
In het jaar naar aanloop van de definitieve breuk, begon ik meer en meer therapeutische hulp voor mezelf te zoeken, omdat ik intussen wel door had dat er weinig zou veranderen en belangrijker: dat HIJ nooit zou veranderen.
Ik schreef me in bij meerdere korte trajecten van mijn vroegere therapeute, die nu ook online coaching deed en leerde toch wel al wat belangrijke tools om me recht te houden in de intussen schrijnende situatie waar ik me in bevond.
Eén van de technieken die ze ons aanbood, was de braindump. Die bleek zo waardevol dat ik het intussen ook volledig geïntegreerd heb in mijn eigen trajecten.
Braindump
Bij een braindump ga je rustig zitten met pen en papier en zet je een kook- (of ander) wekkertje op 15 minuten en dan ga je schrijven. Of doodelen. Of kleuren. Wat er ook maar voor jou werkt om je hoofd leeg te maken. Gedachten, ideeën, to-do-lijstjes, gevoelens, tekeningetjes… Hoe je je uitdrukt, maakt niet uit. Als het je hoofd maar leeg maakt.
Vanzelfsprekend kwam mijn toenmalige man héél veel voor in die schrijfsels. Ik zorgde er nadien altijd voor dat ik die zo discreet mogelijk liet verdwijnen, want ik wist wel wat de gevolgen zouden zijn als hij op zo’n schrijfsel zou stoten.
Meestal verscheurde ik het in duizend stukjes en zorgde ik ervoor dat het onderaan in de papierafval terechtkwam.
Waar een narcist toe in staat is
Maar op een keer gebeurde het dat het papier net opgehaald was door de gemeentelijke afvalophaling en dat de snippers dus gewoon in de papiermand lagen. Ik had ervoor gezorgd dat ik ze in zo klein mogelijke stukjes gescheurd had, maar dat kon niet baten…
In de “ruzies” (die meestal monologen van zijn kant waren en waarbij ik amper een woord uitbracht), kwam het enkele dagen later op de proppen. Hij begon zinnen te quoteren uit mijn schrijfsels. Ik stond even perplex bij de realisatie en kon geen reactie over mijn lippen krijgen.
Hij merkte het verschil in mijn reactie op en barstte uit: “Dacht je dat je dat voor mij verborgen kon houden? Je onderschat mijn kunnen! Snippers houden mij niet tegen, ik ben de beste in puzzelen!”
En met een schampere lach ging hij verder met zijn monoloog.
Ik luisterde niet meer, maar na die uitbarsting zorgde ik er voor dat ik mijn schrijfsels altijd verbrandde in plaats van ze te verscheuren.
Hoe vaak ik in die relatie ook geconfronteerd werd met waar hij toe in staat was… het kon altijd nog erger…