
Binnen een maand zal het vijftien jaar geleden zijn dat ik de eerste date met mijn narcistische partner had.
Toen had ik natuurlijk nog niets door. ‘t Is te zeggen… ik had nog voor die eerste date al een hoop rode vlaggen gezien, maar ik besefte toen nog niet dat wat ik toen beschouwde als symptomen van een getraumatiseerd man, eigenlijk de voortekenen van een narcistische persoonlijkheid waren.
Wat hem het meeste voordeel van de twijfel gaf, was de valse vertrouwdheid die hij uitstraalde. Vijftien jaar eerder waren we collega’s. Niet in hetzelfde departement, maar nabij genoeg om hem vaak te zien voorbij wandelen en af en toe een praatje gemaakt te hebben.
En vergeet zijn charismatische uitstraling ook zeker niet. Die donkere ogen die tot in mijn ziel leken te kijken. De zelfverzekerde houding. Zijn welbespraaktheid…
Ik was een vogel voor de kat toen we terug connecteerden op Facebook. Ik had vijftien jaar tevoren al een zwakheid voor hem. En nu ik vrij (gescheiden) was, was er niets dat zijn opmars kon stoppen.
Hij diste een triest verhaal op toen we begonnen te chatten op Facebook. Al enkele keren met de verkeerde vrouw getrouwd en nu vast zittende in een ongelukkig huwelijk waarbij zijn vrouw hem al meerdere keren gevraagd had om te scheiden, maar als loyale partner wilde hij eerder niet opgeven.
Tot hij mij opnieuw op het lijf liep (so to speak). Ik, zijn soulmate, zijn voor-eeuwig-en-altijd snoepie, zijn alles… Voor mij wilde hij alles opgeven.
Zeg nu zelf, wie zou daar niet voor vallen?
Wel, had je me dat enkele jaren voordien verteld, zou ik je op z’n minst met een scheef lachje aangekeken hebben en bij mezelf gedacht hebben: “Komaan, wie trapt daar nu nog in?” Bovendien was ik (en ben ik nog altijd) niet het soort mens dat iemands huwelijk breekt.
Maar ja, Ik snakte naar aandacht en naar die exacte woorden. En hij beweerde dat het toch al voorbij was…
De maanden waarin we chatten, voor die eerste date, had hij zorgvuldig zijn web gesponnen. Zodat ik niet twijfelde aan zijn woorden, zodat ik hem alle voordeel van de twijfel gaf, zodat ik alle rode vlaggen groen kleurde. Mijn redderscomplex was al geactiveerd en ik was ervan overtuigd dat ik de juiste vrouw op het juiste moment was om hem te genezen.
Ik zou hem helpen om zijn demonen te overwinnen.
The tricky part was dat hij die demonen zelf erkende. Hij gaf toe dat hij een “kort lontje” had, maar dat volgde altijd door redenen die aannemelijk leken (maar eigenlijk gewoon excuses waren, drogredenen dus, waardoor hij helemaal geen verantwoordelijkheid opnam voor zijn gedrag).
De week voor de eerste date verliep eigenlijk al turbulent. Hij had veel stress op het werk door de lancering van nieuwe computersystemen en ik had al eens een korte sneer gekregen als ik een berichtje stuurde.
Daardoor begon ik te twijfelen of die eerste date wel een goed idee was en ik nam wat afstand. Dat voelde hij weer feilloos aan en hij zette opnieuw een charme-offensief in.
Klassiek narcistisch patroon van love bombing, afstoten, negeren en weer aantrekken.
Mijn leven zou er heel anders uitgezien hebben als ik dit patroon toen al had kunnen herkennen.
Maar er lag nog een lange, pijnlijke les op mijn pad, en ik had nog nooit iets gelezen over narcisme, dus ik zag het niet…
De avond voor de date ontplofte mijn gsm van de sms-jes, in die mate dat het een gezellig samenzijn met studie vriendinnen ernstig verstoorde. Ook dat zag ik pas toen deze een beetje verongelijkt weer vertrokken waren. Zo diep zat ik al in het web, in blinde verliefdheid.
In de fase van love bombing zit je namelijk zo hard in een high (de roze wolk), dat je niets anders meer ziet.
De dag van de eerste date zelf verliep ook in zo’n high. Maar met één groot verschil.
Die high was, toen al, gemengd met angst.
Hij overspoelde me met hoge romantische verwachtingen. Dat deed hij al van in het begin, maar tegen die dag dreef hij het helemaal ten top. Onze eerste date zou een sprookje zijn. En moest dus ook starten met memorabele woorden.
Een gewone “hey” zou niet volstaan. In mijn hoofd moest het gepaard gaan met epische vioolmuziek en ronddwarrelende rozenblaadjes… Zo hoog voelden deze verwachtingen aan.
Het resultaat: toen hij uiteindelijk voor mijn deur stond en aanbelde, was ik al helemaal op van de opwinding, maar ook van de spanning, omdat ik nog altijd niet had kunnen bedenken met welke epische woorden ik hem kon verwelkomen.
Dus opende ik de deur en kon ik niets anders doen dan met een stralende glimlach naar hem staren.
Hij had het natuurlijk wel allemaal goed voorbereid. De woorden “je bent in het echt nog veel mooier” kwamen vlot uit zijn mond gerold.
Opgelucht antwoordde ik “dankje” terwijl hij mij stevig knuffelde.
Opgelucht omdat hij niet opgemerkt had dat ik uiteindelijk niks had kunnen uitbrengen. Opgelucht omdat hij niet boos op me was.
Opgelucht omdat ik hem niet teleurgesteld had.
Opgelucht omdat ik geen sneer gekregen had op mijn falen.
Het voelde echt wel als falen op dat moment. En dat zorgde er dan ook opnieuw voor dat ik hem nadien nog meer het voordeel van de twijfel gaf. Omdat ik het gevoel had dat ik hem dat verschuldigd was.
Want ik faalde zo vaak. Ik deed zo vaak de verkeerde dingen. Sprak de verkeerde woorden uit. Reageerde op een verkeerde manier.
Ik had heel wat goed te maken. Vond ik.
Zo diep gaan ze in je hoofd, narcisten. Zodat jij denkt dat jij alles verkeerd doet. En hen daardoor verschuldigd bent om alles van hen ook te accepteren.
Deze eerste date vijftien jaar geleden was zo’n contrast met de eerste date die ik nu vier jaar geleden had.
Laat me je even beschrijven hoe een eerste date met een veilige persoon er uit ziet.
Je voelt je opgewonden en verliefd. Nu ja, ik toch. We hadden al zoveel gepraat en gebeld met elkaar, dat ik het gevoel had dat we elkaar al jaren kenden.
Maar ja… dat had ik vijftien jaar geleden ook.
Wat maakte dan het grote verschil?
Voor deze eerste date, vier jaar geleden, had ik nog niet één keer het gevoel gehad dat ik iets verkeerd gezegd of gedaan had.
We spraken allebei rechtuit onze gevoelens en gedachten uit. We luisterden naar elkaar. We lieten elkaar uitpraten. We veroordeelden elkaar niet. We respecteerden elkaars mening, ook al dachten we er niet hetzelfde over.
En ik had niet één keer angst gevoeld.
Daarom is het zo belangrijk om opnieuw je intuïtie te leren vertrouwen. Naar je lichaam te leren luisteren als je nieuwe mensen ontmoet.
Of bij gekende mensen . Want soms herken je de patronen ook bij mensen die al jaren in je leven zijn. Maar heb je ook, door een vertekend gevoel van loyaliteit of het gevoel dat je hen iets verschuldigd bent, bij deze mensen jarenlang rode vlaggen genegeerd.
Het is nooit te laat om toxische mensen uit je leven te bannen. Hoe lang of hoe kort ze al in je leven zijn, maakt daar geen verschil in.
Herken je jezelf in dit verhaal? In de twijfel, de rode vlaggen die je groen kleurde, het gevoel dat je iets moest goedmaken?
Dan wil ik je iets zeggen: dat herkennen is al de eerste stap. En je hoeft die volgende stappen niet alleen te zetten.
Volgende week vrijdag start RESTART, mijn 12-weken traject voor vrouwen die deze patronen willen doorbreken en hun intuïtie terug willen leren vertrouwen. Stap voor stap, zonder oordeel.
Klik op de knop om meer te lezen over het traject.