aantal dingen beginnen afvragen.

Waardoor ontstaat narcisme?

Als ze allemaal hetzelfde klinken, denk ik dat je zeker mag stellen dat het aangeleerd gedrag is.

Volgens mij is het wel een combinatie.

Gebrek aan empathie is aangeboren.
Kan het ook afgeleerd worden?
Of afsterven als het niet gevoed wordt?

Maar los daarvan, zijn de tactieken en het misbruik zeker iets dat ze in de loop der jaren geleerd hebben.

Kinderen leren veel van rolmodellen.

Maar hun eigen temperament en karakter maken het verschil uit hoe ze omgaan met wat ze leren.

Het ene kind neemt het als voorbeeld om er voordeel mee te halen, en gaat het gedrag herhalen.
Het andere kind voelt hoeveel pijn het doet, en zal het juist niet gaan herhalen.

Bedenkingen zoals deze hebben ervoor gezorgd dat ik psychologie ben gaan studeren.

Ik vind de menselijke geest fascinerend.

Natuurlijk had ik nooit kunnen denken dat ik ook ervaringsdeskundige in narcistisch misbruik zou worden.

Het leven heeft ervoor gezorgd dat ik beide dingen nu kan combineren om mensen te helpen.

Zodat ook zij kunnen ervaren dat er ook leven is na een toxische relatie.
Dat je kunt floreren ondanks het vreselijke leed dat je doorgemaakt hebt.

Want naar mijn mening is er veel te weinig aandacht voor.

Mensen die een trauma zoals oorlog of een terroristische aanslag hebben meegemaakt, kunnen beroep doen op slachtofferhulp.

Maar het trauma door narcistisch misbruik wordt te veel onderschat.

Daarom is het mijn missie geworden.

Ik maak van de gebroken kopjes die mensen zijn na narcistisch misbruik, weer nieuwe kopjes.
Ik lijm ze aan elkaar met gouden randjes, zodat ze prachtige kunstwerkjes worden.

Daarom noem ik mijn traject ook Kintsugi, naar de Japanse naam voor deze kunst.

Ik vind het vooral een belangrijke metafoor.

Mensen proberen ons vaak te overtuigen om “gewoon verder te gaan met ons leven”. 

Onzichtbaar.

Alsof er niks is gebeurd.

Maar ik vind dat, als je het “werk” gedaan hebt en herboren bent als nieuwe mens, dat dit mag gezien worden.

Ik wil dat mijn gouden randjes schreeuwen naar de buitenwereld: NEVER AGAIN.

Ik wil dat lotgenoten het zien en het gebruiken als hoop voor een nieuw leven.

Ik wil dat het de narcisten verblindt zodat ze nooit meer een nieuw slachtoffer vinden.

KINTSUGI

Ben jij ook klaar voor een nieuw leven?

24 | Wensen en grenzen

Het is vreemd hoe je lichaam met je communiceert.

Hoe het je kan pushen om je grenzen te stellen. Of wensen uit te spreken, die je anders binnen houdt. Omdat je hoofd denkt dat het niet mag.

Dan kan je lichaam je weerstand breken zodat je je durft uit te spreken. Omdat het ook de weerstand van de gesprekspartner voelt, kan dit best heftig aanvoelen. Je hebt als het ware jezelf een sjot onder je gat te geven.

Een coach zei me ooit dat hij me wel eens echt kwaad zou willen zien. Omdat ik die boosheid nodig heb om mijn grenzen te durven stellen.

Ik heb toen geantwoord dat dat beter niet zou gebeuren. Dat je mij niet kwaad wil zien.
Ik heb best een furie in me die je beter niet wakker maakt.

Het probleem is dat die furie heel moeilijk te doseren is. Ofwel zit ze veilig achter slot en grendel, ofwel raast ze als een gek rond.
Een middenweg heb ik altijd moeilijk kunnen vinden.

Omdat ze teveel kan kapot maken, zit ze altijd veilig in haar kooi.
Maar ik verzorg haar best wel, ik zorg ervoor dat ze kalm blijft door meditaties, ademhalingsoefeningen…

Maar ook door overlevingsmechanismen. Mijn favoriete is rationaliseren.

Als ik een verklaring kan vinden voor iemands gedrag, kan ik het “plaatsen”.

Dat is al heel mijn leven een zegen geweest, maar het is eigenlijk niet gezond.

Want als je hoofd redenen verzint voor iemands gedrag, laat je mensen wegkomen met gedrag dat niet acceptabel is.
Maar je vindt dat veiliger dan de confrontatie aan te gaan en een grens te stellen.

Het is iets dat me nog altijd parten speelt. Zelfs in de veilige relatie waar ik nu in zit.

Wensen en grenzen uitdrukken blijft een dingetje. Maar in een veilige relatie kan je erover praten, kan de furie zich op een kalme(re) manier uitdrukken en komt het niet tot escalaties.

Een veilige partner zal zich openstellen, je horen en tegemoetkomen.
En zo ben je weer een stapje korter bij genezing en het gedoseerd naar buiten kunnen laten komen van je furie.

In een narcistische relatie is het een ramp.

Als er al niet gewelddadig gereageerd wordt op je wensen en grenzen, zal het vroeg of laat wel tegen je gebruikt worden.

Daarom ben ik geen voorstander van relatietherapie met een narcistische persoon.
Ik zal het natuurlijk nooit echt afraden, want misschien is je partner niet echt een narcistische persoon en is er kans op verbetering.

Hoe je dit kan weten?

Ik heb een vragenlijst met 30 kenmerken van narcistische personen. Zodra je daar minstens de helft van kan aankruisen, vrees ik dat je in mijn bootje zit.

Het bootje met slachtoffers van narcisten.

En dan is de kans op verbetering: nul komma nul.

Sorry dat ik het zo cru zeg. Maar het is beter dat je dat zo snel mogelijk beseft.

Want dan heb je een keuze te maken.
Blijven of vertrekken.
Een middenweg is er niet.

Als je ervoor kiest om te blijven, voor welke reden dan ook, zijn er een aantal technieken die je kan gebruiken om je recht te houden.
Maar je leven zal geen pretje zijn.

Als je ervoor kiest om te vertrekken, start er een pijnlijk proces.

Niet alleen alle praktische beslommeringen, maar ook het proces van afscheid nemen, je losmaken, op eigen benen leren staan (wat f*cking angstaanjagend kan zijn), en dan de periode van rouw en beginnen genezen.

Dat duurt minstens een jaar. En het spijt me te moeten zeggen, dat je de rest van je leven de gevolgen ervan zal meedragen.

Maar als je “het werk” doet, kan je dat onder controle krijgen en stapje voor stapje verwerken.

Ook ik heb dus nog regelmatig triggers en de overlevingsmechanismen die ik al 53 jaar meedraag, steken nog hardnekkig de kop op.

Maar dankzij allerlei technieken, zoals mediteren, ademhalen… krijg ik de triggers sneller onder controle en kan ik alle gevoelens doorvoelen zonder ervan in paniek te slaan.

Het probleem is dat deze dingen alleen echt werken als je in een veilige omgeving zit.

De technieken toepassen als je nog in een narcistische relatie zit, is als water naar de zee dragen.

Het levert weinig op.

Ik heb het geprobeerd.

Ik ben in relatietherapie geweest. Het leverde alleen meer munitie aan mijn narcistische man om tegen me te gebruiken.

Twee jaar voor mijn vertrek heb ik ook verschillende challenges gevolgd bij de therapeute waar ik al jaren in therapie was.

Ik kon kleine micro momentjes bereiken waarin ik even kalm was en geen angst ervaarde.
Maar dat smolt als sneeuw voor de zon zodra ik weer in contact kwam met mijn narcistische man.

Idem voor energieopwekkende afspraakjes met vriendinnen.
Idem voor hobby’s.

Alle energie die ik oplaadde bij externe bronnen, werd weer uit me gezogen zodra ik thuis kwam in mijn narcistische relatie.

Hij hoefde maar naar me te kijken met zijn zwarte ogen vol afkeer, haat of jaloezie, en ik voelde letterlijk alle energie uit me stromen.

Nochtans zijn het die dingen die me wel recht gehouden hebben. En waar ik op kon terugvallen zodra ik de beslissing nam om te vertrekken.

Dus laat ze zeker niet vallen als je noodgedwongen in de relatie moet blijven.
Kleine opstootjes van energie kunnen je recht houden.

Maar verwacht ook niet dat ze je gelukkig zullen maken.
Ze kunnen ervoor zorgen dat je kan overleven.
Maar een écht leven zal je nooit hebben.

Ik besef dat ik het hier zwart/wit uitdruk.
En dat het hard klinkt.

Maar niemand verdient in een narcistische relatie te moeten blijven.
Het is mensonterend.
Want wat er van jou overblijft, is amper mens te noemen.

Je kan jezelf wel wijsmaken dat je het niet slecht hebt, dat je niks tekort komt, dat je best van je durft afbijten…

Het drama is dat je waarschijnlijk ook denkt dat je niet beter verdient.
Dat je al blij mag zijn dat er iemand met je wil leven.

Maar, lief mens, je verdient echt beter.

Je verdient dat je met respect behandeld wordt.
Je verdient dat je graag gezien wordt.
Je verdient elke dag met een lach wakker te kunnen worden.

Ik weet, als je financieel vastzit, dat je geen uitweg ziet.
Of dat je het gevoel hebt dat je je kind(eren) in de steek gaat laten.
Maar ook voor hen is het beter om de helft van de tijd met een vrolijke, liefdevolle mama of papa te kunnen leven in plaats van de hele tijd in de angstige sfeer.

Want vergis je niet. Je kan zoveel als je wil een masker proberen op te houden, maar je kind is niet dom. Kinderen voelen heel veel aan. Ze geloven niet dat je gelukkig bent als je ogen niet lachen.

Ook al zie je geen uitweg, kijk toch maar eens rond.
Vraag hulp en advies aan vrienden.

Als je die niet durft aan te spreken, ga eens langs een advocaat voor advies.

Als die stap te groot is, stap eens binnen bij een CAW.

Of stuur mij een berichtje.

Er zijn meer mensen die om je geven dan je denkt. Ook al ken je ze niet.

Er lopen ook veel meer lotgenoten rond dan je denkt.

Op 10 juli start mijn Restart! Challenge.

Hierin leer ik hoe je narcisme kan herkennen, hoe je zelf kan vaststellen dat je wel degelijk trauma ervaart, en hoe je kleine stapjes naar genezing kan zetten.

Onder andere naar je lichaam leren luisteren. Wat de insteek was van deze blog.

Je zal ook toegang krijgen tot een besloten facebook groep met lotgenoten.
Mensen die allemaal hetzelfde meemaken of meemaakten.

Je kan ervaringen uitwisselen, je hart luchten en advies vragen.

Als je dat te spannend vindt, kan ik je ook leren hoe je een anoniem profiel kan aanmaken, dat ook niet terug te vinden is op je computer. Wel zelf je wachtwoord onthouden, he 😉

De challenge is helemaal gratis.

Ik neem je bij de hand. Je hoeft hier niet alleen door.
Inschrijven kan via de link op de homepagina van deze blog.

Komaan, wat heb je te verliezen?

23 | Rode draad

Vandaag wil ik het hebben over narcistisch misbruik.

Maar, eerlijk gezegd, toen ik net mijn laptop opende om deze blog te schrijven, wist ik niet waar te beginnen.

Het misbruik was zo een rode draad door mijn leven gedurende die 10 jaar, dat het soms moeilijk is om te bevatten wanneer het juist begon.

Onlangs vroeg iemand me hoe lang het duurde eer het startte.

En ik moest toegeven, dat het er eigenlijk was vanaf dag één.

Vreemd, juist? Hoe is het mogelijk dat je hele systeem niet schreeuwt om hem de deur uit te jagen als je vanaf de eerste dag angst voelt?

Ik zal je nog iets sterkers vertellen. Het was er voor onze eerste date. Toen we alleen nog maar met elkaar sms-ten, chatten en telefoneerden.

Plots een sneer in een sms, die dan enkele minuten later vergoelijkt werd door te verklaren dat het niet zo bedoeld was, dat hij even geërgerd was… maar alleen omdat ik even zo beduusd was dat ik niet reageerde en hij daardoor besefte dat zijn reactie niet okee was.

En ja, het leek aannemelijk. Iedereen haalt weleens uit op een onbewaakt moment, juist?
Althans, zo had ik het zelf ook geleerd. Erger nog, ik was ook ooit zo.

Het heeft me jaren in therapie gekost om van een kort lontje naar iemand met een meesterlijk geduld (of toch zelfbeheersing) te evolueren. Dus ja, iemand die al dat “werk” nog niet gedaan had, kon best nog eens ontploffen. Daar kon ik best inkomen.

Wat ik toen nog niet besefte, was dat er een wezenlijk verschil was in de manier van ontploffen tussen hem en de vroegere versie van mezelf.

Ik speelde namelijk altijd op de bal, niet op de man.
En bij hem was het andersom.

Erger nog, hij speelde mij op de man die ik zelf niet was. Of de vrouw in mijn geval.
Nee, ik werd gespeeld voor àlle vrouwen.
Vrouwen die hem onrecht hadden aangedaan.
En mannen eigenlijk ook.
Eigenlijk iedereen in zijn leven die hem ooit iets had aangedaan. In zijn ogen dan toch.

Ik denk niet dat de mens van de klantendienst van Telenet bijvoorbeeld het met opzet deed, hem niet kunnen helpen met het feit dat hun diensten plat lagen gedurende enkele uren.

Of dat de buschauffeur met opzet in de file stond aan te schuiven zodat zijn bus te laat kwam.

Maar ik kreeg het allemaal over mij uitgestort. Alle onrecht, tegenslagen, frustraties, ergernissen… ze werden allemaal in een emmer gedaan en over mijn hoofd uit gegoten.

Ik noemde mezelf al snel zijn “pispaal”. Excuseer mijn taal. Maar ik heb geen andere manier om het uit te drukken.

In het begin probeerde ik het te rationaliseren.
Er was altijd wel een reden, of eerder excuus, waarom hij zo reageerde.
Soms zag ik de reden. En kon ik het “plaatsen” zoals we dat zo mooi noemen.
Een ander woord voor het “slikken” van dat onrecht.

Maar vaker zag ik het ook niet. Soms sloeg een ogenschijnlijk romantisch moment gewoon om naar zo’n stortbui van hatelijkheden.
Zonder aanleiding.
Dan zag ik zijn ogen bijna zwart worden van de haat die erin kroop.
En wist ik dat het weer tijd was om me schrap te zetten.

In het begin was ik gewoon verdrietig. Dan stroomden de tranen over mijn wangen terwijl ik met de ogen dicht de tirade aanhoorde.
Vluchten was geen optie. Dan achtervolgde hij me gewoon.
Of hij hield mijn hand vast in een stalen greep zodat ik niet weg kon.

Maar al snel werd ik er ook heel bang van.
Je kan je niet voorstellen hoe pijnlijk en angstaanjagend woorden kunnen zijn, tot je zo’n ervaringen gehad hebt met een narcist.
De haat in hem jegens de mensen en gebeurtenissen sneden door mijn lichaam.

Misschien is het omdat ik zelf heel sensitief ben.
Ik voel heel snel mensen aan. De atmosfeer in een groep slaat direct op mij als ik een kamer in loop.

Als je als kind snel mensen en situaties leert scannen, om te voelen of het veilig is, voel je zulke dingen altijd heel intens aan.
Maar je leert ook om redenen er achter te zoeken, omdat je je veilig wil voelen.
En als je kan begrijpen waarom iemand soms boos is, kan je het plaatsen.
En wordt het voorspelbaar.
En voorspelbaar voelt veilig.
Ook al is het dat niet.

Dus leer je zulke situaties ook als “normaal” te beschouwen.
Zoals je ook deze situaties met de narcist leert als “normaal” te beschouwen.

Je gaat ook denken en hopen dat je het zelf kan veranderen.
Als je maar braaf genoeg bent.
Als je maar goed genoeg luistert.
Als je je maar gedraagt zoals het hoort.

En ja, ik heb het nog steeds over het leven met een narcist.
Maar je begrijpt wel waar het vandaan komt.

Je hebt geleerd of leren geloven dat het aan jou ligt.
Dat, als je maar genoeg je best doet, je ervoor kan zorgen dat mensen niet boos op je worden.
Dat mensen van je gaan houden. Of meer van je gaan houden.

Bij een narcist leer je ook geloven dat jouw liefde hem ook zal kunnen veranderen.

Het mechanisme, dat velen onder ons hebben ontwikkeld, dat people pleasing heet, gaat een level hoger in een narcistische relatie.
Je gaat van people pleasing over naar people saving.

Je gelooft dat je hen kan genezen.
Dat moet ook.

Hoe kan je anders voor jezelf verantwoorden dat je in zulke omstandigheden blijft?

Intussen besef ik, hier in mijn schrijven, dat je waarschijnlijk geen idee hebt waarover ik het heb.
Tenzij je het zelf meegemaakt hebt. Of nog meemaakt.
Dan zijn woorden overbodig.

Hoe kan ik dit uitleggen aan iemand die het niet kent?

Het is een combinatie van manipulatie, ondermijnen, vernederen, uitbarsten, stiltebehandeling… alles tegelijk of opeenvolgend.

Met de enige bedoeling om jou in hun greep te houden.
Zodat je verward, angstig en onzeker bent. Liefst nog verlamd ook.
Zodat er geen haar op je hoofd eraan denkt om je te verweren.
Omdat je weet dat het dan NOG erger wordt.

Het put je ook uit.
Als je je ooit afvraagt, waarom je de godganse tijd zo moe bent.
Zoek dan niet verder.
Zoek dan naar de narcist in je leven.
Geloof me, ver moet je niet zoeken. Diep vanbinnen weet je perfect wie het is.

Narcisten zijn ook energievreters.
Ik kreeg al eens de vraag hoe ze dat juist doen.
Dat is moeilijk om onder woorden te brengen.

Het is vooral de verlammende angst die in je sluipt, die de energie uit je weghaalt.

Ik herinner me meermaals dat ik thuis kwam na een afspraakje met vriendinnen, waardoor mijn batterijen enigszins weer uit het rood kwamen. En één blik op mijn toenmalige man, en de energie liep zo weer uit mijn lichaam.

Een narcist kan niet verdragen dat je je blij voelt. Dat je goeie relaties met je vrienden of vriendinnen hebt. Omdat hij dat niet kent. Hij is dan jaloers en zal er alles voor doen om ervoor te zorgen dat jij het ook niet hebt.

Hij zal je proberen te isoleren, je vriendschap te ondermijnen of gewoon zijn gedrag op jou projecteren.
Let op voor de narcist die jou verwijt dat je vreemd gaat. Want meestal wil dat zeggen dat het zijn eigen gedrag is dat op jou geprojecteerd wordt.

Het is ook de constante twijfel, de verwarring, die de energie uit je weghaalt.

Na de zoveelste scheldpartij kan het gebeuren dat je plots weer overladen wordt door lieve woorden, romantische etentjes, wandelingen bij zonsondergang.
En dan voelt het weer even aan alsof je opnieuw verliefd bent.

Of, wat meestal het geval is, voel je je weer even opgelucht.
Het voelt aan als een staakt-het-vuren.
Je kan weer even ademhalen.
Je laat je verdediging weer even zakken.
Je maakt jezelf wijs dat het voorbij is en dat het vanaf nu allemaal beter wordt.

En als je dan zo open staat voor de liefde waar je zo naar snakt, komt de hamer met veel geweld weer op je hoofd terecht.

Deze “goeie” periodes zijn ook manipulaties.
Aan de ene kant zijn ze bedoeld om je weer te laten opladen zodat ze jouw energie weer kunnen weghalen.
Aan de andere kant zijn ze bedoeld om je in de war te brengen. Als hij niet de héle tijd slecht gedrag vertoont, is er altijd toch kans op goed gedrag. Juist?

Deze afwisseling tussen goeie en slechte momenten zorgt ook voor een onbalans in je hoofd. De hoeveelheden dopamine en adrenaline wisselen elkaar vaak zo snel af, dat je een verslaving ontwikkelt. Dat het niet meer normaal aanvoelt als die zich zo niet afwisselen.

Dat zorgt ervoor dat je na een narcistische relatie vaak ook opnieuw op zoek gaat naar een gelijkaardige relatie.
Want zonder die afwisseling zal een relatie als “saai” aanvoelen.
Veilig voelt niet aantrekkelijk aan.

Het is heel belangrijk om deze onbalans eerst terug in evenwicht te brengen, voordat je beslist om je opnieuw open te stellen voor een relatie.

Want als je dat niet doet, zal een relatie in angst telkens jouw “normaal” zijn.

Buiten het feit dat het niet aangenaam is om te blijven leven in zulke omstandigheden, is het ook slopend voor je lichaam. Je lichaam staat onder constante stress.

Wat het met mijn lichaam deed, vertel ik een volgende keer.

Ik wil hier nog één ding bij zeggen.

Misbruik bestaat in vele vormen.

En je wordt vaak niet serieus genomen als je niet vol blauwe plekken staat.

Psychisch misbruik berokkent minstens evenveel schade.
Laat niemand ooit jouw ervaring minimaliseren.

Volgende week woensdag, 21 juni, wil ik graag van jou horen.


Wat doet het met je om dit allemaal te lezen?
Is het pijnlijk herkenbaar?
Doet het je beseffen dat je dit niet meer wil?
Voel je je opgelucht, te weten dat je niet alleen bent?

Ik hou opnieuw een Narc Talk bij Blended Minds in Kessel-Lo en op Instagram Live.
Daar kan je me al je vragen stellen.
Live bij een kopje koffie of thee, of via chat op mijn Instagram kanaal @leven.na.narcisme

Zie ik je daar?

22 | Vluchten of vechten… of verdwijnen

Men zegt dat je pas weet of je van nature  moeder- (of vader-) instincten hebt als je echt kinderen hebt. Of deze nu je biologische zijn of niet.

En je beseft meestal pas dat je die hebt in een bedreigende situatie. Als je kind in gevaar is bijvoorbeeld.

In fysieke situaties is dat gemakkelijk aan te voelen en in te schatten.

Dan schiet het in gang vanuit een primordiale drijfveer. Voor je het beseft heb je de arm van iemand heel hard vast, klaar om iemand pijn te doen. 

De eerste keer dat dat bij mij gebeurde, schrok ik van mezelf. De dame wiens arm ik vast had, schrok ook. Misschien had ze geen reactie verwacht of was ze zich er niet van bewust dat ze de grenzen van mijn kind overschreed. 

Het gebeurde in het zwembad. Mijn twee oudsten waren een jaar of acht, denk ik. Er waren kinderen met een bal aan het spelen en die belandde in het water voor de neus van één van mijn kids. Die vond het heel leuk en wilde met de bal spelen. Door zijn autisme had hij er toen weinig besef van dat hij verondersteld werd de bal onmiddellijk terug te spelen naar de andere kinderen. 

De moeder begon op hem te schreeuwen en stormde door het water op hem af om hem bij zijn arm vast te grijpen en de bal uit zijn handen te trekken. Ik zag de angst en verwarring op het gezicht van mijn kind en kwam ook heel instinctief in beweging, en voor ik het wist had ik haar arm in een stevige greep vast.

Ik fluisterde heel kalm “laat mijn kind los” en met een verschrikte blik deed ze dat ook direct. Ik heb nog gezegd dat hij autisme had, heb de bal zachtjes uit zijn handen genomen en terug aan haar gegeven. Dan heb ik hem uitgelegd waarom de dame zo boos leek. Hij kon dat wel begrijpen, maar ik zag in zijn ogen dat hij de agressieve reactie niet begreep. Want hij had toch niks misdaan? 

Diezelfde blik heb ik nadien nog heel vaak gezien. In de spiegel.

Fysiek gevaar is heel tastbaar en vaak heel duidelijk. 

Psychisch gevaar ligt heel wat moeilijker en is heel wat subtieler.

Bij fysiek gevaar slaat het instinct direct aan. Fight, flight or freeze.
Vluchten, vechten of bevriezen.

Bij psychisch gevaar sluipt het in je systeem. Het is heel subtiel en geniepig, en je instincten worden in de war gebracht.

Je beseft niet dat er met kleine stapjes over je grenzen gegaan wordt en daarom slaat de fight or flight response niet aan. Niet als het over jezelf gaat, maar ook niet over je kinderen.

De redenen die er achter lijken te liggen, die de narcist je geeft, lijken aannemelijk. Je voelt wel dat het niet okee is, en daarom plaats je jezelf vaak tussen hem en je kind. Waardoor de manipulaties en het psychisch geweld vaak nog erger worden. Want het is voor hem een vorm van verzet en je niet onderwerpen aan zijn gezag.

Omdat er daardoor nog meer conflicten ontstaan, krijg je wel het gevoel dat je toch voor je kind opkomt. Dat je het beschermt. Het is ook de enige manier om jezelf nog in de spiegel in de ogen te kunnen kijken. Want vanbinnen roeren je moeder instincten en die zeggen je dat het niet okee is. Net zoals je eigen instincten zeggen dat hoe jij zelf behandeld wordt, ook niet okee is.

Maar je wil dit gezin doen werken. Je wil dat iedereen in vrede kan samen leven. Je denkt dat de narcist het ook niet gemakkelijk heeft, zeker niet in het geval van een nieuw samengesteld gezin, met kinderen met een beperking. 

Je wil iedereen redden. Je wil dat mooie gezin waarvan je altijd al droomde. En je denkt dat de macht in jouw handen ligt om dat te kunnen doen slagen. 

Ook al weet je heel diep vanbinnen dat het nooit zal gebeuren. De enige manier voor de narcist is dat iedereen zich aan hem onderwerpt en alleen in zijn noden voorziet.

Maar je redderscomplex is groter dan al die instincten, stemmetjes en rode vlaggen in je hoofd. Je bent iemand die niet snel opgeeft. 

Voor mij was dat eigenlijk een ironische contradictie. Hij verweet me altijd dat ik nooit iets afmaakte, dat ik vele projecten begon maar altijd opgaf. Het feit dat dat kwam omdat ik er geen energie voor had omdat ik die allemaal in hem stopte, kwam niet bij hem op.

Zo modder je maar wat aan, zwalpend tussen je instincten, je schuldgevoelens en de overtuiging dat je toch doet wat je kan om je kinderen te beschermen.

En dan komt de dag dat je het breekpunt bereikt. Dat je beseft dat je hen niet langer kan beschermen zoals het eigenlijk zou moeten.

Als je op dat moment genoeg kracht hebt, kan je eindelijk de knoop doorhakken en beslissen om te vertrekken.

Maar als je die kracht niet hebt, kan je alleen besluiten dat er maar één manier is om deze situatie te doen ophouden. En dat is er een einde aan maken.

Niet aan de situatie.

Aan jezelf.


Die dag viel bij mij een zestal jaren geleden.

Na talloze beloftes om in de week niet meer te drinken en dan na twee dagen toch te herbeginnen, werd ik stilaan wanhopig. We kochten niet veel drank meer in de winkel, maar in onze straat is een nachtwinkel. Toen was ik zo naïef dat ik het niet doorhad, maar mijn toenmalige man werd daar toen vaste klant.

De momenten van enkele dagen nuchter en dan weer zwaar dronkenschap met veel venijnig gescheld, wisselden elkaar steeds heftiger af. 

Op een gegeven moment was het moment daar dat ik mijn kinderen bij mijn ex zou gaan ophalen voor hun weekje co-ouderschap bij ons. 

Er waren toen net enkele dagen nuchterheid voorbij en ik voelde me weer hoopvol.

Mijn toenmalige man kwam net voordat ik vertrok, thuis van zijn werk. Ik ging nog even iets uit de frigo in de kelder halen. Toen ik de deur van de frigo opende, bleef ik als aan de grond genageld staan. Ik staarde even naar de drie vaatjes wijn van drie liter.

En toen besefte ik: ik wil mijn kinderen hier niet meer aan blootstellen. 

Ik kon niet meer. Ik zag geen uitweg meer. De enige manier om hen aan hem te laten ontsnappen, was mij uit de weg halen. 

Geen mama met alcoholistische narcist meer, geen gevaar meer.

Ik ben de fiets op gestapt en ben beginnen rijden. Ik wist niet waar ik naartoe kon, dus ik ben gewoon blijven verder rijden tot ik niet meer kon. Gezien mijn energieloze toestand was dat niet ver.

Ik ben in een weide aan de kant van de weg gaan liggen en ben beginnen huilen. Ik wilde daar alleen maar blijven liggen tot de dood mij zou komen halen.

Af en toe kwamen er auto’s voorbij, en ik besefte dat ik daar niet kon blijven liggen. Na enkele uren ben ik moedeloos weer naar huis gereden. Moe gestreden. Gefrustreerd en immens teleurgesteld in mezelf dat ik er weer eens niet in geslaagd was om iets te doen om mijn kinderen veiliger te stellen. 

Intussen had de vader van mijn kinderen alarm geslagen bij de politie omdat ik niet komen opdagen was op het afgesproken uur.

Bij de huiszoeking trof de politie alleen mijn ladderzatte tweede man aan, die natuurlijk nog kwader dan anders was door deze vermeende inbreuk op zijn privacy.

Ook mijn broer en schoonzus stonden bij mijn huis toen ik eindelijk weer arriveerde met mijn fiets. Ik zag iedereen van ver staan en schaamde mij dood. 

Als ik me ooit in mijn leven verslagen gevoeld heb op alle fronten, is het die dag wel.

Een waardeloze moeder omdat ik mijn kinderen niet kon beschermen.

Een waardeloos mens omdat ik de knoop niet kon doorhakken, op eender welke manier.

Een waardeloze vrouw omdat ik iedereen in rep en roer had gezet door even te verdwijnen.

Verslagen heb ik dan mijn ex-man gecontacteerd om alsnog de kids op te halen. Wat hij geweigerd heeft. En hoe kwaad ik daar op dat moment ook om was, ik moest toegeven dat dat de juiste keuze was.

Geen van beide thuissituaties op dat moment waren ideaal, maar bij hem waren ze op dat moment het veiligst.

Het is vreselijk om te moeten beseffen dat daardoor gewoon alles uit je handen gehaald wordt. Je kan niets zelf meer beslissen, zelf geen keuzes meer maken. Je wordt compleet geleefd door de mensen rondom je. Mensen die niet het beste met jou voorhebben.

En het is nog vreselijker om te beseffen dat dat maar goed is, omdat je zelf geen greintje lef meer in je lijf hebt om zelf keuzes te maken.

De zes voorgaande jaren was het niet veel beter. Het enige dat ik deed, was vechten tegen alles. In het midden staan van een strijd die ik nooit gevraagd had.

Terwijl het enige dat ik wilde, was dat ik een liefdevol gezin zou hebben. Het gezin dat me voor ogen gehouden werd toen ik een relatie begon met de narcist. De beloftes dat hij mijn leiding zou volgen wat mijn kinderen betrof. De ogenschijnlijk luchtige manier waarmee hij met hen omging in de eerste dagen.

Die dag, zes jaar later, bleef er van mijn droom niks meer over. Er bleef ook van mij niks meer over. Het enige dat ik wou, was in vrede inslapen en nooit meer wakker worden, in de wetenschap dat mijn kinderen veilig waren.


Ik weet dat het moeilijk te vatten is allemaal. Bij huiselijk geweld denken mensen allemaal aan blauwe ogen en gebroken botten.

Psychisch geweld is niet zo zichtbaar. En mensen denken dat, zolang je niet elke dag slaag krijgt, het allemaal zo erg niet kan zijn.

Uitzichtloosheid is iets moeilijks om mee om te gaan. Ik denk dat ik zelf ook van oordeel was dat het “allemaal zo erg niet was omdat ik niet elke dag slaag kreeg”. En dat ik het daardoor langer moest blijven volhouden. Om het voor iedereen beter te maken.

Maar het lag gewoon niet in mijn handen. 

Ik had nergens controle over.

Maar ook had ik nergens schuld aan.

Schaamte. Schuldgevoelens. Uitzichtloosheid. Wanhoop. Verslagenheid.

Allemaal emoties die je verlammen. 

Tel daarbij op dat je energiepeil onder nul staat

En dan komt de dag dat je beseft dat je kinderen in gevaar zijn, en je kan niks doen.

Helemaal niks. 

Ik ben nu blij dat ik toen geen manier gevonden heb, of het lef, om er daadwerkelijk een einde aan te maken. 

Want vier jaar later vond ik die manier wel. Deze keer een manier die goed was, zowel voor de kids als voor mij zelf.

Sindsdien is het voor ons alle vier alleen maar beter geworden.

Ik heb er een jaar therapie voor nodig gehad, en ook mijn twee oudsten zijn er momenteel voor in therapie. 

Narcisme maakt veel kapot. 

Ook al dacht ik toen dat het puur aan het alcoholisme lag, maar de basis van zijn gedrag lag daar niet in. Het was alleen een katalysator.

Maar het heeft ook een positieve kant gehad. Ik vind de persoon die ik nu ben veel leuker en sterker. En ook mijn kinderen zullen er uiteindelijk sterker uit komen.

Ik ga zeker niet zeggen dat het een “geluk” geweest is, maar misschien wel een nuttige leerschool. 

Op dit moment is mijn belangrijkste les dat, hoe erg het momenteel ook is, en hoe diep je nu ook zit, hoe uitzichtloos je situatie nu aanvoelt… het zal ooit beter gaan.

Neem het aan van iemand die daar ook gezeten heeft.

De duisternis heeft ook voor mij geen geheimen meer.

En ook voor jou zal er ooit opnieuw licht zijn. En je zal stralen als nooit tevoren.

En dat… zal je ultieme overwinning zijn.


21 | Veilig op het web

Het leven bestaat uit veel toevallige gebeurtenissen. Dingen die je overkomen en een blijvende impact hebben. Dingen die je ziet, kan je niet meer ont-zien.

Zo is het ook op de dag dat je beseft dat het narcisme is.

Meestal heb je al héél lang in de gaten dat er iets mis is in je relatie. Je beseft dat de manier dat je behandeld wordt, niet okee is. Alhoewel dat meestal een understatement is.

Niet okee.

Nee, helemààl niet okee. Zeg maar ronduit slecht. Misbruik “niet okee” noemen is eigenlijk een respectloze afzwakking van wat je meemaakt.

Maar geef toe, in je eigen geest is het, vooral in het begin, nodig om het gewoon maar “niet okee” te noemen. Voor jezelf toegeven dat het echt slecht is, is een zware drempel.

Maar goed, één keer dat je echt begint te beseffen dat het slecht is, gaat er een deur open.

Het is alsof het universum dan beslist dat je er klaar voor bent, en het gooit de term “narcisme” als het ware voor je voeten.

Je begint “toevallig” kanalen en posts voorgesteld te krijgen op je sociale media met getuigenissen die heel herkenbaar aanvoelen.

In het begin zal je ze wegklikken. Maar het universum houdt vol. En na een tijd zal je beginnen lezen. En vallen de puzzelstukjes in elkaar.

De dag dat de puzzel plots heel herkenbaar is, verandert je leven voorgoed. Want je staat op een kruispunt. Je moet vooruit, geen weg terug.

Should I stay or should I go?

Dr. Ramani had geen betere titel kunnen bedenken voor haar boek. Want één keer je over de drempel van herkenning bent gestapt, is dat de enige vraag die nog telt.

Er kunnen in je hoofd honderd redenen zijn waarom je zou blijven. En dan moet je aanvaarden dat er nooit iets zal veranderen. Dat op zich is al angstaanjagend.

Maar als je de andere weg kiest, is het nog veel erger. Waar te beginnen?

Zeker als er kinderen zijn, is het best een zwaar kluwen om door te worstelen.

Waar te beginnen? Eerst en vooral wil je je informeren.

Waar kan ik terecht?
Wat zijn de gevolgen van een scheiding?
Hoe begin ik aan een scheiding?
Wat gaat dat me kosten?
Kan ik het betalen?
Kan ik financieel zelfstandig zijn?

Veel vragen die je wil opzoeken. Maar er zijn risico’s aan verbonden als je dat gaat doen.

Veel narcisten controleren heel erg hun slachtoffers.

O ja, ik gebruik heel bewust de term “slachtoffers”. En ik weet dat je jezelf niet graag zo ziet.

Want jij bent een sterke vrouw of man en je houdt je al zoveel jaren sterk. Je voelt je geen slachtoffer, je bent gewoon iemand die blijft geloven in de liefde, dat je partner het helemaal zo niet meent of ziek is, en dat je hem of haar ooit wel zal kunnen genezen.

Nee.

Gaat niet gebeuren. Nooit.

En hoe sneller je dàt aanvaardt, hoe beter je vooruitzichten dat je er ooit uit zal geraken.

Maar controle dus. Hoe onveilig je je thuis voelt, des te onveiliger zal je je voelen als je je computer opzet en zoekwoorden in je browser gaat typen.

Mijn narcist beweerde altijd dat hij er allemaal niks van kende, dat ik de specialist was en vroeg me altijd om hulp als er iets was met zijn computer of facebook.

Ook een tactiek, zich onbekwaam laten uitschijnen, waardoor je je veilig voelt en gelooft in zijn onschuld als er geen “bewijzen” zijn.

Dan heb ik het vooral over chats. Als ik al eens dubbelzinnige chats opmerkte bij hem, verdwenen die nadien. En kreeg ik als reactie als ik hem ermee confronteerde, dat “hij niet eens wist hoe hij die zou moeten verwijderen. Ik wist toch dat hij daar allemaal niks van kent?”.

Alweer een vorm van gaslighting dus.

Als dat gebeurt, moet je des te voorzichtiger zijn als je zoekwoorden als scheiden enzo gaat intypen op je browser. Of nog erger, woorden zoals narcisme.

Gelukkig had hij wel over één ding gelijk, en dat is dat ik wel wat weet over computers. Nou ja, eerder over browsers en hoe je nieuwe accounts kan aanmaken.

Dat bracht me op het idee om een hele nieuwe internet persona te creëren, waarmee ik zonder angst kon dingen opzoeken, deelnemen aan fora en facebook groepen met lotgenoten, blogs schrijven en advocaten contacteren.

Maar naast dit allemaal creëren, moet je ook wel ervoor kunnen zorgen dat dit niet kan ontdekt worden op je computer. Als je een computer hebt van het werk, gaat dat al gemakkelijker.

Maar op een persoonlijke computer, en zeker als je die deelt met je partner, is dat veel moeilijker.

Daarom ben ik nu aan een webinar aan het werken, waarin ik jou kan leren hoe je dit kan doen.

Want veiligheid boven alles. Je wil zeker vermijden dat de angst waarin je leeft, nog groter wordt.

Want als de narcist(e) merkt dat je overweegt om te vertrekken, zal die alles uit de kast halen om je bij zich te houden.

Dat zal gebeuren op positieve manier (beloftes) maar vooral ook op negatieve manier (dreigen en intimideren).

Het eerste dat ik te horen kreeg, was dat ik het zonder hem financieel nooit zou kunnen redden. En dat ik mijn renovaties op mijn buik kon schrijven.

Het eerste lukt me aardig.
Het tweede is, toegegeven, heel wat moeilijker. Ik ben alleenstaande en werk deeltijds en dat maakt het heel wat moeilijker om aan een lening te geraken. Maar het is een prijs die ik graag betaal voor een leven zonder angst.

Want angst is de slechtste raadgever ooit. Angst houdt je tegen om moeilijke beslissingen te nemen.

En dat weten zij ook, daarom gebruiken ze het zo graag als drukkingsmiddel.

Dus is het zo belangrijk dat je op z’n minst de angst kan wegnemen dat er gaat ontdekt worden dat je hulp zoekt.

En dan kan je met gerust gemoed je tweede persona op het web laten begeven.

Mijn tweede persona, die ik hier gebruik, heet Shannon. Eigenlijk in eerste instantie mijn heksennaam. Maar ze is uitgegroeid tot zoveel meer.

Ze heeft heel wat verschillende blogs aangemaakt. Haar eerste blogs gingen eigenlijk over heel persoonlijke dingen, voor er nog sprake was van narcisme. Ze schreef over haar angsten, haar spirituele zoektocht naar zichzelf en naar een doel in haar leven, haar struggles met het moederschap over kinderen met een beperking, haar strijd met het alcoholisme van haar man en zoveel meer.

Dingen die ze liever niet wilde delen met mensen die ze kende, maar ze had het nodig om het van zich af te schrijven en wie weet mensen te vinden die hetzelfde meemaakten.

En toen het universum eindelijk openbaarde wat er aan de hand was in haar relatie, ontstond de blog Leven na narcisme.

Eigenlijk was er eerst de blog Leven na de alcohol, in een (korte) periode dat het leek alsof haar man de alcohol onder controle had. Die blog heeft geen lang leven gehad.

Want eigenlijk besefte ik in die periode dat het gedrag niet verdween als de alcohol even afwezig was. Dat is de eerste stap geweest naar het plaatsen van het gedrag in een andere context. En dat was narcisme.

De rode leidraad in dit alles was het feit dat ik alles van me af kon schrijven.

In een veilige setting, zonder angst om ontdekt te worden. Niet alleen door mijn man, maar ook door familie en vrienden.

Zelf beseffen wat er aan de hand is, is stap één.

Het delen met familie en vrienden is heel wat moeilijker. Het voelt immers aan als falen.
Je schaamt je ook. Omdat je weet dat je omgeving natuurlijk al heel wat langer ziet dat er iets ernstigs mis is.

Tenzij ze ook hun kop graag in het zand steken. En dan is het nog moeilijker, want dan word je nog geconfronteerd met het feit dat ze doen alsof er niks aan de hand is, en alsof ze heel verwonderd zijn dat er iets schortte in je relatie.

Dat ze je niet geloven ook. Of dat het allemaal zo erg toch niet kan zijn.

Allemaal redenen die ervoor zorgen dat het nodig is dat je in alle anonimiteit deze dingen kan neerschrijven en uitspreken.

Als je je niet veilig kan voelen in de “echte” wereld, kan het een life saver zijn om je eigen virtuele wereld te creëren waarin je je wel veilig voelt.

Ook al is het maar voor heel even. Het kan een wereld van verschil uitmaken voor je zenuwstelsel om je af en toe veilig te voelen. Zodat je elke dag een beetje steviger in je schoenen staat om uiteindelijk de juiste weg te kiezen op dat kruispunt.

Hou je ogen op mijn facebook en instagram gericht. Coming up: webinar over hoe je veilig op het web begeven.

En nee, het zal niet over cybercriminaliteit gaan 🙂

20 | Het web van de narcist

Mijn verhaal begint al einde vorige eeuw.

Ja, dat klinkt lang geleden, maar in feite is het gewoon 25 jaar geleden.

Toen leerde ik de man kennen waarvan ik later zou denken dat hij mijn soulmate was.

Van in het begin was er een “klik”, een verbinding die me toen al wat angst aanjoeg. Toen dacht ik dat het “gevaar” er in bestond dat we meer dan vrienden zouden worden, vermits we allebei nog getrouwd waren. En toen was dat nog een grens waar ik niet over wilde gaan.

Maar de connectie was sterk. Zo sterk dat ik zoveel mogelijk in zijn buurt wilde zijn, maar tegelijk ook zo ver mogelijk weg. Er was een duidelijke chemie tussen ons die niet mocht geactiveerd worden.

15 jaar later connecteerden we opnieuw, deze keer op facebook. Ik zag dat hij getrouwd was en hield opnieuw mijn afstand. Enkele maanden later, toen ik bij mijn eerste man vertrokken was, begon hij te beseffen dat ik wel vrij was en begon het offensief.

Ik was in die periode heel kwetsbaar. Na me 25 jaar lang eenzaam gevoeld te hebben in een respectloze relatie, snakte ik zo naar liefde.

In mijn hoofd zat het naïeve droombeeld van de man die mij het mooiste en liefste meisje op de wereld zou vinden en alles zou doen om mij gelukkig te maken. Een man die me zou doen voelen als een koningin.

Mijn hart stond helemaal open, klaar voor mijn ridder op het witte paard. Puur, open en goedgelovig.

Het ideale slachtoffer voor een narcist.

Allereerst was er de aandacht. Er kwamen elke dag reacties op mijn statussen, met grapjes en complimenten. Na enkele dagen zei hij dat zijn zoon hem gezegd had dat hij op de chat moest gaan, want dat iedereen met onze conversaties mee kon lezen.

Gedurende enkele weken werd ik overladen met lieve berichten, waarbij hij zijn verleden heel eerlijk uitgebreid uit de doeken deed. Ik merkte al wel snel dat er een patroon in zat, namelijk dat hij altijd het slachtoffer was.

Maar iedereen kan pech hebben met verkeerde partners (ik ben zelf nu ook al 2 keer getrouwd geweest), dus ik geloofde hem. Want hij leek altijd wel verantwoordelijkheid op te nemen voor een deel van de situatie.

Dubbelzinnig weliswaar. Bijvoorbeeld hoe hij verliefd was geworden op een andere vrouw omdat die er voor hem was terwijl de moeder van zijn kinderen hem enkele maanden had achtergelaten met drie kleine kinderen, om in het buitenland te kunnen gaan werken.

Het leek een aannemelijke reden, maar eigenlijk was het maar een excuus. Maar mijn hart wilde hem geloven.

Plots werd het enkele weken stil op mijn chat. Ik herinner me dat ik zelf even de rem had gezet op de diepte van ons contact omdat hij nog getrouwd was. Intussen had hij me al wel overtuigd dat dat een huwelijk zonder inhoud en liefde was, en dat zijn vrouw hem al vaak zelf om een scheiding had gevraagd.

Maar toch hield ik de boot af. Ik wilde geen echtbreekster zijn. Ik weet niet of dat de reden was voor de plotse stilte, maar ik voelde al snel angst.

Angst voor afwijzing, angst om verlaten te worden. Ook al was er nog lang geen sprake van een relatie, of zelfs maar van uitgesproken gevoelens.

Ik ben toen in een oud mechanisme gevallen. Ik begon zelf berichtjes te sturen, wanhopig voor aandacht. Pas na enkele weken reageerde hij opnieuw. Hij had geen tijd gehad om te chatten, want hij was druk bezig met het inwerken in een nieuwe job, zei hij.

In het begin leek hij verveeld en afstandelijk. Dit activeerde mijn angsten nog meer en ik was toen bereid om eender welk excuus te aanvaarden, zolang hij maar opnieuw aandacht voor me had.

Van de zelfzekere vrouw die enkele maanden voordien al haar moed bij elkaar geraapt had om te vertrekken uit haar vorige relatie, was toen al lang geen sprake meer.

Zo snel kan het gaan. Zo snel zit je in het web. Het aantrekken en afstoten was al begonnen.

Daarna ging het plots in een stroomversnelling. Vermoedelijk door de euforie van opnieuw een goedbetaalde job te hebben nadat zijn zaak failliet gegaan was, vestigde hij zijn volle aandacht op mij.

Toen ik op een zaterdagavond van een fuif bij vriendinnen terugkwam, ontplofte mijn chatbox van zijn berichten. Hij bekende zijn liefde met grote woorden en hopen superlatieven. Ik was de beste, de liefste, de mooiste, de slimste, en hij kon zonder mij niet meer leven.

Tot op dat moment hadden we elkaar nog altijd niet terug in levende lijve gezien, en hij vond het dringend tijd om daar werk van te maken.

Om een lang verhaal kort te maken: enkele weken later trok hij bij me in. Eerst had er nog een ontmoeting met mijn kinderen plaatsgevonden, waarbij hij me prees om mijn goede aanpak van mijn kinderen met autisme. Hij beweerde dat hij zich niet zou bemoeien met mijn opvoeding en dat hij mijn leiding daarin zou volgen. Want ik was een geweldige moeder met zulke prachtige kinderen.

Nu had ik de voorgaande jaren alsmaar het gevoel van het tegendeel gehad. Het zoeken naar de juiste school en aanpak van de kinderen was al jaren een lijdensweg geweest, en het deed deugd dat iemand eindelijk erkende dat ik het toch goed gedaan had.

Mijn moederhart werd gepaaid en ik raakte alweer vaster verstrikt in zijn web.

In de volgende weken waren we in de weekends nooit thuis. Ik had toen de regeling dat mijn kinderen in de week bij mij waren en in het weekend bij hun vader.

Mijn nieuwe liefde vond het zo zielig voor me dat ik in mijn eerste huwelijk nooit verwend geweest was, en was vastbesloten dat goed te maken door elk weekend een uitstap te verzinnen.

(nota: ik vond het toen geweldig dat hij daar zoveel inspiratie in had. Maar als ik nu kijk naar hoe hij het met zijn nieuwe liefde doet, werkt hij blijkbaar altijd hetzelfde lijstje af. Zo vreemd om te zien.)

Op geld werd er niet gekeken en ik kreeg bijna wekelijks een boeket bloemen.

Het klinkt als een sprookje, nietwaar?

Jammer genoeg had het sprookje een schaduwkant.

Elke mooie dag werd bijna steevast afgesloten met veel alcohol.

En daarbij horend het venijn, het schelden en de vernederingen.

Ik vind het nog altijd vreemd als ik aan die periode terugdenk. Ik slaagde er in om mezelf een enorm rad voor ogen te draaien. Elke avond begon bijna op dezelfde manier en liep ook vaak op dezelfde manier af. En toch was er elke keer die onschuldige verwachting bij mij dat het deze keer goed zou aflopen. Af en toe gebeurde dat ook.

Wie wat kennis heeft van psychologie, weet dat partiële bekrachtiging de krachtigste methode is om iemand te conditioneren. Af en toe een goede afloop en je blijft hopen dat het elke keer zo is.

En zo ontstaat ook de verslaving in je hersenen. De afwisseling tussen hoogtes en laagtes zorgt er op den duur voor dat het ook je verwachting is, en je begint het normaal te vinden.

Elke keer dat het weer even goed gaat, laat je jezelf ook aan geheugenverlies lijden. Wellicht ook onder lichte dwang. Hoe vaak me gevraagd werd om het te vergeten, want het was voorbij, kan ik niet tellen. Een nieuwe dag, een nieuwe kans, leek hij altijd te verwachten.

Een slechte dag had volgens hem altijd een reden. En als die reden weg was, was ook hij weer okee en was er geen reden om hier op terug te komen. Als ik dat al eens durfde te doen, vragen om het te bespreken, werd er me verweten dat ik oude koeien uit de gracht haalde.

Dus ik leerde zwijgen en blij te zijn met de goeie momenten.

En die waren er ook, echt waar. Momenten waarop ik opnieuw de beste, de mooiste en de liefste was. En dan vergat ik de slechte momenten weer even. En maakte ik mezelf wijs dat hij inderdaad “even” een slechte dag had gehad.

Boven op het verwijt van de oude koeien werd me ook aangesmeerd dat ik me de dingen niet correct herinnerde. Hij had het nooit zo gezegd, of niet zo bedoeld, of ik had het verkeerd begrepen… In het begin dacht ik dat hij het zich niet herinnerde door blackouts van de alcohol, maar naarmate de jaren vorderden, ben ik me vaak gaan afvragen of het geen bewuste tactieken waren. Wat ik later las over narcisme, bevestigde die vermoedens.

En het had blijkbaar zelfs een naam: gaslighting.

Mijn realiteit begon zo ook steeds verwarder te worden. Mijn enige houvast waren mijn beste vriendin en vijf andere goeie vriendinnen. Maar ook hen durfde ik in het begin niet veel te vertellen. Ik schaamde me dat ik me zo liet behandelen en was bang voor hun reactie. Ik kon de confrontatie met de realiteit niet aan. Ik hield mezelf recht met een fantasiewereld en kon niet riskeren dat deze fantasie zou verbroken worden.

Een tijdje stond daardoor mijn sociale leven op een laag pitje, maar gelukkig hebben mijn vriendinnen me nooit laten vallen. (op één na) Zij zijn mijn redding uiteindelijk gebleken.

Als ik hen niet had gehad om gegrond te blijven in de realiteit, zou ik helemaal geïsoleerd geweest zijn van de buitenwereld. En daarin schuilt het grootste gevaar. Als dat gebeurt, heb je alleen nog maar één contact met de buitenwereld, en ben je volledig van hem afhankelijk.

Je kan alleen geloven wat hij je vertelt. Zo houdt hij controle over je. Want niemand kan hem tegenspreken.

Daarom is het essentieel, als je bevriend bent met iemand in een soortgelijke situatie, om contact met hem of haar te blijven houden.

Laat weten dat je er bent.
Wees de link met de buitenwereld.
Laat hem of haar voelen dat je zonder oordeel achter hen blijft staan.

Dat is niet simpel.
Maar iemand kan pas uit zo’n relatie losraken als die daar klaar voor is.
Ze moeten hun eigen pad volgen en hun eigen levenslessen leren.
Verder kan je niks doen, buiten naast hen lopen op dit levenspad.

Hun hand vasthouden en laten weten dat ze nooit alleen zijn.
Je kan hen ook voorzichtig vragen of ze wel gelukkig zijn zo.
Bewustwording is de eerste stap.

Dat kan lang duren. Bij mij duurde het 10 jaar.

Het bewustwordingsproces kwam bij mij op gang nadat dr. Ramani op mijn pad gekomen is, met haar youtube kanaal en boeken over narcisme.

Daarom is het mijn missie om mensen zoveel mogelijk over narcisme te leren.

Slachtoffers weten meestal wel dat er iets ernstig mis is in hun relatie, maar ze kunnen vaak de vinger er niet op leggen waar het probleem juist zit.

Als ze, net als ik, uiteindelijk de lijst met symptomen onder ogen krijgen en de puzzelstukjes op hun plaats beginnen te vallen, kan het proces beginnen.

Ik wou dat ik kon zeggen dat vanaf dan aan alles eindelijk een einde komt, maar dan begint het pas moeilijk te worden.

Besef.
Knoop doorhakken.
Vertrekken.
Genezen.

Een proces van lange adem.
Maar neem het aan van iemand die het beleefde en overleefde. En nu helemaal voluit lééft.

Het is de moeite waard.

Want jij bent de moeite waard.
Jij mag er zijn.
Jij mag spreken.
Jij mag voelen.

Jij mag zijn.

Helemaal en compleet zoals je bent. Zonder meer.

Je hoeft geen andere persoon te worden om graag gezien te zijn.

19 | No pain, no gain.

Als er iets is waar narcisten meester in zijn, is het manipuleren. In het begin gebruiken ze leugens over hun exen om zich te profileren in een slachtofferrol. De truc die het meest succesvol is, is net genoeg waarheid in de leugen te stoppen om hem geloofwaardig te maken.

Zo nam hij altijd ogenschijnlijk de verantwoordelijkheid op voor zijn aandeel in het feit dat de vorige relaties mislukt waren. Maar hij gaf er dan altijd zo’n draai aan dat het toch allemaal buiten zijn macht lag, dat er altijd omstandigheden waren die de oorzaak waren…

Ik vond het toen allemaal heel aannemelijk klinken. Je kan inderdaad op een bepaald type vrouw vallen of de verkeerde aantrekken, en volgens hem was het telkens zo dat hij voor de volgende viel omdat zijn toenmalige relatie al spaak aan het lopen was.

Voor mij liep het niet anders. Tegen beter weten in had ik me laten overtuigen dat zijn huwelijk voorbij was en dat zijn toenmalige vrouw al lang naar een echtscheiding vroeg, maar dat hij haar meermaals gesmeekt had om toch te blijven proberen.

Toen ik eenmaal op zijn radar kwam en voor hem viel, gaf hij haar dan zogezegd snel toe om bij mij te komen wonen.

Ik vond het toen vreemd dat het toch nog een jaar geduurd heeft eer die scheiding uiteindelijk rond was, maar dat was volgens hem omdat zij veel problemen maakte met de inboedelverdeling.

Het feit dat ze een deel van die inboedel gewoon op straat gezet heeft, was voor mij toen een heel vreemde actie. Natuurlijk heb ik nooit iets gezien van de communicatie tussen hen en ik kon alleen maar zijn verhaal aannemen. Wat ik ook gedaan heb zonder twijfel.

Het is vreemd hoe ze je van in het begin kunnen brainwashen. Ik had mijn hele leven een aantal vaste principes, waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze zou overtreden.

Zo zou ik nooit iets beginnen met een getrouwde man. En zou ik me nooit laten slaan.
Beide grenzen heb ik laten overschrijden. En het vreemde is dat mijn hoofd het aanvaardde, dat er een rationele verklaring achter zat.

Toen we anderhalf jaar samen waren, viel hij in een depressie en een burn-out. Hij was geobsedeerd door overdadig veel werken om terug middelen te kunnen opbouwen na zijn faillissement, gestresseerd door elke dag een uur of vijf in de file te staan en getraumatiseerd door één bepaalde ex. Maar zelfs toen ging er nog geen belletje rinkelen.

In zijn depressie eiste hij nog veel meer aandacht van me dan voordien. Ik kon bijna nooit weg met vriendinnen omdat hij dan eindeloze zielige berichtjes zat te sturen die deden uitschijnen dat hij zijn leven ging beëindigen. Idem voor als ik aan het werk was. Meermaals ben ik halsoverkop de auto ingesprongen met een vaag excuus aan mijn collega’s en met angst voor wat ik thuis zou aantreffen.

Meestal zat hij dan gewoon in de zetel te slapen. Ik besefte het toen nog niet, maar hij was dus meestal zijn roes aan het uitslapen en wist nadien nog amper wat hij me allemaal gestuurd had.

Het meest schrijnende voorval, dat bewees in welke mate hij me probeerde te manipuleren, was toen ik op een avond thuiskwam en een bloedspoor aantrof in de gang, dat leidde naar de badkamer, waar hij alweer zijn roes lag uit te slapen.

Omdat ik geen verwondingen zag, bekeek ik het “bloedspoor” sceptisch en besefte dat het gewoon… ketchup was.

Ik kan niet beschrijven wat op zo’n moment door me ging. Ongeloof. Boosheid ook omdat ik besefte dat ik gemanipuleerd werd.

Maar meest van al een soort medelijden. Dat hij zo diep zat dat hij dit gebruikte om aandacht te krijgen. En mijn liefdevol hart zag alleen een getormenteerd man, die ik probeerde zoveel mogelijk te steunen om hem te helpen genezen.

Dit soort van overgedramatiseerde situaties gebeurden wel vaker in die periode. Het verhaal van de thermometer bijvoorbeeld (zie vorige blogs). Soms riepen ze angst bij me op, soms verdriet, soms medelijden. Soms frustratie.

Enkele keren ook boosheid. Zoveel boosheid dat ook ik mijn zelfbeheersing verloor. Kwaad om zoveel onrecht, zoveel manipulatie, zo moe van als pispaal gebruikt te worden voor alles wat er mis ging in zijn leven.

Twee voorvallen deden ook mijn zelfbeheersing verliezen.

Op een avond werd hij wakker uit zijn roes en begon hij me weer de huid vol te schelden. Ik denk dat ik toen net terugkwam van een etentje met vriendinnen, dus ik had weer mijn batterijen een heel klein beetje kunnen opladen. En dat zorgde er ook voor dat ik weer een ietsiepietsie zelfvertrouwen terug had, waardoor ik hem weerwoord begon te geven.

Tegen beter weten in, want dat resulteerde altijd in gescheld op maat, zoals ik het noem. Soms werd ik “algemeen” uitgescholden, als vertegenwoordiger van het vrouwelijk ras dat hem al dat kwaad voordien had aangedaan.

Maar als hij heel venijnig was, werd het gescheld “op maat”, gericht op mijn gewicht, mijn ex, en het ergste: mijn kinderen. Het woord “mongool” viel elke keer, gericht op mijn kinderen met autisme. En ook “vet wijf”, gericht op mijn overgewicht.

Toen ben ik geknapt. En heb ik met volle gewicht mijn hand door de glazen deur geduwd. Puur uit onmacht omdat ik het gescheld niet kon doen stoppen. Wegvluchten naar een andere kamer had geen nut, want hij achtervolgde me elke keer. Als ik dan onder de lakens van het bed vluchtte, trok hij die van me af, en kwam met zijn gezicht heel kort bij het mijne, vertrokken van haat, het gescheld verder zettend.

Een andere keer dat ik mijn zelfbeheersing verloor, was omdat mijn oudste zoon erbij betrokken was. Het kind was toen een jaar of 12.

In die periode had hij de gewoonte om na een episode van zelfmedelijden heel dramatisch naar buiten te gaan met een groot slagersmes, alsof hij er een einde aan zijn leven mee wilde maken. Zodat ik er in paniek achteraan zou gaan en hem zou smeken om het niet te doen. Ik was toen erg onzeker en wilde het niet op mijn geweten hebben dat hem iets zou overkomen als ik er niet op in ging, dus de scène herhaalde zich regelmatig.

Gelukkig deed hij dat alleen als we geen kinderen in huis hadden, in de periodes dat mijn kinderen bij hun vader waren.

Tot op de bewuste dag, toen mijn kinderen er wel waren. Ik stond met hen af te wassen, en hij was, natuurlijk dronken zoals zo vaak, na een betoog van zelfbeklag naar buiten gegaan. Ik was zo met de kinderen bezig dat ik het niet gemerkt had. Mijn oudste zoon had het echter wel gezien, en hij ging hem achterna. Ook dat had ik niet gemerkt. Het was altijd hectisch als ze er waren, en ik geef toe dat ik vaak de kracht niet meer had om een goede moeder te zijn met alle aandacht op elk moment.

Ik herinner me het moment nog heel goed toen mijn zoon weer de keuken in kwam.
Hij stond lijkbleek naar adem te snakken en te huilen.
In zijn handen hield hij een groot slagersmes.

Mijn wereld verstomde op dat moment. Het was alsof ik alleen nog een wit licht zag met in het midden mijn kind.

Ik nam het mes heel voorzichtig snel uit zijn handen. Intussen kwam het er met horten en stoten uit dat hij zijn stiefvader in de tuin gevonden had met dat mes bij zich.

Mijn kinderen hebben altijd een groot hart gehad. Ondanks het vreselijke gedrag van hun stiefvader bleven ze bekommerd om hem, als hij bij de barbecue weer eens lag te slapen op de grond, of dramatisch een verhaal vertelde over hoe slecht hij toch behandeld geweest was door mensen vroeger.

Dus toen mijn zoon hem zo vond met dat mes, was het kind zo bekommerd om hem dat het onmiddellijk dat grote scherp mes uit zijn handen had genomen.

Er gingen toen vele gedachten door me heen. In eerste instantie was ik bang dat mijn kind zich er pijn mee had kunnen doen. Ik controleerde of hij oké was en slaagde erin om hem te kalmeren en zijn gedachten te verzetten door een spelletje of film op tv.

Intussen was ik zelf allesbehalve kalm. De enige emotie die ik toen voelde voor mijn man, was boosheid. Boos om wat had kunnen gebeuren met mijn kind en dat grote mes.

Toen de kinderen weer veilig en gekalmeerd achter de tv zaten, ging ik naar buiten, op zoek naar de boosdoener van al dat onheil.

Ik vond hem slapend op de trampoline. Na enkele minuten naar hem gestaard te hebben, bereikte mijn boosheid het punt van woede. Ik vond dat hij het recht niet had om daar zo ongenaakbaar te liggen slapen. Ik wilde dat hij besefte wat hij gedaan had. Dat hij verantwoordelijkheid zou opnemen voor wat er met mijn kind had kunnen gebeuren.

Ik probeerde hem wakker te schudden want ik wilde schreeuwen tegen hem, ik wilde mijn boosheid uiten. Maar hij was zo ver weg, dat hij niet eens bewoog toen ik hem bij zijn schouders nam en hem probeerde door elkaar te schudden.

En toen ben ik opnieuw geknapt. Ik gaf hem een slag in zijn gezicht om hem wakker te maken. En toen hij ook daar niet op reageerde, sloeg ik opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Ik ben er zeker niet fier op. De mensen die me goed kennen, weten dat ik geen vlieg kwaad zou doen. Maar op dat moment toen… wilde ik hem pijn doen. En heb ik eigenlijk misbruik gemaakt van het feit dat hij niet kon reageren. Als hij nuchter was geweest, had ik dat nooit durven doen, uit angst om slaag terug te krijgen.

Als er dingen zijn waar ik écht spijt van heb, zijn het zulke momenten. Dat ik mijn eigen grenzen heb overschreden.

Zo ver kunnen narcisten je brengen. Op den duur herken je jezelf niet meer.
Je doet dingen die niet in je karakter liggen.
Je laat dingen gebeuren die je normaal nooit zou accepteren.
Je hebt ook geen energie meer om er allemaal vragen bij te stellen.
Heel je leven is gericht op overleven en proberen de vrede te bewaren.

Ook al betekent dit dat je daarvoor een heel andere persoon moet worden.

Het heeft me nadien een heel jaar gekost om mezelf terug te vinden. En in wezen ben ik nu zelfs meer dan ik ooit geweest ben.

Het is zeker een levensles geweest. Soms moet je eerst tot op de bodem afgebroken worden om weer herboren te kunnen worden. Alle muren die je je hele leven hebt opgebouwd om te overleven, moeten weer neergehaald worden.

Dus misschien is het mijn lot geweest om dit mee te maken opdat ik zou kunnen zijn wie ik nu ben.

Maar soms vraag ik me toch af of er geen minder pijnlijke manier zou geweest zijn.

Niet vaak echter. Ik aanvaard dat het universum werkt zoals het werkt.
En dat alles altijd gebeurt met een reden.

Ik heb twee slechte relaties verduurd opdat ik nu de juiste man op het juiste moment kon vinden. En ik zou niet als iemand anders in deze relatie willen gestapt zijn. Want ook hij verdient de beste versie van mij die ik kan bieden.

Net zoals ik die ook verdien. Ik ben blij met wie ik nu ben.
En ik denk dat iets minder drastisch dat nooit had kunnen teweegbrengen.

No pain, no gain. Of zoiets 🙂

18 | Normaal is relatief

Onlangs deelde ik een post met een quote erbij die beschreef hoe je een ogenschijnlijk banale anekdote aan het vertellen kan zijn, waarna je beseft dat je vrienden stilgevallen zijn en naar je te zitten staren.

In een relatie met narcistisch misbruik geraak je gewoon aan een hoop dingen blijkbaar.

Vijf jaar geleden startte ik mijn nieuwe job als secretaresse bij de KU Leuven. Tot dan had ik zeven jaar in Tessenderlo gewerkt, waarbij ik het traject van 35 km telkens met de auto aflegde. Het gebouw was op een industrieterrein gelegen en met het openbaar vervoer niet vlotjes bereikbaar vanuit mijn woonplaats.

Naar Leuven gaan werken was niet mijn eerste keuze. Na jaren in Brussel gewerkt te hebben, had ik gezworen nooit meer werk aan te nemen in die richting. Het vooruitzicht om weer uren onderweg te zijn in de file, stootte mij toen zo hard af, dat ik richting Limburg keek toen ik in 2010 opnieuw aan het werk wilde gaan. 

Ik had toen bewust enkele jaren thuis doorgebracht bij mijn kindjes. In het begin voelde dat vervullend aan, maar toen ze begonnen naar school te gaan, voelde ik weer de pijn en verbittering naar boven komen in mijn eerste huwelijk, die ik even vergeten was door de voldoening om voor mijn kindjes te zorgen. Ook al was dat niet gemakkelijk, want zodra ze hun schooltraject begonnen, stapelden de problemen zich op, tot de diagnose autisme gesteld werd en het duidelijk was waar de problemen vandaan kwamen. 

En dan spreek ik niet over autisme als een probleem, maar eerder hoe de maatschappij, en vooral het schoolwezen, hiermee omgaat.

Na heel wat zoekwerk kwamen ze op hun pootjes terecht in het bijzonder onderwijs en kalmeerde er heel wat in mijn leven dat tot dan toe toch ook niet gemakkelijk om te dragen geweest was.

En ik begon te beseffen dat het nu tijd was om voor mezelf te zorgen. Want ik had die jaren in de zoektocht één ding goed beseft: dat ik er alleen voor stond. Mijn toenmalige man zei dat hij vertrouwde op mijn oordeel in alle beslissingen, maar voor mij was dat synoniem aan zich er niets van moeten aantrekken. Alle beslissingen kwamen op mij. 

En eerlijk, zo wilde ik het ergens ook wel. Ik voelde me altijd aan mijn lot overgelaten, als vanzelfsprekend aangenomen, nooit gesteund…  Als je noodgedwongen altijd alle beslissingen moet nemen, kun je het op den duur ook niet verdragen dat iemand zich plots begint te bemoeien.

Dus ik besloot dat, als ik toch alles alleen moest doen, ik het ook liever écht alleen deed.

En tegelijk ook de kans kon hebben om voor mezelf te zorgen.

En de kans ook kon hebben om iemand te vinden die me wél zou steunen en liefhebben.

Dus zocht ik opnieuw werk en vond een leuke interessante job in Tessenderlo, met de perfecte uurregeling. Meer dan 60% werken kon ik niet, vanwege de schooluren van het bijzonder onderwijs (zonder voor-en naschoolse opvang) en de afstand tussen die school en mijn werk. 

Toen ik zeven jaar later opnieuw besloot om van werk te veranderen, wilde ik verandering. Ik had het werk als Order Administrator altijd graag gedaan, maar ik voelde dat ik iets anders wilde. Nog in dezelfde richting wel, maar toch ietsjes anders. 

Uit de loopbaanbegeleiding die ik gevolgd had, bleek dat ik wel in het juiste soort job zat (administratie), maar dat ik eerder een andere sector uit moest.

Dus toen ik op de vacature voor mijn huidige job uitliep, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. En ook al trok het vooruitzicht om opnieuw de richting van de file uit te gaan me niet erg aan, het woog niet op tegen de job zelf. 

Dus in plaats van op een half uur met de auto op mijn werk te zijn, was ik nu met de bus anderhalf uur onderweg.

En dat is op dat moment echt een zegen gebleken. 

Het alcoholmisbruik van mijn tweede man bevond zich toen op een piek. Hij had geen bedrijfswagen meer nadat hij thuis had gezeten met een depressie en elke dag dat hij weg was met mijn auto, hield ik mijn hart vast en bad ik dat hij elke keer weer heelhuids zou thuis geraken.

Ik had al enkele staaltjes meegemaakt van zijn rijgedrag als hij gedronken had en er zijn momenten geweest dat ik vreesde voor mijn leven als hij weer eens een zware voet had of over een drempel zwalpte met de auto. Mij laten rijden was meestal geen optie, dat krenkte hem in zijn eer.

Omdat ik medelijden met hem had en hem niet nog minder mans wilde laten voelen, liet ik het maar gebeuren. Maar ik leefde elke dag met de angst.

Ik denk dat ik een week of twee aan het werk was in mijn nieuwe job, toen ik telefoon kreeg. 

Hij overstelpte me altijd de hele dag met chats en sms-jes, (meestal geen leuke als hij weer gedronken had) maar bellen deed hij nooit, dus ik had al een akelig gevoel toen ik de telefoon opnam. 

Dat gevoel werd bevestigd toen hij zonder nog maar dag te zeggen een tirade begon af te steken, over dat ik kwaad op hem zou zijn en hem zou buitengooien, over een hoop onsamenhangende dingen. Toen ik hem vroeg waar hij het in hemelsnaam over had, kwam het er uit. “Ik heb de auto perte totale gereden”.

Toen was het even stil. Ik stond stil in de gang en stopte met wat ik bezig was. 

Alle gedachten in mijn hoofd verstomden en het enige dat ik kon denken, was:

“Daar heb je het. Wat ik al lang voorspeld en gevreesd had.”

Aan de andere kant van de lijn klonk de vraag of ik hem gehoord had. En het enige dat ik kon uitbrengen, was “tja, het zat eraan te komen, zeker?”.

Ik hoorde nog een hoop excuses aan over wiens schuld het was dat hij van de weg afgeweken was en waardoor hij de gevel van een huis en een verlichtingspaal geraakt had.

Het kon me allemaal niet schelen.

Het proces-verbaal dat ik later te zien kreeg, bevestigde mijn vermoedens over het alcoholgebruik.  

Het verbaast me soms nog op de dag van vandaag hoe kalm ik op die momenten was.

Of dat dacht ik toen toch.

Ik denk dat het eerder apathisch te noemen is.

Want als je het “normaal” vindt dat je man vroeg of laat ergens tegenaan knalt door zijn alcoholisme, dan ben je al ver weg, denk ik. 

Dan zijn je grenzen niet meer vervaagd, maar gewoon niet meer bestaande.

De beste metafoor die hiervoor bij me opkomt, is die van een rek die je rond diepvrieszakjes in de vriezer gedraaid hebt. Als je die uit de diepvries haalt, is het alsof die uitgerokken zijn en zo blijven. Er zit dan geen rek meer op. Pas als je de vrieskou er af laat komen en de rek ontdooit, gaat die weer naar zijn normale staat en is die weer rekbaar.

Zo voelt het ook aan na een narcistische relatie. Je veerkracht is zo ver uitgerokken geweest dat je niet meer weet dat er nog een normale staat is, laat staan dat je nog weet hoe je hier terug naartoe kan.

Het is pas nadat je uit de relatie geraakt bent, dat je beseft hoe verknipt je realiteit geweest is in al die jaren.

En hoe abnormaal gedrag je nieuwe normaal geweest is.

In die tijd had ik het gevoel dat het echt alleen eigen was aan mijn situatie. 

Maar na het lezen van veel getuigenissen van mensen in narcistische relaties ben ik beginnen beseffen dat het eigen is aan die relaties.

En dat ik niet alleen was. 

17 | Dromen van genezing

Gisteren las ik een post op instagram die me raakte. 

Dat gebeurt natuurlijk wel meer, vermits ik vooral mensen volg die me inspireren, zowel in positieve als in negatieve zin. In negatieve zin noem ik het dan eerder “triggers”.

Dingen die me terugbrengen naar mijn verleden. En ja, ik volg die bewust, omdat ik mijn triggers wil overwinnen. Hoe meer ik ze kan verwerken in een veilige setting, hoe minder impact ze op me hebben.

De post ging over trauma bond, en beschreef hoe een vrouw getuige was van huiselijk geweld. Een man die overstuur leek en zijn vrouw achterliet, haar uitscheldend, en intussen liep de vrouw er vertwijfeld achteraan, hem smekend om terug te komen. Zelfs toen hij haar een mep gaf waardoor ze op de grond viel, stond ze weer recht en liep ze opnieuw achter hem aan.

Als je getuige bent van zo’n scène, zal er wel vanalles door je hoofd gaan als je een bewust en volwassen mens bent. Gedachten zoals “waarom laat ze hem niet gewoon gaan”, “waarom laat ze toe dat ze zo behandeld wordt”… Onbegrijpelijk gedrag in de ogen van een mens die het nooit zelf meegemaakt heeft.

Degenen die het wel meegemaakt hebben… zullen het maar al te goed herkennen.

Ook ik.

Het is vreemd hoe je je partner die jou mishandelt, uitscheldt en vernedert, kan gaan zien als een klein kind. Een kind dat je wil genezen, ervoor zorgen en het liefhebben. Hoeveel driftbuien het ook heeft.

Want daar komt het uiteindelijk vaak op neer. Een narcist gedraagt zich vaak als een klein kind, stampvoetend op de grond omdat het niet krijgt waarvan het vindt dat het recht op heeft. Een kind dat liegt om aan straf te ontsnappen. Een kind dat stiekem wegglipt om zijn eigen zin te gaan doen terwijl het weet dat het niet mag. Een kind dat vanalles verzint om aandacht te krijgen.

De grappigste anekdote die ik daarvan heb, voelt  eerder om te huilen aan. Want narcisten kunnen ook niet verdragen dat er iemand meer aandacht krijgt dan zij. Dan lijkt het vaak alsof ze een trapje hoger gaan en iets groter verzinnen omwille van de aandacht.

Ik was enkele dagen thuis met griep. Alhoewel ik na een drietal dagen al vrij goed opnieuw mijn taken op me nam, had mijn toenmalige man me wel die drie dagen moeten helpen met de kinderen en het huishouden. En in de lijn van de verwachtingen werd ook hij plots ziek, en natuurlijk was hij “erger” ziek dan ik. Vaak duurde het zelfs niet tot ik hersteld was. Het was alsof ik mijn eigen ziek-zijn opzij moest schuiven om zijn erger-ziek-zijn aandacht te geven.

Op een gegeven moment nam hij demonstratief zijn koorts op en kondigde dramatisch aan dat hij 40° koorts had. Toen ik met een sceptische blik naar hem keek, duwde hij de thermometer snel af.

Nu ben ik zelf niet van gisteren, en na enkele jaren bij een narcist ontwikkel je toch een sterk zesde zintuig – ook al luister je er meestal niet naar.  Ik wist dat een digitale thermometer de laatste meting toont als je die herstart voor een nieuwe meting. Toen ik 36° zag verschijnen, wist ik niet of ik moest lachen of huilen. En zoals zo vaak vroeg ik me af hoe je in hemelsnaam je partner zo voor de gek zou willen houden.

Dit is nu een ludiek voorbeeld. Ik herinner me veel ergere scènes. Scènes waarvoor ik me lang geschaamd heb, omdat ik niet kon geloven wat ik allemaal gedaan en getolereerd heb. Intussen kan ik er met een milde blik naar kijken, omdat ik weet dat het mechanismen waren die buiten mijn controle lagen toen.

Toen we pas samen waren, vertelde mijn toenmalige partner hoeveel pech hij had gehad met een zelfstandige onderneming, die failliet verklaard werd. Hij had een hoop leningen hoofdelijk ondertekend en zat dus diep in de schulden.

Op een avond vertelde hij me dat hij de ideale oplossing gevonden had. Ik zou een lening nemen voor hem om alles af te betalen en hij zou die gespreid aan me terugbetalen. We waren toen nog maar enkele maanden samen en ik zat nog op de roze wolk, maar er begonnen een hele hoop alarmbellen te rinkelen op dat moment. Ik had toen het “geluk” dat ik nog vasthing aan leningen met mijn eerste man, dus dat plannetje ging niet door. 

Op dat nieuws reageerde hij heel negatief en venijnig. De angst voor zijn reacties zat er toen al diep in en ik was opgelucht dat ik een reden had om nee te zeggen.

Zijn voormalige zaak bevond zich aan de andere kant van het land, en op een dag bevonden we ons daar in de buurt, toen hij besloot even door zijn “oude buurt” te rijden. Eerst leek het melancholie zoals hij wees waar zijn zaak geweest was en wie zijn buren waren, maar al snel sloeg het om naar een heel akelige sfeer. Hij werd venijniger met elke seconde. Uiteindelijk stopten we ergens om iets te drinken – voor hem alcohol, natuurlijk. Met de verwachte gevolgen.

Ik herinner me niet meer waarom ik achter het stuur zat, maar op een gegeven moment bevonden we ons op de ring, en was ik zijn gescheld zo beu dat ik er op reageerde en het kwam tot een fikse ruzie. Plots stapte hij uit, midden op de oprit van de autostrade, waar we stonden aan te schuiven. Hij wandelde gewoon de autostrade op.

Helemaal in paniek, reed ik tot naast hem, hem smekende om terug in te stappen. Hij weigerde, bleef me uitschelden en stapte gewoon verder.

Ik ben stapvoets voor hem blijven rijden en uiteindelijk is hij opnieuw ingestapt. 

Tot op de dag van vandaag vraag ik me nog altijd af waarom ik niet gewoon kon denken “naar de hel met hem” en gewoon verder gereden zijn, hem aan zijn lot overlatend.

Natuurlijk was dat niet de enige gelijkaardige scène. Ook al vroeg ik het me nadien af, ik reageerde telkens opnieuw op dezelfde manier. En hij wist dat. Ik denk dat hij enorm kickte op de macht die hij over me had.

Zo was er ook de uitstap naar Maredsous. Nadat ik durfde reageren, ontstond er alweer een heftige ruzie waarop hij wegstapte en me achterliet. Ik ging opnieuw de auto halen en begon rond te rijden in een omgeving waar ik totaal de weg niet wist, geen idee had in welke richting hij verdwenen was, de hele tijd sms-en aan het sturen in de hoop dat hij me zou vertellen waar hij was. 

Het was al meerdere uren later voor ik hem terugvond, in het donker in the middle of nowhere. En toen ik hem vond, was ik opgelucht. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben als er hem iets moest overkomen zijn toen. Ondanks hoe hij me behandelde.

Toen we op het ergste van zijn alcoholverslaving naar een psychiater gingen en ik het aandurfde om hem tegen te spreken als hij loog over hoe “goed” zijn week geweest was, deed hij nadien alsof het niet erg was en we gingen gezellig uit eten na dat gesprek.

Natuurlijk duurde het niet lang of dat draaide uit tot een venijnige monoloog van zijn kant en toen ik ging afrekenen en me omdraaide, was hij verdwenen. Alweer probeerde ik hem via sms te overtuigen om me te vertellen waar hij was. Op een gegeven moment schreef hij dat hij te voet onderweg was naar huis. 

Alweer in paniek ben ik van Tienen (waar we uit eten waren) naar huis gereden, verschillende keren, over verschillende routes. Het was intussen donker, en ik tuurde wanhopig naar de kant van de weg in de hoop hem te ontwaren. Intussen stroomden de tranen uit mijn ogen.

Toen ik twee of drie keer over en weer gereden was, parkeerde ik me opnieuw in Tienen en zat ik uit onmacht te huilen in de auto. Het was intussen een half uur stil geweest op de chats en ik zat radeloos rond me te kijken, niet wetende wat te doen.

Dan stuurde hij me een sms dat hij in een bepaald café zat. Waar hij dus de hele tijd al had gezeten. En helemaal niet te voet onderweg naar huis was.

Een gevoel van ongeloof en woede ging over me heen. 

Een normaal mens zou de auto gestart hebben en weer naar huis gereden zijn, juist ?

Een normaal mens die niet in zulke situatie zit, ja, dan wel.

Maar dat was niet het geval voor mij.

Ik zat niet in een normale relatie. Ik zat in een relatie met narcistisch misbruik.

And that messes with your head. Big time.

Ik ben dus niet terug naar huis gereden. Ik ben uitgestapt en op zoek gegaan naar hem in dat café. Waar ik hem ladderzat vond terwijl hij andere mensen in dat café lastig viel. Ik heb geprobeerd hem mee te krijgen, maar hij was te ver weg. Ik kan het alleen omschrijven als een soort psychose, er viel geen redelijk woord mee te praten.

Uiteindelijk zag ik in dat ik hier niets meer kon doen, en ik ben uiteindelijk toch opnieuw naar de auto gegaan en naar huis terug gereden. Huilen deed ik niet meer. Ik was doodop van alle emoties en voelde me alleen nog verdoofd.

Die nacht sliep ik bijna niet. Ik was bang dat hem iets zou overkomen zijn. Of erger, dat hij ergens op een bank had moeten slapen en dat ik de prijs ervoor zou moeten betalen.

Geen van beide scenario’s kwamen uit. Nadat hij ‘s middags nog niet gereageerd had op mijn sms-en en telefoontjes, ben ik beginnen bellen naar ziekenhuizen. Toen niemand hem daar op de lijst staan had, belde ik naar de politie. Met de bedoeling hem als vermist op te geven.

Ik kan niet beschrijven hoeveel schaamte me overviel toen ik zijn naam noemde en de agente aan de telefoon zei “ah die? Die zit al de hele nacht in onze cel.” Opgepakt voor openbare dronkenschap. Ze hadden verschillende agenten nodig gehad om hem in toom te houden bij de arrestatie. Ik mocht hem enkele uren later gaan ophalen.

Elke keer als ik dacht dat mijn emotionele rollercoaster niet meer harder kon gaan, of dat ik niet dieper meer kon vallen… slaagde hij er in om toch dat extra duwtje te geven.

Terwijl ik onderweg was, gingen er veel gevoelens door me heen. In eerste instantie was ik natuurlijk kwaad op hem. Ik had geen idee wat ik hem zou zeggen als ik hem zou zien. Ik wilde roepen en tieren op hem, hem door elkaar schudden voor alle ellende van de vorige dag.

Er was geen parking voor de deur van het politiebureau, dus ik moest wat verder gaan parkeren. Terwijl ik naar het bureau stapte, zag ik hem van ver al staan buiten.

Zijn lichaamshouding was die van een geslagen hond, en terwijl ik stapte, voelde ik mijn woede wegzakken en overgaan tot mededogen.

Toen ik voor hem stond, durfde hij me niet aankijken. Hij straalde schaamte en schuldbesef uit en ik dacht: “Misschien is dit het punt. Dat hij eindelijk inziet dat het zo niet verder kan. En zal hij vanaf nu echt veranderen.”

En ik heb hem gewoon omhelsd. En zonder iets te zeggen zijn we naar huis gereden. 

Het zijn die momenten dat je hele realiteit altijd op zijn hoofd zetten. Eén moment van vermeende schaamte of schuldgevoel, en je hebt weer hoop. Eén moment dat je geliefde zijn schild van venijn en agressie laat zakken en je vergeeft hem weer.

Er zijn véél van die momenten geweest. Momenten die me deden twijfelen. Dat hij het echt niet zo slecht meende. Dat hij oprecht berouw kon hebben.

En misschien was dat ook echt zo. Voor een heel kort moment. Voor het ego het weer overnam en vond dat de rest van de wereld moest boeten om hem zo te doen voelen.

Mensen met narcisme kunnen niet om met negatieve gevoelens. Ze moeten een ander altijd de schuld kunnen geven of hun omgeving ervoor laten boeten.

De impact van deze gebeurtenis duurde niet lang. Enkele dagen later was hij alweer moe, of had hij pijn, of had iemand kritiek op hem, of was er een commentaar op facebook die in zijn verkeerde keelgat schoot… en moest ik het weer ontgelden.

Ik heb altijd gedacht van mezelf dat ik een goed mens was. Dat mijn inlevingsvermogen en vergevingsgezindheid kwaliteiten waren. Maar op dat moment waren dat mijn valkuilen.

Valkuilen die ervoor gezorgd hebben dat ik véél langer dan normaal heb vastgehouden aan hoop.

Omdat ik dacht dat ik deze hulpbehoevende man, die ik beschermde als een kind, kon genezen.

Eigenlijk kan je zeggen dat een slachtoffer van narcistisch misbruik constant in een droom leeft. Een droom waarin ze haar man kan genezen.

Maar ze beseft niet dat het eigenlijk een nachtmerrie is.